Amsterdam 2000 is voorbij. Gisteravond sloten de tienduizend evangelisten, evangelicale theologen en kerkleiders, van wie ruim de helft uit het Zuiden kwam, negen lange dagen van bidden, zingen, praten en hard werken af. Zelden hebben Rai en omwonenden een beter georganiseerd evenement meegemaakt. En al even opvallend: na afloop waren vrijwel alle congresgangers zeer tevreden, zoniet verrukt.
Vol nieuwe indrukken en contacten, en op de hoogte van moderne evangelisatietechnieken en strategieën -inclusief prediking on-line- gaat men huiswaarts om er de blijde boodschap nog efficiënter en gloedvoller te brengen. Voor velen geldt wat directeur Arnold van Heusden van de Evangelische Alliantie over de deelnemers uit zwart-Afrika zei, dat ze terugkeren met een schat aan onbetaalbare ervaringen. ,,Daardoor zullen zij een nieuwe ingang hebben in hun land, een nieuw gezag.''
En -zo kan men er voor zendelingen uit 'moeilijke' landen als Zuid-Soedan, Rusland en Pakistan aan toevoegen- 'Amsterdam' leerde hen er niet alleen voor te staan, maar deel uit te maken van één grote evangelische 'familie'. Dat besef was voor velen het hoogtepunt van dit samenzijn.
Door de Billy-Graham-associatie al bij voorbaat tot een van de grootste bijeenkomsten in de geschiedenis van het christendom gedoopt, was Amsterdam 2000 in elk geval een bijzondere happening. Ook voor iemand die de evangelicale principes niet aanhangt. Zelden waren zoveel landen en culturen op één plek vertegenwoordigd. Al kon men dat aan de sprekerslijst niet echt aflezen. Die droeg, net als de hele organisatie, een (te) sterk Westers accent.
Wie delen van de vele plenaire zittingen, workshops en seminars meemaakte raakte onder de indruk van de religiositeit en de diepe ernst waarmee de evangelisten de afgelopen dagen met het brede congresaanbod in de weer waren. Het had allemaal een minder vrijblijvend halleluja-gehalte dan buitenstaanders te voren vreesden. Het overvloedig prijzen van de Heer stond zakelijkheid en pragmatisme niet in de weg. Al viel de slotverklaring qua concrete doelstellingen tegen.
Wat men daarin met name miste was een oproep de strijd aan te binden tegen bestaande politiek-sociale structuren die de kloof tussen arm en rijk in de wereld bestendigen en onderdrukking legitimeren. Maar misschien was dit net iets te veel gevraagd van een conferentie waarvan de voorzitter (Graham jr.) de Republikeinse conventie voorging in gebed.
Het congres weerspiegelde het gegroeide zelfbewustzijn van de evangelicale beweging. Dit bleek uit de constatering van aartsbisschop Carey van Canterbury dat een nieuwe, niet aan kerkstructuren gebonden oecumene doorbreekt die naadloos aansluit bij het individialisme van onze tijd. Al sneed de oproep van theoloog J. Packer zich bij evangelisatie ook weer niet al te ver te verwijderen van de kerken, eveneens hout. Het slotdocument beaamt dat.
Er vielen de afgelopen week ook minder positieve zaken te melden. Zo mocht het merendeel van de deelnemers relatief jong zijn -tussen de 25 en 45-, bij de sprekers en inleiders was dat anders: die waren vrijwel allemaal fors ouder. Ook vrouwen kwamen weinig aan bod. Voor hen was zegge en schrijve één werkgroep gereserveerd. De Amerikaanse inleidster vertelde hoe ze door medecongresgangers telkens werd gevraagd of het wel bijbels was dat ze zich pastor noemde. God had vrouwen toch een ondergeschikte positie toebedeeld? Opvallend was dat in het slotstuk wél speciale aandacht werd besteed aan het bemoedigen van vrouwen (en jongeren) bij hun zendingswerk.
Wat de plenaire woordvoerders betreft hield bepaald niet iedere evangelicaal zich aan de wijze aansporing van de Engelse theoloog John Stott om minder arrogant te zijn. Een topspreker als Charles Colson bestond het om religies als boeddhisme, hindoeïsme en islam, met een mystieke traditie van eeuwen, af te doen als 'spirituele duisternis'. En Billy Grahams zoon Franklin behandelde de concurrentie al even simplistisch.
Onder Franklins leiding ontsnapte het congres niet altijd aan het gevaar van melodramatiek. Bidden voor de bekering van het gastland was er een voorbeeld van. Gelukkig zagen de deelnemers op Nederlands advies ervan af evangeliserend de straat op te gaan In plaats daarvan winkelde men in de vrije tijd bij Zeeman of De Bijenkorf. Utrecht en 'de stad der zonde', Graham jr.'s kwalificatie van Amsterdam, ontsnapten zo aan ongewenste geestelijke intimiteiten. 'Zonde' was de afgelopen week sowieso een veelgehoorde term. Waarbij opviel dat de concrete invulling van dit begrip ontbrak.
Toch was Amsterdam 2000 een succes. Al is het de vraag of zo'n, door Noord-Amerika gedirigeerd, mammoetcongres in een tijd van diversificatie, regionalisatie en ontwestelijking nog thuishoort. De derde wereld zal het antwoord geven.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.