Het fijn verdeelde, haast varenachtige blad van het fluitenkruid is de hele winter groen gebleven. Het puilt in compacte pruiken de grond uit. Ook de grote brandnetel komt op met korte scheuten en klein blad, dat bij aanraking al flink brandt.
Ook geen lenteboden: klein kruiskruid, madeliefje, herderstasje, tuinwolfsmelk en straatgras bloeien zonder pauze door, alsof het geen winter is.
Wel lenteboden: de pollen sneeuwklokjes die het ene na het andere in bloei komen, de volop bloeiende hazelaars en de gele kornoelje, die zijn allereerste bloempjes deze week opende. Ik vond ook een speenkruidplantje met twee bloemen.
Kiemplantjes van de roze winterpostelein, judaspenning en muurleeuwenbek komen nu massaal op.
De groene rupsen van de kopervlinder houden in een kwakkelwinter, zoals we nu beleven, geen winterslaap. Ze vreten van allerlei gewone planten zoals fluitenkruid, weegbree en scheuten van brand- en dovenetel. Bruine kiekendieven en grauwe ganzen overwinteren veel in de natuurgebieden langs de Westerschelde, zeker als het niet echt koud is.
Op sommige plaatsen in steden en dorpen zingen al zanglijsters, vooral in de vroege morgen.
Sneeuwgorzen scharrelen in troepjes van enige tientallen vogels rond op het strand aan de duinvoet. Ze pikken zaden op van het strand. De mannetjes zijn bont getekend, wat vooral opvalt als ze opvliegen. Soms zijn ze in het gezelschap van strandleeuweriken, zangvogels uit het noorden met een sterk geel en zwart getekende kop, die in het voorjaar twee als horentjes opstaande zwarte veerbosjes krijgen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.