Klinieken die lesbische paren uitsluiten van reageerbuisbevruchting (ivf), handelen in strijd met de wet. Dat concludeert de Commissie Gelijke Behandeling (CGB) na een onderzoek naar de behandelcriteria die de dertien Nederlandse ivf-klinieken hanteren.
Vier van deze klinieken blijken geen lesbische paren te willen behandelen met ivf. Het gaat om het Academisch Ziekenhuis Nijmegen, het VU ziekenhuis Amsterdam, het Sint Elisabeth Ziekenhuis Tilburg en het Catharina Ziekenhuis in Eindhoven. Zij weigeren lesbische paren vanuit de overtuiging dat een kind ook een vader nodig heeft. Volgens de CGB wordt hiermee een direct onderscheid gemaakt naar seksuele geaardheid, en dat is wettelijk verboden.
Uit het rapport dat de CGB gisteren uitbracht, blijkt bijvoorbeeld het VU ziekenhuis de uitsluiting van lesbiennes te motiveren met het argument dat 'een kind behoort op te groeien in een gezin met een vader en een moeder'. Van spermadonoren, nodig voor de behandeling van lesbische vrouwen, wenst de VU geen gebruik te maken omdat 'het introduceren van een derde in een ouder-kind relatie complicatieverhogend werkt'. Behalve dat dit beleid strijdig is met de Algemene wet gelijke behandeling, is volgens de CBG nooit bewezen dat de ontwikkeling van kinderen van homoparen minder voorspoedig zou verlopen dan die van kinderen uit heteroseksuele relaties.
Wat heeft deze uitspraak voor consequenties voor de vier ziekenhuizen? ,,Wij kunnen hen nergens toe verplichten, maar wel bewust maken van hun vooronderstellingen'', zegt E. Vleeshouwers van de Commissie gelijke behandeling. ,,Voor rechtsvervolging zal eerst een lesbisch paar, eventueel met dit oordeel in de hand, de stap naar de rechter moeten maken. De CBG is al blij als naar ons oordeel wordt geluisterd. Vaak blijkt dat over een uitsluitingsbeleid niet goed is nagedacht, en gaat men dat na zo'n uitspraak wel doen.''
In Tilburg is men daar al druk mee bezig, verzekert gynaecoloog dr. R. Bots van het Sint Elisabeth Ziekenhuis. De richtlijnen die zijn kliniek hanteert voor de toelating van paren tot de Ivf behandeling, dateren uit 1992. ,,Die waren toen nog sterk gebaseerd op de levensbeschouwelijke grondslag van dit ziekenhuis.'' Het Sint Elisabeth heeft de rooms-katholieke signatuur, en is restrictief in het toelaten van lesbische paren. ,,Maar ondertussen zijn er in de samenleving andere gezinstypen ontstaan, en daarmee ook de vraag om ivf door lesbische paren'', zegt Bots. Hij vindt die vraag 'passen in deze tijd', en hij en zijn collega's in het Sint Elisabeth ervaren de richtlijnen uit '92 langzamerhand als 'een te krap jasje', aldus Bots. Echt ongelukkig met de uitspraak van de CBG is hij daarom niet.
Overigens doen maar weinig lesbische of alleenstaande vrouwen een beroep op ivf. Deze vrouwen met een kinderwens krijgen eerst kunstmatige inseminatie (KID) aangeboden. Pas als dat na één tot anderhalf jaar niet tot een bevruchting heeft geleid, wordt een ivf-behandeling een mogelijkheid.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.