De rooms-katholieke kerk in Colombia mag tachtig procent van de bevolking tot haar aanhang rekenen. Inmiddels heeft ze het asociale verleden van zich afgeschud, maar op ethisch en theologisch gebied leeft een groot deel van de clerus en de kerkleiding nog altijd in het verleden. Een minderheid is daar niet bepaald blij mee, al halen sommigen er de schouders over op: ,,Ik doe liever concreet werk onder de armen dan me te verliezen in abstracte discussies met plaatselijke bisschoppen.''
Señor Caído, de gevallen Heer. Zo heet het heiligdom, 3200 meter boven Bogotá. Op deze Cerro de Monserrate -de naam van de bergtop- klopt sinds vier eeuwen het hart van de Colombiaanse roomse volksdevotie. Iedere zondag stromen duizenden pelgrims hier samen. De meest fanatieken schuifelen op bebloede knieën langs het rotspad omhoog. Boven prijzen kooplieden luidkeels foeilelijke devotionalia aan. Fluorescerende afbeeldingen van Christus, liggend onder het kruis, hangen naast kalenders met het goddelijk kind op elke pagina. Maar ook posters van Che Guevara en replica's van de Teletubbies behoren tot het aanbod. En van honger zal de bezoeker hier evenmin omkomen.
Voor Hector Torres, directeur van het progressief-katholieke opinieblad Utopías, is deze Jezus-cultus typerend voor het conservatisme binnen de rk kerk in zijn land. ,,Zelfs van de priesters -totaal 20.000- denkt driekwart nog steeds in theologische termen van vóór Vaticanum II.''
Om uitleg verzocht: ,,Bij het begin van het tweede Vaticaans concilie (1962-1965) bleek bij ons de katholieke kerk niet voorbereid op alle diepgaande vernieuwingen in theologisch, ethisch en sociaal opzicht die daar uit voortvloeiden. De bisschoppen en de meeste priesters negeerden ze.''
,,Zelfs toen de Latijns-Amerikaanse bisschoppen op hun historisch topoverleg in Medellin (1968) eindelijk besloten zich in te zetten voor de armen, gaven de Colombiaanse collega's niet thuis. Ze bleven als vanouds nauwe relaties onderhouden met de financieel-politieke elite. Pogingen, in 1968 en 1970 door hervormingsgezinde priesters ondernomen, om de opvattingen van het concilie ook in Colombia ingang te doen vinden, werden afgestraft. Eerder (1966) had dit genadeloze conservatisme de populaire studentenpastor Camilo Torres al de linkse guerilla en ten slotte de dood in gedreven.''
,,Terwijl in landen als Argentinië, Brazilië en Nicaragua de bevrijdingstheologie hoogtij vierde en duizenden progressief-kerkelijke basisgemeenschappen ontstonden, viel bij ons van dit alles weinig te bespeuren. Aartsreactionairen als kardinaal López Trujillo van Medellin maakten hier in belangrijke mate de dienst uit.''
Volgens Hector Torres kwam pas rond 1985 een eind aan de onverschilligheid die de rk kerk in Colombia tegenover sociaal onrecht aan de dag legde. Geleidelijk trad ze steeds vaker in het krijt tegen schendingen van de mensenrechten. Vooral sinds 1991, het jaar waarin de katholieke kerk haar eeuwenoude positie van staatskerk verloor, is de betrokkenheid bij het maatschappelijk gebeuren toegenomen. Kerkelijke leiders als Alberto Giraldo van Medellin en Isaias Duarte van Cali spelen bij die bewustwording een belangrijke rol. Torres: ,,Maar op leerstellig en ethisch terrein blijft de kerk in dit, voor tachtig procent katholieke, land nog altijd conservatief.''
,,Ja'', beaamt Astrid Yarce en vult aan: ,,Daar heeft de huidige paus wel voor gezorgd. De afgelopen twintig jaar zijn hier vrijwel uitsluitend bisschoppen benoemd die in beide opzichten de behoudende opvattingen van Johannes Paulus II delen.'' Yarce is coördinatrice van Unión de Seglares Misioneros (Usemi), een kritische organisatie van katholieke leken, met de stad Medellin als uitvalsbasis.
Yarce maakt duidelijk dat ook op het gebied van inculturatie (aanpassen van liturgie en theologie aan lokale zeden en gewoonten) en wat betreft de rol van vrouwen en leken in de kerk, Colombia zeker niet voorop loopt. ,,Bij de herdenking van dertig jaar 'Medellin' liet bijna niemand van de bisschoppen zich zien.''
