Na een opknapbeurt die bijna drie jaar heeft geduurd, is het Centre Pompidou in Parijs weer open voor publiek. Het in 1977 geopende museum voor hedendaagse kunst was hard toe aan renovatie, alleen al door de onverwacht grote toevloed van publiek in de twee afgelopen decennia.
Op de eerste twee dagen van het nieuwe millennium was de toegang gratis. De eerste dag meldden zich al 40 000 mensen. Het aanvankelijk zeer omstreden museum in het hart van Parijs, met de bijnaam 'la raffinerie' (de raffinaderij) wegens de buizen voor onder meer elektriciteit en aan- en afvoer van water aan de buitenkant, heeft zijn plaats gevonden. Net als indertijd de Eiffeltoren, die afgebroken had moeten worden na de Wereldtentoonstelling van 1900, en die nog steeds hèt symbool van Frankrijk is.
Het museum is voor 200 miljoen gulden opgeknapt. Dat was nodig, omdat er sinds de opening gemiddeld 25 000 bezoekers per dag kwamen, in plaats van de voorziene 5 000. De versleten stoffen vloerbedekking is vervangen door betonnen 'parket'; de bezoekers zijn enthousiast.
Maar er is ook teleurstelling: de roltrappen door een plexiglazen buis naar de bovenste verdieping met terrassen, restaurant en een uitzicht over heel Parijs, zijn niet meer gratis. Alleen mensen die een toegangskaartje voor het museum kopen, kunnen daar nog heen.
Op 11 januari opent president Chirac het vernieuwde museum officieel.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.