*

 
dossier

Archief

Over de drempel naar werk

John Hoogerwaard − 18/01/00, 00:00

De arbeidsmarkt is lichtelijk overspannen. Personeelsmanagers zoeken wanhopig naar goed opgeleid en gemotiveerd personeel. Ondanks deze enorme vraag is er een groep langdurig werklozen die geen uitzicht heeft op een vaste baan. Ze willen wel, maar verdwalen in het oerwoud van regeltjes en loketten, kampen met erfenissen uit het verleden of zijn na jaren leven op straat vervreemd van de realiteit.

De Wet Inschakeling Werkzoekenden (WIW), de vroegere Melkertbaan, kan een oplossing bieden voor deze groep. Probleem daarbij is dat kandidaten voor een WIW-job vrijwel onmiddellijk worden gescreend op geschiktheid voor een baan. Dit terwijl bij sommige kandidaten de behoefte bestaat om juist eerst de sociale vaardigheden en motivatie aan te scherpen.

Het bedrijf Challenge Sport is daarom, in opdracht van de gemeente Rotterdam, begonnen met een voorbereidingscursus voor een WIW-baan. Dergelijke trajecten bestaan al voor jongeren tot 23 jaar, van wie iedereen vindt dat ze begeleiding nodig hebben op weg naar de arbeidsmarkt. Challenge Sports, dat ruime ervaring heeft met de begeleiding van jongeren, richt zich als eerste in Nederland ook op de volwassenenmarkt. De behoefte daaraan blijkt groot, gezien de positieve resultaten met de eerste acht kandidaten.

Volwassenen die jaren thuis hebben gezeten worden op het juiste spoor gezet via het groepsproces, ondersteund door Frank Postelmans en Iris van de Waal, de twee begeleiders in het project. Op tijd komen, elkaar respecteren en werken aan jezelf, zijn sleutelbegrippen in de cursus. Met rollenspellen, activiteiten in de Ardennen en doelgerichte trainingen groeit het zelfrespect, de discipline en daarmee het uitzicht op een geslaagde terugkeer op de arbeidsmarkt.

De cursisten zijn gisteren begonnen aan de vijftiende cursusweek, de laatste voordat ze 32 uur per week aan de slag gaan als WIW'er. In een stage hebben ze al aan het arbeidsleven mogen ruiken. Het einddoel is een 'normale' baan, iets wat vroeger bij Melkertbanen nogal eens fout is gelopen. Drie cursisten vertellen over hun verleden, de cursus en hun toekomstverwachtingen over de arbeidsmarkt.

Junius: 'Ik kwam vaak te laat'

Junius (42) had maar één droom toen hij vanuit Sint-Maarten naar Nederland kwam. Een goede opleiding in de beveiliging, om vervolgens als bewaker aan de slag te kunnen. Moest lukken, immers: hij had op Sint-Maarten jarenlang als ongediplomeerd bewaker zijn werk naar behoren gedaan. Maar ervaring of niet, in Nederland draait het om een papiertje. Dat kwam er niet, omdat Junius vanwege geldproblemen zijn beveiligingsstudie moest afbreken.

In het Nederland van de regeltjes en loketten bleek de Antilliaan niet in staat een manier te vinden om zijn studie voort te zetten. Junius enige aanknopingspunt voor werk was het uitzendbureau, waar hij baantjes voorgeschoteld kreeg die niets met zijn droomjob als beveiligingsbeambte te maken hadden. ,,Als je op zoek bent naar vast werk, dan kan dat niet bij een uitzendbureau. Ik heb bij de PTT een jaar lang in de nachtploeg gezeten. Er waren mensen bij die al drie jaar via het uitzendbureau werkten, maar nog steeds geen vast contract hadden. Dat is voor mij reden geweest om er mee te stoppen.'

Junius' grootste probleem was de omschakeling van de Antilliaanse naar de Nederlandse arbeidsmarkt. Op de Antillen is er altijd wel iemand die weet dat je bewaker bent, zodat je via het informele circuit voldoende klussen hebt. Met dat uitgangspunt in gedachten, zat Junius thuis te wachten tot iemand om zijn diensten vroeg. Maar de telefoon rinkelede niet, evenmin als de deurbel. Wie hem op het juiste spoor kon zetten, wist hij niet. ,,Het was mij onduidelijk hoe het in Nederland werkte.'

Na het stoppen van zijn uitzendbaan bij de PTT, zat Junius een jaar thuis. Totdat Werkstad, een gemeentelijke organisatie voor uitvoering van de WIW, hem uitnodigde voor een gesprek. Toen bleek pas dat de Antilliaan tot op het bot gemotiveerd was om vast werk te vinden, maar daarvoor nooit bij het juiste loket was beland. Bij Challenge Sports werd er bij Junius op gehamerd zelf verantwoordelijkheid te nemen voor zijn leven, iets wat hij in het jaar zonder werk een beetje was verleerd.

Door simpele regels als 'op tijd komen' en 'naar elkaar luisteren' werd Junius' leven weer enigzins op het spoor gezet en kwam het zelfvertrouwen langzaam terug. ,,In het begin kwam ik vaak te laat en ik moest echt leren samenwerken. Dat gaat nu goed.' Zijn stage als beveiligingsbeambte bij Multibedrijven Rotterdam is het laatste stapje naar een WIW-baan als bewaker. ,,Ik hoop daarna op een vaste baan in de beveiliging. Daarom doe ik mijn best.'

