*

 
dossier

Archief

Hoe meer telefoons, des te meer democratie

Door: redactie − 22/01/00, 00:00

Jaap van Till, adviseur bij Stratix Consulting:

,,Het eerste dat opvalt aan de kaarten is de stuitende ongelijkheid: de vaste telefoons zijn vooral te vinden in Noord-Amerika, Europa, Australië en een klein deel van Azië. Elders heeft bijna niemand nog telefoon. Het telefoondistrict Amsterdam telt bijvoorbeeld net zo veel vaste aansluitingen als geheel Afrika. De reden is dat verkeer verkeer aantrekt. Waar het druk is wordt het nog drukker.''

,,Dat verschil blijft nog wel even zo. Ook de allernieuwste satelliettelefoon is er vooral voor de rijkelui die door de jungle willen trekken. De duivel poept ook hier weer op de grootste hoop.''

,,Is het aantal telefoonaansluitingen belangrijk? Ja. Er is een correlatie tussen het inkomen per hoofd van de bevolking en de telefoondichtheid. Dat is bijna een rechte lijn. En de socioloog professor Stonier heeft de stelling ontwikkeld dat er boven een bepaalde telefoondichtheid geen

dictaturen meer bestaan. In Griekenland verdween het kolonelsregime toen het aantal telefoons die grens doorbrak. Als mensen elkaar goed kunnen bereiken kun je ze niet meer belazeren. Stonier voorspelde tien jaar voordat de Berlijnse muur viel dat er zoiets zou gaan gebeuren. In China is die dichtheid nog niet bereikt. De studenten van het Plein van de Hemelse Vrede probeerden elkaar te informeren met faxen, maar dat was nog onvoldoende.''

,,Sinds medio 1999 gaat er al meer internetverkeer over de vaste netwerken dan spraakverkeer. Naar analogie met Stonier heb ik zelf de stelling ontwikkeld dat 250 computers per 100 000 mensen een kritische grens is voor de bureaucratie. Landen die onder die grens zitten kennen een verstikkende bureaucratie, vinden alle vernieuwingen eng en houden alles tegen. Dat is ook heel dodelijk voor een economie.''

,,Nederland heeft nu met vijftig pc's per honderd inwoners een van de hoogste computerdichtheden van de wereld. Dat zal ook snel tot intensief gebruik van het internet leiden. De groei daarvan verloopt, net als bij bijvoorbeeld mobiele telefonie, explosief. Elk jaar verdubbelt het, in het begin van honderd naar tweehonderd, naar vierhonderd enzovoorts. De eerste jaren lijkt er dan niets te gebeuren, maar plotseling heeft iedereen het. Het is als een vijver met lelies die elke dag verdubbelen en na 32 dagen de hele vijver bedekken. Na 29 dagen is de vijver nog goeddeels leeg en op de 31ste dag is nog altijd de helft ervan onbedekt. Een jaar geleden had een kwart van de Nederlanders een mobiele telefoon, nu is dat de helft en over een jaar heeft bijna iedereen een gsm-toestel.''

mailIcon print |