Een vuurwerkcontroleur van het ministerie van defensie heeft het openbaar ministerie in 1995 gewaarschuwd voor te licht geclassificeerd vuurwerk. Bij controles van vuurwerkbedrijven bleek in dozen zwaarder vuurwerk te zitten dan het etiket aangaf.
,,Op de dozen zaten mooie stickers, maar de vlag dekte de lading niet meer'', zei gisteren voormalig defensiecontroleur H. Bouma. Hij moest als getuige verschijnen voor de rechter-commissaris. Het 'voorlopig getuigenverhoor' dient als basis voor het oordeel van de rechtbank in Den Haag of de overheid aansprakelijk kan worden gesteld voor de circa half miljard gulden letselschade als gevolg van de vuurwerkramp in Enschede.
Bouma, tot 1997 verbonden aan het bureau Adviseur milieuvergunningen van Defensie, trok tijdens controlebezoeken aan vuurwerkbedrijven ,,weleens een doosje open'' en stelde soms vast dat er zwaarder vuurwerk in zat dan. ,,Ik heb bij het openbaar ministerie aangebracht dat er in vuurwerkland iets gaande is.'' Voor zover bekend hebben het OM in Zwolle noch de eveneens ingelichte Centrale recherche-informatiedienst iets met de signalen gedaan.
Bij SE Fireworks, het bedrijf dat op 13 mei ontplofte, trof Bouma bij zijn eerste bezoek in 1993 ,,een troep aan, een rotzooi, plus dat het daar gevaarlijk was en niet deugde''. Deuren van vuurwerkbunkers sloten niet goed en er lag zwaarder vuurwerk opgeslagen dan de vergunning toestond. Bouma stuurde de gemeente een brief op poten, maar een jaar later was er nog niets verbeterd. SE Fireworks kreeg van de gemeente Enschede steeds ruimhartig de ,,kans tot herstel''.
Tegen ernstige tekortkomingen trad de gemeente niet op omdat toenmalig eigenaar H. Smallenbroek met zijn gezondheid tobde en het bedrijf misschien wel zou opdoeken.
De gemeente had het bedrijfsterrein bovendien nodig voor woningbouw en vond het daarom ,,niet zinvol'' om Smallenbroek grote investeringen te laten doen. ,,Smallenbroek zat in een vervelende positie; hij wist niet waar hij aan toe was'', verklaarde de Enschedese milieuambtenaar G. Meijerink gisteren bij de rechtr-commissaris.
Vanwege de verhuizing van het bedrijf stond de gemeente opslag van vuurwerk in verplaatsbare zeecontainers en garageboxen toe. Enschede beschouwde het latere rampbedrijf als ,,een groot magazijn met een verhoogd brandgevaar, maar geen explosiegevaar'', aldus Meijerink.
De gemeente heeft niets gedaan met adviezen van Defensie om de zeecontainers en garageboxen brandwerend te maken. De brandweer van Enschede vond het de afgelopen jaren niet meer nodig om mee te gaan met bedrijfscontroles ,,omdat het er qua brandpreventie goed uit zag''.
Ondanks een advies van Defensie is de brandweer ook niet betrokken geweest bij de uitbreiding van de vuurwerkopslag van SE Fireworks in 1997 en 1999. De gemeente controleerde de -primitieve- brandblusinstallatie in het centrale bunkercomplex evenmin. Meijerink: ,,Dan zou je alle vuurwerk eruit hebben moeten halen. Dat was ook niet gebruikelijk, hoor.''
De rechter-commissaris verhoort vandaag de twee Defensie-adviseurs die vanaf 1997 bij SE Fireworks betrokken waren. Morgen moet minister Pronk van milieu in het paleis van justitie verschijnen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.