*

 
dossier

Archief

Olifant

Peter Sierksma − 29/01/00, 00:00

In 1958 hield de Nijmeegse historicus Rogier een opmerkelijke rede.

Op de Adelbert Landdag wees hij de katholieke elite op haar gebrek aan fundamentele belangstelling voor cultuur. Natuurlijk was er de eigen traditie, maar waar het oog voor het vreemde? Waar de liefde voor de kunst, de openheid voor andere meningen?

Weg met de zelfgenoegzaamheid, riep hij. Weg met de 'culturele inertie' van de gelovigen. Alleen dan is er de toekomst. Ruim veertig jaar later zijn de muren van de moerderkerk vrijwel geslecht en beperkt de openheid zich tot een enkel tochtgat. Hoopte Rogier dat de gelovigen verder zouden kijken dan hun neus lang was om hun geloof te verrijken -in werkelijkheid besloot het volk nadat het de eigen neus voorbij was meteen de hele kerk weg te gooien. Vrij voortaan, lekker zonder badwater, maar in veel gevallen ook zonder kinderen. En dat maakt leeg. Dat voelt voor de tv weliswaar als één grote familie, maar wel eentje zonder oorsprong, doel of zin. Met Rogier en dat bouwvallig circustheater in het geheugen vond ik het geweldig dat Willem Jan Otten onlangs de Rubicon overstak ten einde zich als een losse olifant tot zijn omgeving te richten. Dat wil zeggen, tot de laatste niet-inert gelovigen en een klein groepje slimme ramptoeristen dat voldaan toekijkt hoe dat eens zo dominante cirus verkommert. ,,Die durft'', dacht ik nog. Maar wat gebeurt er? Het loon is een krab op z'n slurf van Carl Friedman. Wat zullen wij dan zeggen? Het heeft, om met Friedman te spreken, inderdaad iets meelijwekkends en theatraals, de act van Otten. Maar, om tegen Friedman te spreken, het heeft ook iets heroïsch en ontroerends. Want, om -turn, turn, turn- haar geliefde Prediker aan te halen: Er is een tijd om stenen weg te werpen en een tijd om stenen bijeen te zamelen. Otten doet dat laatste. Kreunend en steunend, maar toch. Daarom, voorwaar: deze olifant -spuiten zal hij. Als een fontein. Bloeien als een ceder op de Libanon.

mailIcon print |