De belangrijkste maatregelen vanaf 1953 voor de financiële positie van leraren:
1953: De salarissen worden gekoppeld aan de ambtenarenlonen. Een eerstegraads leraar ging er 23 procent op vooruit.
1956-1960: Stijging ambtenarensalarissen met 8 procent.
1962-1964: Onder druk van lerarentekort forse loonsverhogingen, 10 procent in 1964.
1975-1977: Lagerbetaalde leraren krijgen meer door nivelleringsbeleid onder Den Uyl.
1978: Verlaging beginsalarissen academici. Eerstegraads leraren gingen er vier periodieken op achteruit.
1985: Herziening Onderwijs Saliëring (HOS). De salarissen van beginners gingen omlaag. Leverde de staat honderden miljoenen op. Leidde tot protest van de 'nahossers' (jonge leraren).
1991: Verhoging aanvangssalarissen voor sommige leraren in het basisonderwijs. Compensatie voor nahossers.
1994: Toeslag op begininkomens, oplopend tot 20 procent. 1997: Verhoging lonen van jongeren op basisscholen.
2000: Onderwijskrachten halen eerder hun maximumsalaris.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.