*

 
dossier

Archief

Gaandeweg

Dienke Bosscher − 08/01/00, 00:00

Mevrouw meldt zich met het bekende soort psychosomatische verschijnselen: trillen, transpiratie, hartkloppingen door de dag heen en soms 's nachts zodat ook slaapstoornissen vermeld staan in het verslag van de spreekuurhouder.

Veel mensen melden zich met deze of daar sprekend op lijkende problemen. Zulke duidelijke klachten die ook zo vaak voorkomen, moedigen het denken aan programma's aan. Bij iedere klacht hoort dan een vast programma om deze te verhelpen. Een klacht is echter niet meer dan één letter van een alfabet waarmee duizend-en-een verhalen geschreven kunnen worden. Die verhalen zouden we niet meer kunnen horen als die ene letter toereikend zou worden geacht voor het starten van het daarop van toepassing geachte programma.

Mevrouw zelf kan dit verhaal nog niet meteen vertellen. Zij dacht aan bloedarmoede, maar staalpillen hielpen tot dusver niet en ook de slaappillen verhielpen niets aan haar probleem. Haar scheiding heeft zij goed verwerkt, haar dochter floreert, haar jeugd kan het niet zijn want zowel vader als moeder hielden van haar met een liefde die zij van ganser harte beantwoordde en haar werk geeft haar veel voldoening, hoewel het vooral tijdens haar werk is dat haar klachten zich voor doen.

Haar werk. Mevrouw werkt in een gevangenis waar zij een afdeling coördineert waar vrouwelijke gedetineerden zijn ondergebracht. Beschrijft u eens een situatie waarin uw trillerigheid zich voordoet? Ja, niets van belang eigenlijk. Mevrouw beschrijft een situatie waarin datgene waarmee zij bezig is, niet afkomt. Ze is een perfectioniste, zo zet ze me op het verkeerde been, en daar moet ze van af. ,,Wat voor situatie was dat mevrouw, waarin u werd onderbroken in uw werk, zodat u ging trillen?'' ...Nou, ze was op dat moment net bezig om een brief te schrijven toen een collega haar vroeg om acuut ergens in te vallen. Ze wil dat wel doen want ze hebben het zelf zo georganiseerd dat dit ook kan, dus dat was helemaal geen probleem.

Wat was dat voor brief mevrouw die u net aan het schrijven was? Waar een mens toch allemaal z'n neus in wil steken. Toch: onder de kleinste knopjes zijn de grootste verhalen opgeslagen. Ze was juist bezig om een overplaatsing te bewerkstelligen van een gevangene zodat zij dichter bij haar kinderen kon zijn. En toen? Die brief moest afkomen die dag, anders was het te laat en haar chef heeft het er bij laten zitten, niets doorgegeven en die vrouw, moeder van drie kinderen, die rekende op haar. Niets kun je overlaten. Haar woede wordt nu voelbaar. Niets, niets voelen ze voor die vrouwen, laksheid, o, die onverschilligheid, nergens geven ze om. Mevrouw huilt nu van woede en ik, ik val voor haar, begrijp haar, zoveel rechtvaardigheidsgevoel, daar valt niet mee te leven in deze wereld. Alleen: rechtvaardigheidsgevoel brengt iemand niet naar een Riagg. Dat brengt misschien een steen door een ruit ja, maar trillen, dat valt niet thuis te brengen.

Mijn team doet zijn zegje. Dat rechtvaardigheidsgevoel, hoe zit dat? Moet dat niet verder onderzocht worden? Waar staat dat voor? Ze ergeren me, tornen aan mijn loyaliteit. Ze denken dat ik me teveel laat meeslepen en voor zoveel rechtvaardigheidsgevoel hebben ze wel een paar verklaringen, en zo fantaseren zij er lustig op los.

Ik ga terug. Vraag verder. Wat minder met haar probleem bezig, wat meer met haar leven. Gewone vragen nu, nergens op aansturend. Zij werkte eerst in een gevangenis met mannelijke gedetineerden, voelde zich vaak agressief bejegend daar, een mannensfeer waarin de aanwezigheid van vrouwelijke bewakers een tegenwicht moest bieden. Vrouwen worden nu werkelijk onder alle omstandigheden gebruikt, ingezet ten behoeve van mannen. Ook haar gedetineerde vrouwen. Eerst helpen zij hun man, hun vriend bij een overval, doen ze alles wat hij zegt, worden ze opgepakt, blijven ze loyaal, het moedertje, zorgend. Opgebeld worden ze op haar afdeling als hun man in een woedeaanval daarginds de boel kort en klein slaat. Alleen hun vrouw immers kan door de telefoon zo sussend met hem praten dat hij tot bedaren komt. Tot het uiterste gaan zij, die vrouwen, die bij haar hun straf uitzitten. Zíj doen voor die mannenafdeling het sociale werk. Zonder haar vrouwen waren die bewaarders daar nergens.

Al lang gaat het niet meer over trillen, transpiratie of hartkloppingen. Ook niet meer over onrecht en opstand. Over mannen en vrouwen gaat het nu. Over de mannen in haar eigen leven. Haar mishandelende echtgenoot en nee, de scheiding van hem betreurt zij niet. Over haar vader gaat het nu, die zo van haar hield maar zorgeloos beantwoorden kon zij die liefde niet, want wat moest er dan van moeder worden voor wie zij moest zorgen en met wie zij loyaal moest zijn als de ruzies tussen moeder en vader zo hoog opliepen terwijl zij nu juist van vader zoveel hield. En tenslotte gaat het over haarzelf en haar verdriet. Om de geliefde maar gemiste vader. Om de zwakke moeder die zij moest beschermen. Er kan een therapie beginnen en een programma voor psychosomatische klachten zal het niet zijn.

mailIcon print |