*

 
dossier

Archief

Een protest van Indië-veteranen

Jaap de Berg − 07/01/00, 00:00

'Heel Nederland één juichkreet' was de kloeke openingskop waarmee Trouw kond deed van de geboorte van - als ik me niet vergis - Willem-Alexander. Nog diezelfde dag uitten enkele lezers een telefonisch protest: in hun woning was geen jubel opgestegen.

Generaliseren - een krant ontkomt er niet aan. Maar het blijft hachelijk, vooral wanneer de strekking kan worden opgevat als beschuldigend. Dat zet kwaad bloed.

Onlangs bevatte de Verdieping een artikel van Indië-veteraan Jan Glissenaar. Hij verhaalde hoe Nederlandse militairen in december 1947 in het Indonesisch dorp Rawagede 181 mannen doodschoten. Ze hadden geweigerd de verblijfplaats van een guerrillaleider te verraden.

Het artikel was voorzien van een korte redactionele inleiding. Die begon zo: ,,De Nederlanders hebben fors huisgehouden in Indonesië voordat zij vijftig jaar geleden de souvereiniteit overdroegen.' Dat hier gewag werd gemaakt van 'de Nederlanders', namen diverse Indië-veteranen onder de lezers niet. De een sprak van 'een stuitende aantijging'; een ander van 'een krenkende generalisatie'; een derde meende dat de krant de militairen die in Indonesië moesten dienen, 'in hun integriteit zwaar (had) aangetast'.

Nu kun je die geïncrimineerde zin ook anders interpreteren. 'De Nederlanders' (in het toenmalige Nederlands-Indië) is niet hetzelfde als 'alle Nederlanders' (daar). Wie vaststelt dat 'de Nederlanders', pakweg, Suriname hebben gekoloniseerd, bedoelt niet de aandacht te vestigen op een complete volksverhuizing.

Maar het zou hypocriet zijn met dit argument de conclusie te ontwijken dat een zorgvuldiger formulering gepast was geweest. Hypocriet, omdat hetzelfde argument óns kortgeleden niet van een protest weerhield, toen de koningin 'de pers' de oren had gewassen.

De meeste reacties van Indië-veteranen waren kort maar krachtig. Een enkeling nam de moeite, met een uitvoerige brief ons deelgenoot te maken van zijn Indische ervaringen.

Joop de Lange was in de Nederlandse oorlogsjaren lid van een verzetsgroep en verspreider van Trouw, en in de Indische soldaat brenschutter. Hij hield in Indië een dagboek bij en baseerde daar later een boek op, 'Als de natuur zwijgt' (uitg. Bonneville, Bergen, 1995). In de brief waarmee hij dat boek ons toezond, kantte ook hij zich tegen die ene zin, maar niet tegen de publicatie van het artikel.

Dat sommige Nederlandse militairen 'flink huisgehouden' hadden, kon hij zich wel voorstellen, ,,als je zag wat er gebeurde als men je te pakken kreeg'. Van een nachtpatrouille van De Lange's compagnie werden eens zes man gevangengenomen door de TRI (Tentara Republik Indonesia). ,,Hun lijken werden twee dagen later gevonden. Ogen uitgestoken en de penis in de mond gestopt'.

Het getuigt vermoedelijk van ernstige zelfoverschatting, wanneer een latere generatie doet alsof zij, met dit soort taferelen geconfronteerd, het humanitaire oorlogsrecht stipt zou hebben nageleefd. Daaraan ergeren zich Indië-veteranen terecht, óók de overgrote meerderheid die niet bij excessen als in Rawagede was betrokken.

Hun lot is sowieso al weinig benijdenswaardig. Zo'n 100 000 dienstplichtigen en 20 000 vrijwilligers vertrokken in de jaren 1945-1949 naar Indië. Veruit de meesten ontbrak het aan kennis van het land, van de tegenstander en van het politieke schaakbord waarop zij pionnen waren.

De overheid, bijna alle politieke partijen en het dagblad Trouw hielden hun voor dat ze niet vertrokken om een koloniale oorlog te voeren, maar om Insulinde te bevrijden. Op ruim zesduizend man na, die sneuvelden, keerden ze terug als verliezers, niet omdat ze hun plicht verzaakt hadden, maar omdat de politici zich hadden misrekend.

Velen hunner zijn nog in leven. In plaats van erkenning en respect te vinden voor de tragiek van hun lot hebben ze meermalen moeten beleven hoe het beeld dat de publieke opinie zich van hun optreden vormde, werd bepaald door discussies over excessen.

Een jongere briefschrijver (jaargang 1963) verbaast zich erover dat sommigen daardoor verbitterd zijn. ,,Als Indonesiërs die die tijd hebben meegemaakt, niet met rancuneuze en verbitterde gevoelens zitten', schrijft hij, ,,wat weerhoudt die Hollandse veteranen er dan van om een streep onder het verleden te zetten?' Ik vrees dat in elk geval een deel van het antwoord moet luiden: het ongeneeslijk onvermogen van een latere generatie om zich in te leven, niet eens zozeer in de praktijk van een ongeregelde oorlog als wel in de normen en het psychologisch klimaat van een voorgoed voorbije tijd.

mailIcon print |