Verbetering van het onderwijs is belangrijker dan lagere belasting, vinden bijna vier van de vijf Nederlanders. Twee van de drie zijn zelfs bereid meer belasting te betalen als het onderwijs daar beter van wordt.
Dat blijkt uit een eerste 'Onderwijsmeter', een enquête onder 1700 Nederlanders die het Instituut voor toegepaste sociologie (ITS) uitvoerde. Na landen als de VS en Engeland wil nu ook het Nederlandse ministerie van onderwijs weten wat de gewone burger van het onderwijs vindt.
Die mening blijkt wel sterk samen te hangen met de eigen betrokkenheid. Wie kinderen in de schoolleeftijd heeft, blijkt vrij tevreden over wat je op school leert en heeft voor het onderwijs wel het rapportcijfer 7,5 over. De 'doorsnee-Nederlander' daarentegen vindt dat kinderen meer sociale vaardigheden en meer over normen en waarden zouden moeten leren, en geeft de Nederlandse scholen een zeven.
De waardering voor het beroep van leraar is niet zo laag als vaak wordt aangenomen. Op de vraag 'zou je de buurkinderen aanraden leerkracht te worden?' zegt bijna de helft ja.
De bereidheid om voor goed onderwijs meer belasting te betalen blijkt niet afhankelijk van het inkomen: in beide gevallen gaat het om ruim 60 procent. In de groep die niet bereid is meer belasting te betalen, zijn mensen met de laagste inkomens wel beter vertegenwoordigd dan de hogere inkomens: 25 tegen 21 procent. In verkiezingstijd zijn de voornemens die politieke partijen met het onderwijs hebben echter zelden bepalend voor de keus: slechts een op de drie Nederlanders laat dat meetellen. Dat blijken de hoger opgeleiden te zijn die de krant goed lezen en weten wat er op school gebeurt.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.