Javier Solana, het gezicht van het buitenlands- en veiligheidsbeleid van de EU, wil zijn macht verder vergroten. En om zijn eigen werk zinvoller en meer succesvol te maken, roept hij de lidstaten op de beschikbare middelen en menskracht beter te benutten.
Dit weekeinde bespreken de ministers van buitenlandse zaken van de Vijftien de voorstellen van Solana op een bijeenkomst in Evian. Een vrijblijvende discussie, zoals dat wel vaker gebeurt.
Maar Solana wil meer. Hij merkt dat hij met handen en voeten is gebonden aan de hoofdsteden en dat zij de ruimte bepalen waarbinnen hij kan opereren. Dat frustreert hem. Solana wil daarom de Europese hulp- en samenwerkingsprojecten meer naar zich toe trekken.
Sinds hij een jaar geleden door de Europese Unie werd ingelijfd als coördinator van het buitenlands beleid, ervaart Solana keer op keer dat hele of halve toezeggingen niet altijd wordt gevolgd door daden.
De EU, en dat heeft ook de Britse eurocommissaris Patten al gezegd, slaagt er maar niet in de beschikbare middelen en mensen effectief in te zetten. De EU heeft in derde landen 1500 diplomatieke missies, kan beschikken over een reservoir van 40000 ambtenaren. Maar de VS slaagt er met amper driehonderd missies en 15000 man veel beter in een stempel te drukken op haar aanwezigheid in de wereld. De Europese vertegenwoordigers zijn teveel nationaal gericht, vindt Solana.
Bewindslieden die, al dan niet namens de EU, de wereld afreizen, zouden dat beter moet coördineren. Dat geldt ook voor de Europese aanwezigheid in internatonale organisaties.
Binnen de VN spreekt Europa al aardig met één stem, zegt Solana. Bij de laatste algemene vergadering van de VN stemden de lidstaten van de EU in 95 procent van de gevallen identiek.
Maar die schuchtere stappen naar meer coherentie op de internationale podia zijn niet zichtbaar genoeg. Wellicht, denkt hij, omdat er te weinig Europeanen in invloedrijke functies zitten van internationale organisaties.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.