*

 
dossier

Archief

De joodse gemeenschap neemt eindelijk haar plaats weer in

Ruud van Haastrecht − 28/01/00, 00:00

Het is niet voor het eerst dat de politiek zich buigt over de kwestie van het Rechtsherstel van de joodse overlevenden van de Endlösung. Maar zoveel is duidelijk: dat wat de Nederlandse overheid sinds 1945 heeft gedaan voor het herstel van de materiële en emotionele schade van de overlevenden van de holocaust is onvoldoende.

De terugkeer in de Nederlandse samenleving na jaren van onderduik of concentratiekampen is door veel van de naar schatting 25000 joodse overlevenden als bijna even traumatisch beleefd als de oorlogsperiode zelf. Pas recent is er aandacht ontstaan voor deze tweede holocaust, een term van kampoverlevende G.L. Durlacher. In de zomer van 1945 was het klimaat antisemitischer dan ooit. Vijf jaren van Duitse propaganda en de door de bezetter aangebrachte tweedeling tussen joden en niet-joden lieten zich voelen. Veel joden kregen bij hun terugkeer antisemitische opmerkingen te horen die hen diep krenkten. Ook kostte het ze vaak de grootste moeite om hun huis, spullen en soms zelfs hun winkel of bedrijf terug te krijgen. De achterblijvers hadden niet meer gerekend op de terugkeer van de weggevoerde joden.

De Nederlandse overheid schoot de repatrianten eveneens moeizaam te hulp. De regering spande zich niet in voor de repatriering van joden uit de Duitse vernietigingskampen. De overlevenden die op eigen houtje de Nederlandse grens bereikten kregen geen extra zorg, onder het mom dat er geen onderscheid wordt gemaakt tussen niet-joden en joden. De overheid stond hen evenmin terzijde in het terugverkrijgen van hun rechtmatige eigendommen. Joodse onderduikwezen werden in bijna de helft van de gevallen in een niet-joods pleeggezin geplaatst.

Pas in 1952 kwam er een kentering, nota bene door een gerechtelijke uitspraak. Joodse Nederlanders die hun effecten waren kwijtgeraakt in de oorlog kregen hun schade voor negentig procent door de overheid gecompenseerd. Acht jaar later besloot de regering berooide joodse burgers alsnog grotendeels schadeloos te stellen, met de 125 miljoen D-Mark die de Bondsrepubliek dat jaar gaf als Widergutmachung.

Eind jaren zestig ontstond oog voor de grote psychische nood onder de joodse overlevenden van de oorlog en hun kinderen.

Het vijandig onthaal kort na de oorlog had een schrikreactie onder de gedecimeerde joodse gemeenschap tot gevolg. Veel joden kozen voor assimilatie en veranderden van naam en zelfs religie. Anderen emigreerden naar Israël of sloten zich op in eigen kring. De discussie over het rechtsherstel van de overlevenden van de holocaust heeft, hoe pijnlijk ook, daarom zeker ook een positief aspect: vijfenvijftig jaar na de oorlog neemt de joodse gemeenschap eindelijk haar plek weer in.

mailIcon print |