Er zijn christenen die menen dat in het nieuwe millennium Jezus zal wederkeren. Sommigen hebben hun aardse bezittingen verkocht en zijn naar Israël getrokken om ginds op de komst van hun verlosser te wachten. Tot zij een ons wegen? Daar ziet het naar uit.
Ook joden hebben in de voorbije tweeduizend jaar dikwijls tevergeefs gewacht op de messias. Dat gebeurde telkens naar aanleiding van een voorspelling. De eerste voorspelling werd gedaan door Farizeeën, die becijferden dat de messiaanse tijd zou aanbreken 3700 jaar na de schepping, dat wil zeggen aan het begin van de moderne jaartelling. Hun voorspelling wekte niet alleen valse hoop, maar bracht ook allerlei valse messiassen op de been. In de eerste eeuw van onze jaartelling dienden zich in Palestina her en der vechtjassen, warhoofden en zeloten aan als de beloofde verlosser. Onder hen bevond zich een enkele oprechte asceet. Jezus Christus is de meest vooraanstaande messias die uit het jodendom is voortgekomen, maar hij was niet de enige. Vóór hem werden verscheidene andere messiassen door Romeinse soldaten gedood. En ook na hem liepen verlossers en gezalfden de joodse geschiedenis in en uit.
Na elke teleurstelling deden de schriftgeleerden een nieuwe voorspelling. Na elke teleurstelling nam de geestdrift van het volk toe. De vorige messias was dan wel vals gebleken, maar een volgende zou zeker de ware zijn. In de vijfde eeuw, toen Rome werd geplunderd door Vandalen, zagen joden over de hele wereld daarin een voorteken van de messiaanse tijd. Een man die zich Mozes van Kreta noemde beweerde dat hij de joden van dat eiland naar het Beloofde Land zou brengen. Hoe? Heel eenvoudig. Zoals de bijbelse Mozes de wateren van de Rode Zee had gesplitst, zo zou hij de Middellandse Zee splijten. De gehele joodse bevolking van Kreta sprong in de golven en stierf de verdrinkingsdood. Ook hun messias zonk als een steen.
In de late middeleeuwen onststond er weer gedrang op het messiaanse toneel. Abraham Abulafia, Mozes Botarel, David Reubeni en Salomo Molcho passeerden de revue. In 1502 veroorzaakte een zekere Asjer Lemlin opschudding onder de joden van Venetië. Hij beweerde dat hij de profeet Elia was, die hen in een hemelse strijdwagen zou verlossen. Voorafgaand aan hun bevrijding dienden zij zich te louteren door langdurig te vasten. Toen Lemlin op de afgesproken dag niet verscheen, waren zijn aanhangers verbitterd. Met rammelende magen begaven ze zich naar de dichtstbijzijnde kerk om massaal tot het christendom over te gaan.
De invloedrijkste valse messias was Sabbataj Tsvi, een van oorsprong Turkse jood, die in de zeventiende eeuw een regelrechte massahysterie ontketende. Hij voorspelde de verlossing der joden in 1666. Tweemaal trad hij in het huwelijk, maar beide echtgenotes lieten zich reeds na enkele dagen van hem scheiden op grond van zijn impotentie. Vervolgens nam hij plechtig de Tora zelve tot bruid. Geschokt door deze heiligschennis deden de rabbijnen hem in de ban, maar het was te laat om hem onschadelijk te maken. Ongeveer een miljoen joden, van oost tot west, zagen in hem de langverwachte messias. Nadat Sabbataj een vierde huwelijk had gesloten, deze keer met een Poolse hoer, trok hij op naar Constantinopel om sultan Mohammed IV van de troon te stoten. De sultan liet hem in een kerker werpen, waar Sabbataj zich bekeerde tot de islam. Maar zijn messiaanse status was onaantastbaar. Blind voor zijn bedrog bleven zijn volgelingen naar Constantinopel stromen om hem eer te bewijzen. In 1691 stierf hij in gevangenschap.
Er schijnt ook een vrouwelijke messias te zijn geweest. Ze leefde in de twaalfde eeuw in Frankrijk en ze preekte de vrije liefde. Haar hebben de rabbijnen zo grondig uit de annalen weggezuiverd, dat zelfs haar naam niet bewaard is gebleven.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.