Het samenwerkingsverband van minderheidsgroepen heeft het ontwerp Vreemdelingenwet 2000, dat binnenkort in de Tweede Kamer besproken wordt, op hoofdpunten afgewezen.
Dat bleek uit het overleg dat staatsscretaris J. Cohen van justitie deze week heeft gevoerd met de vertegenwoordigers van Marokkanen, Turken, Molukkers, Surinamers, Zuid-Europeanen, Antillianen en Vluchtelingen Organisaties Nederland (Von).
De nieuwe wet, vinden de minderheidsgroepen, lost op korte termijn misschien enkele problemen op van de overheid, maar betekent voor asielzoekers en immigranten een achteruitgang.
In de nieuwe wet zitten minder statussen en minder procedures. Pas na drie jaar wordt besloten of iemand definitief mag blijven of niet. Tot die tijd verkeert de vluchteling in onzekerheid.
De minderheidsorganisaties hebben hier bezwaar tegen. Afschaffing van de fase waarin een asielzoeker bezwaar kan maken tegen een beslissing, verzwakt hun rechtspositie.
In de nieuwe wet is een 'redelijk vermoeden' genoeg om iemand naar zijn identiteitspapieren te vragen. Het samenwerkingsverband vreest dat op die voorwaarde iedereen met een niet-Nederlands uiterlijk eerder onderworpen zal worden aan identiteitscontrole op illegaal verblijf.
Roy Hillers van het Surinaams Inspraakorgaan geeft als praktijkvoorbeeld de parkeerwacht die naar het paspoort vroeg van een Surinaamse foutparkeerder. ,,Dat heeft niks meer te maken met de gepleegde verkeersovertreding.''
Fatma üzgümüs, directeur van Von, noemt de Vreemdelingenwet 2000 ,,een legitimatie van de trage uitvoeringspraktijk van de Immigratie- en Naturalisatiedienst''.
Het samenwerkingsverband heeft aangekondigd zich te beraden op acties.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.