De onderzoeksrechters E. Pennink en A. Wildenburg zijn het treuzelen van het openbaar ministerie (OM) in Amsterdam beu. Voor 1 april moet officier van justitie H. de Graaf omschrijven waarvan hij de vijf hoofdverdachten in de Operatie Clickfonds verdenkt.
De rechters vinden dat de officier tijd voldoende heeft gehad om tot een nader gerechtelijk vooronderzoek te komen. Daarbij heeft hij het OM meermalen beloofd een exactere verdenking op te geven, maar die beloftes zijn steeds niet nagekomen.
De actie van de onderzoeksrechters is vooral bedoeld om het OM tot tempo te manen en de voortgang van het onderzoek te bevorderen. Dat wil niet zeggen dat als het OM de fatale datum van 1 april niet haalt de verdachten vrijuit gaan. Het lopende onderzoek tegen de vijf hoofdverdachten wordt dan gesloten en het OM moet dan beslissen of op basis daarvan met succes kan worden vervolgd. Een door de rechters gesloten onderzoek kan ook in het nadeel van de verdachten werken. Het staat de verdediging dan ook vrij het besluit aan te vechten.
De vijf verdachten zijn de voormalige beurscoryfeeën Adri Strating en Han Vermeulen, zakenman Dirk de Groot en de Nederlandse Zwitser Eddie Swaab. Ook het voormalige bedrijf van Vermeulen - Leemhuis en Van Loon BV - wordt tot de hoofdverdachten gerekend. Volgens een woordvoerster van de rechtbank en betrokken advocaten is na 2,5 jaar onderzoek nog steeds niet duidelijk waar het OM de verdachten van beschuldigt. Bovendien kunnen de advocaten niets ondernemen. Pas als duidelijk is wat het OM de verdachten verwijt, kunnen de advocaten met de verdediging beginnen. Onderdeel daarvan is het horen van getuigen. Die zijn nu zonder de aanwezigheid van de advocaten gehoord.
In de Operatie Clickfonds die eind 1997 met een inval op Beursplein 5 begon, loopt tegen ongeveer twintig mensen nog een gerechtelijk vooronderzoek. Het gaat daarbij om delicten als niet-ambtelijke omkoping, misbruik voorwetenschap, valsheid in geschrifte en belastingfraude. Tegen zo'n twintig anderen loopt een opsporingsonderzoek voor vergelijkbare vergrijpen. Het verschil tussen beide groepen is het gebruik van opsporingsmethoden. De eerste groep laat huiszoekingen en telefoontaps toe.
Vermoedelijk eind maart, begin april zullen in ieder geval drie kleine vissen uit het onderzoek voor de rechter komen. Het zal hoogstwaarschijnlijk draaien om dossiers met belastingfraude en valsheid in geschrifte. Maar een gang van de hoofdverdachten naar de meervoudige kamer lijkt er dit jaar niet meer in te zitten.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.