De zeven belangrijkste industrielanden (G7) zullen geen gezamenlijke stappen ondernemen om de koers van de Japanse munt, de yen, te drukken. Interventies op de valutamarkten blijven, ondanks het Japanse verzoek daartoe, uit.
Dat bleek zaterdag tijdens de eendaagse bijeenkomst van de G7 in Tokio.
Van achttien belangrijke munten in de wereld is de yen ten opzichte van de dollar de laatste twaalf maanden de op één na snelste stijger. Alleen de Mexicaanse peso klom nog sneller in waarde tegenover de dollar. De Japanse centrale bank heeft de afgelopen tijd al moeten ingrijpen, maar wilde ook medewerking van andere centrale banken. Japan vreest dat de dure yen de exportpositie zal schaden.
De ministers van financiën en de presidenten van de centrale banken van de VS, Japan, Duitsland, Groot-Brittannië, Frankrijk, Italië en Canada spraken in Tokio niet voor de eerste keer over de koersontwikkeling van de yen. Eind vorig jaar sprak de G7 al zijn zorgen uit over de hoge yen en dit keer volgde een vrijwel indentieke slotverklaring: zorg, maar geen actie.
De Japanse munteenheid is zo duur door afnemende investeringen en lage consumentenbestedingen. Daarnaast zoeken beleggers nog steeds naar de nog als goedkoop te boek staande Japanse aandelen. Daardoor is er krapte op de geldmarkt in Japan, hetgeen de koers van de yen sterker maakt. Ingrijpen van de centrale bank, vorig jaar tot dertien keer toe voor zo'n 140 miljard gulden, is tot op heden zonder gevolg geleven. Het rentewapen kan ook niet worden gebruikt om de economie te stimuleren, de rente in Japan is al nihil.
Dat de G7 de waarde van de yen opnieuw geheel door de markt laat bepalen, is geheel volgens de verwachtingen. Vrijwel alle uitingen voorafgaande aan de top wezen in die richting.
De zeven industrielanden zien wel een verbetering van de Japanse economie. Van een duurzaam herstel wordt echter niet gerept.
In de wandelgangen van de top is de benoeming van een nieuwe directeur voor het Internationaal Monetair Fonds (IMF) besproken. De huidige directeur, de Fransman Michel Camdessus, treedt komende maand af. Over zijn opvolging is nog altijd onenigheid in Europese kring. Duitsland heeft Caio Koch-Weser naar voren geschoven, maar die kan nog niet op de goedkeuring van alle G7-landen rekenen. Groot-Britannië en Frankrijk vinden de Duitse staatssecretaris van financiën nog te onervaren. En de VS hebben nog geen voorkeur uitgesproken. Nederland steunt Koch-Weser wel. Frankrijk houdt niet alleen een slag om de arm, maar schermt ook met een eigen kandidaat. De Duitse bondskanselier Schröder zal vooral in Parijs steun moeten verwerven.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.