* In de jaren zestig en zeventig waren de Nederlandse gebitten niet in al te beste staat en dat zag de overheid. Daarom mochten elk jaar zo'n 460 studenten tandheelkunde gaan studeren. Het gevolg was een flink overschot in de jaren tachtig: jonge tandartsen zaten in Nederland duimen te draaien of vertrokken naar het buitenland.
De overheid nam drastische maatregelen. Zij bracht het aantal eerstejaars terug naar 120 en sloot de faculteiten tandheelkunde in Groningen en Utrecht. De twee Amsterdamse faculteiten werden samengevoegd en daarnaast bleef alleen de opleiding in Nijmegen open. Waarmee de plank, achteraf bezien, fors werd misgeslagen.
Want de eerste tandartsen van de lichting die in de jaren zestig werd opgeleid, gaan binnenkort met pensioen. Zodoende verdwijnen er elk jaar 400 tot 450 tandartsen per jaar, schat de tandartsenvereniging NMT. En dan wreekt zich die jarenlange geringe opleidingscapaciteit in een flink tekort aan tandartsen.
De NMT dringt al jaren aan op uitbreiding van het aantal eerstejaars en met enig succes. Het aantal nieuwe studenten is geleidelijk gestegen naar 260 in het lopende studiejaar. Bovendien ging midden jaren negentig de Groningse faculteit weer open.
In het recente rapport van de adviesgroep capaciteit mondzorg wordt opnieuw gepleit voor een fikse verhoging van het aantal tandartsen, nu naar 300. Een stuk hoger dan die 120 uit de tweede helft van de jaren tachtig, een stuk lager dan die 460 uit de jaren zestig en zeventig. Vraag is of het de beoogde gulden middenweg tussen tekort en overschot zal blijken.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.