Claire: 'Soms moet je slikken'

Zes jaar lang sliep Claire (26) iedere dag uit, deed ze wat boodschappen en ging bij vrienden op bezoek. In de periode daarvoor had ze wel schoonmaakwerk gedaan, in een magazijn gewerkt, maar zonder veel plezier. Van het schoonmaken kreeg ze pijn in haar rug. Voortdurend speelde de gedachte door haar hoofd dat ze tot meer in staat was. Om de haverklap was ze ziek, en op dagen dat ze wel ging werken stond ze 's ochtends met een rot gevoel op.

Het ontbreken van arbeidslust zou bij de Surinaamse vrouw zijn veroorzaakt door problemen in het ouderlijk gezin. Ze had een totaal gebrek aan motivatie door een constante maalstroom aan gedachten over vroeger. Ze besloot zes jaar geleden dat ze tijd voor zichzelf nodig had. ,,Ik moest een heleboel uit mijn verleden verwerken. Maar toen ik eenmaal thuis zat, stopte ik mijn problemen weg. Lag lang op bed en deed de hele dag niet zo veel. Ik wist wel wat er met me aan de hand was, maar durfde er niet bij stil te staan.'

Door het voortdurende gepieker op de bank ging Claire ook lichamelijk achteruit. Steeds vaker voelde ze zich ziek en als ze te lang thuis was, kwamen de muren op haar af. ,,Toen heb ik op een gegeven moment de keuze gemaakt om aan mezelf te werken. Via een folder kwam ik bij Werkstad, de WIW-instantie van de gemeente Rotterdam, terecht. Daar werd mij via Challenge Sports uitzicht op een vaste baan beloofd, maar ik geloofde daar niets van. Er waren mij wel vaker dingen beloofd die achteraf niet doorgingen.'

Het arbeidsbureau en de sociale dienst lieten Claire doorgaans met rust, omdat men op de hoogte was van haar problemen in het verleden. 'Claire heeft het al moeilijk genoeg', was de opvatting, terwijl de Surinaamse juist behoefte had aan sturing en begeleiding. In de voorbereidingen voor een WIW-baan heeft ze nu eindelijk een houvast gevonden. Volgende week zal ze haar eerste officiële werkdag hebben als WIW'er in een verzorgingshuis voor geestelijk gehandicapten. ,,Ik loop daar nu nog stage en verricht alle taken van een normale verzorgster, behalve medicijnen uitdelen. Ja, het is een zware baan en ik had nooit gedacht dat ik het aankon.'

De voorbereidingsperiode voor de WIW-baan heeft Claire's zelfvertrouwen tot ongekende hoogte opgekrikt. Zes jaar lang kon ze doen en laten wat ze wilde, nu heeft ze verantwoordelijkheid. ,,Als ik te laat kom maken de anderen daar de hele dag grapjes over. Dat is niet leuk, dus kom ik op tijd. De samenwerking in de groep is het mooiste, dat je kritiek kunt geven en krijgen. Ik ben heel erg gevoelig en liet vroeger nogal eens over mij heen lopen. Ook binnen de groep kan iemand je echt op je hart trappen. Maar ik heb geleerd dat je soms gewoon moet slikken.'

Arthur: 'Ik leefde op straat'

Arthur (35) was metselaar op Curaçao, toen hij in 1990 besloot naar Nederland te verkassen. Op het Antilliaanse eiland had hij in het informele circuit een aardige kenissenkring opgebouwd, waardoor hij niet om werk verlegen zat. Er was altijd wel iemand die een klusje had, de manier waarop veel Antillianen hun brood verdienen. Arthur had de kunst van het metselen van zijn vrienden afgekeken en kreeg het vak zo aardig in de vingers.

Praktijkervaring alleen gaf niet genoeg voldoening, dus besloot hij in oktober 1990 naar Nederland te gaan om daar een metselopleiding te volgen. Het klaslokaal heeft de jonge Antilliaan nooit van binnen gezien. Zijn nieuwe woonomgeving, de Rotterdamse Millinxbuurt, oefende een grotere aantrekkingskracht op hem uit dan een metseldiploma. Zijn nieuwe vrienden hingen op straat, en dat beviel Arthur wel. De uitkering kwam keurig iedere maand binnen, terwijl hij zich op straat inliet met criminelen en af en toe zwart een metselklusje aanpakte. Een incidenteel uitzendbaantje was zijn enige legale betrekking in bijna tien jaar.

,,Ik was nooit geïnteresseerd in werk', vertelt Arthur. ,,Ik leefde op straat, had niet zoveel aandacht voor andere dingen. Diep van binnen wist ik dat ik fout bezig was, kon ik de dingen eigenlijk niet positief bekijken. Dat maalde al die tijd door mijn hoofd, maar ik deed er niets mee. Totdat het op een dag genoeg was. Ik ben naar een andere wijk verhuisd en heb mijn vrienden achtergelaten. Ik wilde iemand worden, iets van mijn leven maken.'

Arthur reageerde op een advertentie van de gemeentelijke WIW-organisatie Werkstad, die via de krant banen aanbood. Gebrek aan motivatie was er niet, al is het moeilijk om na tien jaar uitslapen iedere morgen je wekker te moeten horen. ,,Ik ben goed in mijn ritme gekomen', zegt hij grijnzend.

In de voorbereidingen voor een WIW-baan werd het verlangen naar een normaal bestaan alleen maar groter. Vooral de stages hebben Arthurs zelfvertrouwen enorm opgekrikt. ,,Ik werk bij onderhoudsbedrijf Coelers. In tegenstelling tot Curaçao moet in Nederland alles zwart op wit en nauwkeurig. Als je iets niet goed doet, krijg je het gelijk te horen. Daar heb ik veel van geleerd. Ik kan nu van alles, van leidingen zetten tot badkamers betegelen.'

mailIcon print |