*

 
dossier

Archief

Het gaat om het kínd

Arlette Dwarkasing − 09/02/00, 00:00

Directeur E. Hooymans van de Raad voor de kinderbescherming heeft de afgelopen jaren de negentien zelfstandige raden omgevormd tot één organisatie. Bij zijn afscheid concludeert hij dat de kinderbescherming 'opener' is, precies zoals de samenleving verlangde. Al beweert de cliëntenorganisatie anders. ,,Conflicten met boze, gescheiden ouders zullen er altijd blijven.''

De Raad voor de kinderbescherming moest een glazen huis worden. Dat was een belangrijk onderdeel van zijn missie in een periode - eind jaren tachtig, begin jaren negentig - waarin er veel kritiek was op de kinderbescherming. Het was een gesloten organisatie, wars van publiciteit, en met medewerkers die werden gezien als betweters. Het is in die tijd dat de term 'kinderdief' opdook als ouders de media opzochten met trieste en soms hartverscheurende verhalen over ingrijpen van de raad.

De kritiek was herkenbaar, beaamt landelijk directeur E. Hooymans. In de afgelopen vijf jaar heeft de organisatie zich, onder zijn leiding, in versneld tempo moeten aanpassen aan de eisen van de veranderende samenleving. ,,Mensen werden mondiger. Ouders én kinderen. Er werd meer openheid geëist van de overheid in het algemeen, dus ook van de kinderbescherming. Iedereen moest kunnen zien wie wat deed en inzage krijgen in rapporten. Er moest een duidelijke klachtenprocedure komen. En er moest een einde komen aan het verschil in de procedures bij de negentien (in ieder arrondissement één) zelfstandig werkende raden.''

De jeugdbescherming is nu onderverdeeld naar vijf regio's met ieder een eigen directie (en klachtencommissie), onder verantwoordelijkheid van de landelijk directeur die zitting heeft op het hoofdkantoor in Utrecht. En ook die openheid is er gekomen, zegt Hooymans met grote stelligheid. ,,Meldt u zich maar. Kom maar kijken. Documentaires of reportages maken over ons werk? U bent welkom. Maar natuurlijk wel altijd met voorzichtigheid, in verband met de privacy van cliënten.''

,,Er is heel veel veranderd. Tot eind jaren tachtig heerste hier een 'mono-cultuur'. We hadden maar één deskundigheid in huis. Raadsmedewerkers waren allen maatschappelijk werkers die ook de interne opleiding hadden gevolgd. Maar we hebben nu ook andere disciplines binnengehaald: psychologen en pedagogen. Raadsmedewerkers beslissen nu ook niet meer in hun eentje, maar altijd in teamverband.''

,,En kijk naar de publiciteit. Toen ik hier vijf jaar geleden kwam, stonden we bijna elke dag in de krant. Vaak met een stukje over dubieuze casuïstiek. De raad hield zijn mond en in de media bleef de zaak weken door dobberen. Da's nu anders. Wij werken mee. Als cliënten zelf de media opzoeken, geven we antwoorden als wij vervolgens gebeld worden. We voelen ons vrijer om op individuele situaties in te gaan. En ook wij maken fouten, daar moeten we voor uitkomen.''

Openheid naar de media is mooi, maar die lijkt afgedwongen door ontevreden cliënten die publiciteit zoeken. Terwijl de kinderbescherming reorganiseerde, hebben de mondiger geworden cliënten zich - met subsidie van het ministerie van justitie - georganiseerd. Het platform Samenwerkende cliëntenorganisaties in jeugdzorg en familierecht (SCJF) vertegenwoordigt zo'n vijftien ouder- (en een enkele grootouder-) verenigingen. Na een moeizame start, ruim drie jaar geleden, kwam er een regulier overleg tussen jeugdbescherming en het platform. Vorig jaar kwam daar de klad in, na het verschijnen van een informatieboekje voor ouders van de SCJF. In 'Kinderbescherming en valkuilen, deel 1' waarschuwt het cliëntenplatform ouders voor de Raad voor de kinderbescherming. 'Blijf er uit de buurt' en 'Houdt uw mond'. De raadsmedewerkers zouden niet objectief zijn en in hun onderzoek mededelingen niet op juistheid controleren.

Hooymans reageerde verontwaardigd en schortte het reguliere overleg met het platform op. Onlangs verscheen deel 2, speciaal voor 'gewone mensen in een scheidingssituatie'. Ook daarin ferme taal: 'Laat niemand van de raad binnen', 'Vraag of u het gesprek mag opnemen', 'Word niet te openhartig'.

Hooymans: ,,Conflicten met boze ouders komen voor het overgrote deel voort uit scheidings- en omgangszaken. Je hebt dan altijd te maken met twee partijen die elkaar niet kunnen luchten en zien. Ex-partners maken elkaar uit voor 'rotte vis' en dan moeten wij uitzoeken of het waar is? Wij zijn geen opsporingsbureau. Wij doen per definitie niet aan waarheidsvinding. Natuurlijk zullen we kijken of het klopt als iemand beweert dat een kind bij de ene ouder niet goed wordt verzorgd. Maar belangrijker dan de mening van de strijdende ouders is voor ons het belang en de beleving van het kind. Wel moeten we ouders, beter dan in het verleden misschien, duidelijk uitleggen waaróm we bepaalde dingen wel of niet verder onderzoeken.''

