*

 
dossier

Archief

Opkomstcijfer in VS is nog veel te laag

Galen Irwin − 14/11/00, 00:00

Lage opkomstcijfers in de VS zijn een gevolg van het ontbreken van bevolkingsregisters. Zoals Nederland afkeer heeft van volkstellingen, zo ziet Amerika niets in een burgerlijke stand. Dat is een te grote inbreuk op de privacy. Wie wil kiezen moet zich daarom melden.

Nooit is zo grondig bewezen dat elke stem telt als bij de Amerikaanse presidentsverkiezing van het jaar 2000. Op ruim 100 miljoen getelde stemmen is het verschil tussen Gore en Bush nog maar ongeveer 200000 stemmen. Florida is al dagen bezig zijn stemmen te hertellen. Er zullen mogelijk nog nieuwe tellingen plaatshebben in New Mexico, Oregon en Iowa. Bovendien is er nog één senaatszetel onzeker.

In alle discussie over het belang van elke stem slaat men nog één aspect over. Nu al weten we zeker dat bijna de helft van de mensen met stemrecht daar geen gebruik van heeft gemaakt. De opkomst is niet alleen in Nederland, maar ook in veel andere landen een punt van discussie, maar hij is in de VS traditioneel laag.

Toen op de Nederlandse kiezers in 1994 viermaal een beroep gedaan moest worden, werden de provinciale verkiezingen tot het volgende jaar uitgesteld. Blijkbaar was vier beslissingen in één jaar te veel gevraagd van de Nederlandse kiezer. Vergelijk dat eens met het grote aantal beslissingen dat een Amerikaanse kiezer bij elke verkiezing moet nemen. Het maximum schijnt Chicago te zijn, waar de kiezer 78 aparte beslissingen moest nemen. Een andere reden voor de kiezer om niet naar de stembus te gaan is zijn ontevredenheid of zijn tevredenheid. Ze kunnen ziek zijn, op reis, ongeïnteresseerd et cetera.

Maar in de VS wint één reden het van alle andere. Veel mensen stemmen niet omdat ze niet zijn geregistreerd. Evenals in bijna elk politiek systeem moet de kiezer op een kieslijst staan om te mogen stemmen. In de VS staat minder dan 75 procent van alle burgers die de leeftijd hebben op zo'n lijst. Alleen als iedereen op de lijst op verkiezingsdag ook zou opkomen, zou de opkomst die van Nederland overtreffen, waar een opkomstcijfer van 73,2 in 1998 beschouwd werd als dramatisch laag.

De volgende vraag luidt waarom zo'n laag percentage van de potentiële kiezers geregistreerd is. Om dat te begrijpen moet men zich bewust zijn van enkele van de talrijke verschillen tussen de VS en een land als Nederland. Het eerste verschil is dat Amerika een federale staat is. Alle verkiezingen in de VS, met inbegrip van de verkiezing om het enige nationale ambt, dat van president, worden verzorgd door de deelstaten. En per staat zijn er verschillende kieswetten. Dat heeft de wereld de laatste weken wel begrepen bij het zien van wat in Florida is gebeurd. Binnen de staten zorgt de hang naar decentralisatie ervoor dat verantwoordelijkheden op de schouders terechtkomen van plaatselijke autoriteiten. Elke county in Florida heeft een toezichthouder op de verkiezingen. Zo kon de county-raad van Palm Beach zaterdag beslissen dat er met de hand opnieuw geteld zou worden.

Maar dit is nog niet eens het grootste verschil tussen Nederland en de VS. De toezichthouder van de county is verantwoordelijk voor het registreren van de kiezers. Hij heeft de opdracht om een kieslijst in de county samen te stellen. Deze taak is vergelijkbaar met die van de gemeente in Nederland. In Nederland is dit nogal eenvoudig. Je neemt het bevolkingsregister en streept alle namen door van degenen die nog te jong zijn, van buitenlanders of van wie verder geen stemrecht heeft. Maar ook dan nog gaat er geen stemming voorbij of er wordt wel melding gemaakt van een overledene of een baby die een oproepkaart ontving.

Zo eenvoudig is het niet voor de toezichthouder van de Amerikaanse county. De kern is dat de Verenigde Staten niet zoiets kennen als een bevolkingsregister. Een burger die van de ene gemeente naar de andere verhuist, hoeft zich niet bij de ene uit en bij de andere in te schrijven. Daardoor hebben counties geen precieze informatie over wie er in de county woont. Er wordt alleen elke tien jaar een telling gehouden om vast te stellen hoeveel mensen er wonen in elke gemeente, county en staat. Ook dan wordt niet geregistreerd wie in deze bestuurseenheden woont.

In Nederland is er sinds 1971 geen volkstelling geweest. De regering besloot toen wegens protesten over privacy af te zien van volgende pogingen. Toch is er nooit een oproer geweest tegen het bevolkingsregister. In de VS is de situatie omgekeerd. Er is daar maar weinig weerstand tegen de volkstelling, maar geen enkele overheidsinstantie heeft het ooit gewaagd om iets als een bevolkingsregister in te stellen.

Als er zo'n register van inwoners ontbreekt, moet de kieslijst op een andere manier worden gemaakt. In sommige landen ziet men het als de taak van de overheid om zo'n lijst samen te stellen. Maar in de VS ziet men het als een verantwoordelijkheid van de burger om zichzelf op de lijst te zetten. Stemmen wordt traditioneel niet alleen gezien als een recht maar ook als een voorrecht waar de kiezer zich enige moeite voor dient te getroosten. Het is lastig voor de kiezer dat hij in de meeste staten ten minste een maand voor de stemming met dit initiatief moet komen. Op dat moment zijn veel kiezers nog niet voldoende betrokken bij de campagne om die stap te ondernemen en als de verkiezingsdag aanbreekt, kunnen zij niet stemmen. In de staat Wisconsin kunnen de kiezers zich op de verkiezingsdag nog laten inschrijven, maar dat kan tot problemen leiden. Republikeinen hebben geklaagd dat ze een Democratische vrijwilliger in een stad sigaretten zagen uitdelen aan daklozen om hen te laten registreren om te kunnen stemmen.

In 1993 werd een nationale wet aangenomen die bepaalde eisen aan staten stelde voor de registratieprocedures. Als je een rijbewijs wilde halen, kon je je tevens laten inschrijven als kiezer. Aangezien men een nieuw rijbewijs moet aanvragen bij verhuizing van de ene staat naar de andere, zou dat kiezersregistratie in de nieuwe staat makkelijker maken.

De wet eist tevens dat men zich als kiezer kan registreren bij bepaalde overheidsbureaus zoals sociale diensten en diensten die verantwoordelijk zijn voor voorzieningen voor invaliden. De wet zorgde ervoor dan men zich ten slotte ook per post kon registreren. Gevolg van de wet was dat er meer dan drie miljoen kiezers extra waren bij de verkiezingen van 1996. Er zijn echter klachten dat plaatselijke toezichthouders onvoldoende in staat waren om na te gaan of kiezers echt stemrecht hadden en dat dubbele inschrijving te makkelijk was.

In 1997 kwam de federale kiescommissie na een onderzoek naar de gevolgen van de nieuwe wet met de aanbeveling dat de staten per staat een database zouden aanleggen op basis van het sociaal-verzekeringsnummer.

De presidentsverkiezingen van 2000 hebben getoond hoe verouderd talrijke kanten van het Amerikaanse verkiezingssysteem zijn. Hopelijk groeit daardoor de steun om het Amerikaanse kiesstelsel de 21ste eeuw binnen te loodsen.

mailIcon print |