Usemi doet aan armoedebestrijding, culturele bewustwording en evangelisatie. Maar de organisatie krijgt geen steun van de katholieke kerk. Astrid Yarce: ,,We werken vooral met zwarten, stimuleren hun eigen cultuur, en dat vindt men te confronterend. De kerk in Colombia mag dan socialer zijn dan eerst, revolutionair en minder rijk is ze zeker niet geworden.''
Dat blijkt ook in een gesprek met mgr. Duarte, de aartsbisschop van Cali. Een rustige man die zich onbevreesd inzet voor sociale gerechtigheid en vrede in zijn land. Duarte hekelt het neo-liberalisme van de regering -,,dat lost onze sociaal-economische problemen niet op''- en heeft geen goed woord over voor alle geweld en terreur door linkse guerrilleros, rechtse paramilitairen en het leger begaan tegen de straatarme boerenbevolking: ,,Wij staat aan de kant van het onderdrukte volk.''
Maar het verwijt van kritische leken als Torres en Yarce dat de kerk in Colombia te streng is in de leer, vindt bij hem geen begrip. ,,Onzin. We houden ons aan de richtlijnen van het Evangelie. En die kennen geen pardon voor zaken als abortus, echtscheiding, promiscuïteit, homoseks, en kunstmatige geboorteregeling. Wie dit soort praktijken goedpraat zondigt tegen Gods geboden. Dat lijkt me duidelijk.''
,,Ach'', zegt Ignacio Madera, terwijl hij de schouders ophaalt, ,,ik doe liever concreet werk onder de armen dan me te verliezen in abstracte discussies met lokale bisschoppen.''
Madera, een pater salvatoriaan, staat aan het hoofd van de theologische faculteit van de katholieke universiteit in Bogotá en is coördinator van de theologische commissie van de gezamenlijke Colombiaanse religieuzen. Daarnaast werkt (en woont) hij in de 'barrio Puertorico', een van de talloze sloppenwijken die de hoofdstad kent. De werkloosheid is er hoog. Wat de belangrijkste reden vormt voor het wijdverbreide alcoholisme, de drugsoverlast en prostitutie in de wijk.
Het is zondag en de kerk van pater Madera, een vierkant stenen gebouw met golfplaten dak, puilt uit van de gelovigen. Het blijkt een bijzondere dag: tientallen kinderen, de meesten tussen zeven en tien jaar, doen hun eerste communie.
Trotse vaders en moeders fotograferen de communicantjes die er piekfijn maar schriel uitzien. De meisjes zijn als bruidje gekleed, in het wit en met een tulen sluier op het hoofd. De jongens, zorgvuldig in het pak gestoken, dragen witte handschoenen en een rozet op de revers. Veel ouders hebben schulden gemaakt om hun kind er zo mooi mogelijk uit te laten zien. Madera: ,,Je kunt roepen wat je wil, dat God daar absoluut tegen is en zo, ze luisteren toch niet.''
De sfeer tijdens de dienst is ontspannen. De pater, een opgewekte, kleine, wat gezette vijftiger, grapt tegen de communicantjes: ,,Jullie moeten er voortaan voor zorgen dat ook je pa en ma zondags in de mis zitten. Als ze weigeren trek je hen maar aan hun oren. Dat mag van mij.'' Later wil iedereen per se met hem op de foto. Madera voldoet gewillig aan alle verzoeken: ,,Als je als pastor niet één wordt met je medegelovigen blijft de theologie een dode letter.''
En: ,,We moeten de gegoede middenklasse en de rijken bij het sociale werk van de kerk betrekken. Ze met de neus op de feiten drukken en, desnoods met verbaal geweld, hun schokkende desinteresse voor het lot van de miljoenen armen doorbreken. Anders verandert er hier nooit wat.'' Reden waarom hij een groep jonge intellectuelen om zich heen heeft verzameld die meehelpt bij het parochiewerk.
Na afloop van de dienst is er voor de communicantjes een feestlunch in het wijkgebouw: tamales (een mengsel van bonen, rijst, kip en erwten, gewikkeld in een bananenblad), maïsbroodjes en warme chocolademelk. ,,De kinderen voelen zich hier veiliger dan thuis'', constateert Madera. ,,Daar krijgen ze slaag van hun dronken vader, worden ze dagelijks uitgekafferd door hun eeuwig zwangere moeder, lopen ze kans geronseld te worden door een van de vele jeugdbendes uit de buurt. En daar word je als kind niet echt beter van.''
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.