Wie de boekjes van het cliëntenplatform leest, herkent daarin de stem van de benadeelde ouder - meestal de vader. Achter de ferme taal schuilen diepe emoties van mensen die hun kinderen 'door een beslissing van de raad voor de kinderbescherming' soms al jaren niet meer kunnen zien. Hooymans is daar laconiek over. ,,Het zijn wel mensen die hun eigen problemen niet hebben kunnen oplossen, die ook zelf geen vrijwillige hulp hebben gezocht. Ook ik zou het mooier vinden als wij er niet tussen hoeven te komen en ouders elkaar, in het belang van hun kinderen, kunnen vinden in een omgangsregeling. Maar juist in die echtscheidingszaken zitten de meest vreselijke verhalen. En ik kan me voorstellen als iemand heel diep in je privé-situatie komt, je je dan uit alle macht gaat verdedigen. Maar voor ons staat het belang van het kind voorop, terwijl het platform vooral rechten claimt voor ouders.''

Jaarlijks zijn er zo'n 16 000 echtparen met kinderen die scheiden. Zo'n 4 000 paren krijgen het niet voor elkaar de zaken rond de kinderen onderling te regelen en nemen een advocaat of een echtscheidingsbemiddelaar in de arm. In 1998 heeft de raad voor de kinderbescherming 904 onderzoeken gedaan omdat ouders het niet eens konden worden over het ouderlijk gezag. Van die 904 gevallen die voor de rechter verschenen, heeft de raad er nog 521 op het nippertje kunnen 'redden'. Dat wil zeggen dat de raad tijdens de zitting, op verzoek van de rechter, optrad als bemiddelaar om een rechterlijke uitspraak te voorkomen. Hooymans: ,,Dat is eigenlijk niet onze taak. Het is jaren terug spontaan ontstaan bij de rechtbank in Den Bosch. In 1998 zijn we in twee vestigingen experimenten begonnen met 'raadsbemiddeling'. De resultaten waren zo goed, dat we ermee door zijn gegaan.''

Heeft de raad in de scheiding- en omgangszaken slechts een adviestaak, in de zogeheten beschermingszaken kan de raad meteen ingrijpen om de veiligheid van kinderen zeker te stellen. Ook in deze zaken (in 1998 7 465 gevallen) staat de raad wel eens tegenover boze, ontevrede of heel teleurgestelde ouders. Ingrijpen van de raad wordt toch ervaren als een falen van hun ouderschap.

Soms is het de samenleving die verontwaardigd is en vraagt waarom de raad 'pas zo laat' ingrijpt. Zoals vorige week bij 'tante Mildred' in Rotterdam. De zeer religieuze bejaarde vrouw hield al langere tijd vijf moeders en hun zes kinderen - die volgens haar ziek zouden zijn - bij zich thuis om ze te 'genezen'. In juli kwamen de eerste meldingen over 'duistere activiteiten' en kinderen die nauwelijks buiten kwamen. De raad deed onderzoek, maar aangezien de kinderen gezond waren, te eten kregen, naar school gingen en er onder het gezag van hun moeders verbleven, was er destijds 'niet voldoende grond' om in te grijpen. Pas vorige week zijn de kinderen op last van de kinderrechter, na een politie-inval, bij tante Mildred en hun moeders weggehaald. Nu dreigde er wel 'gevaar voor hun ontwikkeling'. Ze gingen niet meer naar school, hadden geen enkel contact met leeftijdgenootjes, ze communiceerden moeilijk en hun moeders bleken niet in staat voor hun belangen op te komen.

Verreweg de meeste zaken van de Raad voor de kinderbescherming zijn strafzaken (15 421 in 1998). ,,En op dat gebied krijgen we nooit klachten'', aldus Hooymans. De raad zet zich ondertussen wel in om de contacten met de cliënten te verbeteren. Er wordt geëxperimenteerd met een cliëntenpanel in Alkmaar, een cliëntenraad in Rotterdam en een cliëntenvertrouwenspersoon in Eindhoven. Ook wordt er een tevredenheidsonderzoek opgezet. ,,Het is van deze tijd, zou je kunnen zeggen. Maar belangrijk is dat we dit zelf willen. Tien jaar geleden zouden raadsmedewerkers hier helemaal niets voor hebben gevoeld.''

Hooymans waagt zich er niet aan iets te zeggen over de opvoedingscapaciteiten van ouders of de noodzaak van opvoedcursussen. ,,Maar als je aan onze kant staat en dus de uitwassen ziet, heb je de neiging achter de wetenschappers en korpschefs te gaan staan die ouders - met een zekere dwang - op hun verantwoordelijkheden willen wijzen.''

mailIcon print |