*

 
dossier

Archief

Met excuus voor de beeldenstorm

Wim Boevink − 07/01/00, 00:00

Een dominee in Aerdenhout nam een opmerkelijk initiatief: hij haalde de roomse verbeelding van de kruisweg zijn hervormde kerk binnen. In zijn opvatting moeten de protestanten hun beeldenhuiver maar eens overwinnen. Bovendien: we spreken hier niet over een heiligenverering, maar over kunst.

'De kerk,' zegt Matthias Smalbrugge, 'was toch ooit een groot sponsor van de kunst.' We staan in de kerk waarin hij voorgaat, de Adventskerk van de hervormde gemeente in Aerdenhout, en kijken naar een rij ruitvormige marmeren beelden, die op sokkels geplaatst langs de muur zijn opgesteld. De vierkanten zijn elk op een punt gemonteerd en draaibaar: voor- en achterkant verschillen.

We kijken naar kunst. Maar dit is wel kunst waar iets mee is. De veertien beelden representeren samen de Kruisweg in de veertien staties die bekend zijn van rooms-katholieke kerken en daar ook zijn opgenomen in de liturgie van Goede Vrijdag: veertien momenten om het lijden van Christus te gedenken.

De beelden in Aerdenhout zijn echter niet figuratief, zoals de schilderijen of reliëfs in de katholieke kerken. De gebruikte vormentaal is abstract, maar niettemin verhalend voor wie de basiselementen van balken, lijnen, kruisen en driehoeken wil verstaan. Een verhaal dus. Zonder plaatjes. Maar we bevinden ons dan ook in een protestantse kerk.

En wat voor één. Een hele strenge. Niet in de wijze waarop deze gemeente haar geloof belijdt, maar in de kerkenbouw zelf. De Adventskerk is in de jaren vijftig ontworpen door Karel Sijmons, een koel doordacht Godshuis met warme plekken, geïnspireerd op het werk van Le Corbusier: hier wordt kaal beton afgewisseld met gekleurd glas, het dak golft en de open ruimte wordt omarmd door een lange gebogen muur.

Er is een lage kansel, een witmarmeren doopvont midden in de ruimte en een avondmaalstafel van hetzelfde materiaal. Verder had Sijmons een strakke opstelling van stoelen verordonneerd, haaks op elkaar, maar de gemeente heeft die strakheid wat versoepeld - het was kennelijk te onbarmhartig. De drie grote boogramen met hun variatie van gekleurd glas nemen heel subtiel in afmeting af: ook een abstracte vormentaal om, aldus Smalbrugge, 'de werking van het Woord te symboliseren'.

Vermoedelijk zou Sijmons, als hij nog had geleefd, de beeldengroep die nu in twee rijen van zeven in zijn kerk staat opgesteld, hebben weten te waarderen. De leden van de hervormde gemeente van Aerdenhout hebben er volgens Smalbrugge geen grote moeite mee. Hij hoopt zelfs dat de waardering voor het kunstwerk zo groot zal zijn dat hij tot aankoop ervan zou kunnen overgaan. ,,We hebben het werk voor drie ton verzekerd, dus wat zou de aankoopprijs zijn? De helft misschien?'' En dan volgt zijn opmerking dat de kerk altijd een groot sponsor van kunst is geweest.

Maar een verbeelding van de Kruisweg - hoe abstract ook - in een protestantse kerk? Smalbrugge wil nog verder gaan: ,,Ik ben van plan de Kruisweg net als de roomsen op Goede Vrijdag te gebruiken in de liturgie.'' De Reformatie en de gevolgen daarvan zijn volgens de predikant te rigoureus geweest. ,,Het zou goed zijn als de protestanten hun beeldenhuiver zouden overwinnen. Kijk, ik zou geen beeld van Sint Petrus plaatsen, of een andere heilige, maar dit is toch iets anders?''

Smalbrugge kwam de beeldengroep, gemaakt door de Belgische kunstenares Hilde van Sumere, vorig jaar tegen bij een bezoek aan de Onze Lieve Vrouwe-kathedraal van Antwerpen. Juist in deze kerk hebben protestantse beeldenstormers onder burgemeesterschap van Marnix van Sint Aldegonde (aangesteld door Willem van Oranje) bijzonder huisgehouden. ,,Aan de vooravond van de Reformatie wemelde het in de kathedraal van de altaren, iedere pilaar had er één, voor elk gilde, compleet met bijbehorende gildeheilige - één groot bos!''

Maar teveel is er sinds die beeldenstorm verdwenen. Smalbrugge mist de rituelen en de sacramenten van de rooms-katholieke kerk ('Als ik vrij ben ga ik ook liever naar een mis') en zou zo de biecht en enkele rites de passage willen invoeren ('het Heilig Vormsel, het bereiken van de twaalfjarige leeftijd'). Maar zoals hij de onbarmhartigheid van de protestantse kerken in hun confrontatie beklaagt ('die kerken van Saenredam - het licht is schitterend - maar wil je daarin schuilen?'), zo beklaagt hij ook de onbarmhartigheid van de roomse gezagsstructuur. ,,Wat de paus over anticonceptie zegt is op een continent als Afrika gewoon misdadig.''

Niettemin ziet hij zijn initiatief om de beeldengroep vanuit Antwerpen tijdelijk naar Aerdenhout te verplaatsen (na Pasen gaat het werk naar de kathedraal van Brussel) ook als een gebaar van verzoening, als een verontschuldiging voor de beeldenstorm en als een blijk van het protestantse vermogen om ten opzichte van de rooms-katholieke kerk aan het begin van het nieuwe millennium niet onder te doen in het toegeven van historische missers.

Zo heeft hij nog wat redenen gevonden om zijn onderneming te rechtvaardigen en dan komen er grote woorden aan te pas als de verhouding tussen België en Nederland, de Europese integratie, 'het beeldverhaal van Jezus als een kunstzinnige of geestelijke euro' enzovoorts. Maar misschien kan men beter de 'sprekende stilzwijgendheid' (aldus een kunstcriticus) van de marmeren kruisweg in beschouwing nemen en dan vooral de zesde statie. Het vierkant stelt hier het doek van Veronica voor, maar het oorspronkelijk 25 centimeter dikke Carrara-marmer is zodanig bewerkt en gepuimd, dat het vijf millimeter dun geworden is en daardoor bijna doorschijnend. Een ragfijn doek van marmer.

Of de veertiende en laatste statie. In afwijking van de traditionele kruisweg is hier niet gekozen voor de graflegging, maar voor de Verrijzenis, als uitdrukking van hoop. Een deel van het blok lijkt uit het marmer te voorschijn te komen, een lichtstraal rijst omhoog. Kom maar kijken, het werkt ook in een protestantse kerk.

mailIcon print |