*

 
dossier

Archief

de praktijk

Redactie onderwijs Trouw − 27/01/00, 00:00

Vlak voordat de opleiding klaar is en de beroepspraktijk begint, wordt vrijwel iedereen erop uitgestuurd om de werkelijkheid te proeven.

De accountant houdt z'n eerste balanscontroles.

De dominee houdt een eerste preek.

De advocaat duikt in een eerste zaak.

De leerkracht staat voor het eerst voor een moeilijke groep drie.

Vaak heet die praktijkperiode 'stage', maar niet altijd. Bij dokters heet het 'co-assistentschap', beginnende dominees 'halen hun preek-consent'.

De arbeidsmarkt is gunstig, op het moment. Menige stagiair kan direct aan de slag in het bedrijf van de stage, ook al is hij of zij nog niet volleerd. Misschien is die gunstige arbeidsmarkt ook wel de oorzaak dat de stagiair niet bepaald de rotste klussen toegeschoven krijgt.

Maar werkelijk zelfstandig optreden, dat overkomt de stagiair zelden. De zelfstandigste stagiairs die we aantroffen zijn de studenten die in Tilburg een eigen 'stagewinkel' runnen, waar echte klanten echte kantoorbehoeften komen kopen, die bij echte groothandels moeten worden bijbesteld. Meestal werken stagiairs onder het toeziend oog van een ervaren begeleider.

In deze bijlage vindt u een werkdag van vijftien beginnende beroepsbeoefenaren. We liepen een dagje met ze mee en zagen wat de stagiair te doen krijgt. Hoe de medisch instrumentmaakster haar eerste kunstbeen maakt. Hoe het meisje van de horeca-opleiding wacht op de klanten in de bedrijfskantine. Hoe de brandweerman-in-opleiding wacht op een brand. En hoe de heao'er ontdekt dat hij accountancy eigenlijk niet zo leuk vindt.

Voor de stagiair is de stage immers bij uitstek het moment om zich af te vragen: wil ik dit eigenlijk wel?

mailIcon print |