*

 
dossier

Archief

Journalist onder Milosevic

Abe de Vries − 07/01/00, 00:00

De Westerse verwijten aan het adres van de Servische media die bleven verschijnen ondanks Milosevic' censuur, maken hem razend. De stunts die sommigen van zijn Westerse collega's uithaalden in Kosovo eveneens. De Servische journalist Nenad Stefanovic over media en politiek in het land van Milosevic.

Nenad Stefanovic hoopt dat Servië gauw een saai land wordt. Al tien jaar is er iedere week groot nieuws. In zijn zwakke momenten wil de Servische journalist weg van de orkaan, is hij het zat om voor een miezerig salarisje van tweehonderd mark per maand in de Servische mallemolen mee te moeten draaien. ,,De Serviërs hebben alles al een keer meegemaakt. Niemand ligt nog ergens wakker van.''

Stefanovic (43) is een vooraanstaand journalist in Servië. Hij is verantwoordelijk voor de politieke analyses van Vreme en tekent ook voor de meeste interviews met politici in dit gezaghebbende oppositieweekblad. Een 'verrader' dus, in de dreigende taal van de staatsmedia.

Wie tegen het regime van Milosevic schrijft, loopt gevaar, weet hij uit ervaring. ,,Tijdens de Bosnische oorlog brachten we een voorpagina met een foto van Karadzic en de kop: De man die Sarajevo om zeep helpt. Onze verkopers werden op straat in elkaar geslagen. Iemand belde me met de boodschap dat hij wist langs welke weg mijn dochter naar school ging. Ik nam dat bloedserieus. Wekenlang heb ik haar gebracht en gehaald.''

Het afgelopen half jaar woedde in Servië het 'gevecht om Vuk'. Zowel Milosevic als de kleine oppositiepartijen in de Alliantie voor Verandering trokken aan de leider van de Servische Vernieuwingsbeweging, de controversiële schrijver-nationalist Vuk Draskovic, die begin dit jaar nog minister was in Milosevic' federale kabinet. Volgens Stefanovic was de aanslag op Draskovic' leven, begin oktober, het keerpunt. ,,Hij is nu definitief gewonnen voor de oppositie. Hij heeft het regime beschuldigd van moord en kan niet meer terug.''

Maar nog steeds hangt de grote donkere wolk van 1997 boven de Servische oppositie. Een stroom wederzijdse verwijten maakte toen een eind aan een verbond tussen Draskovic en Zoran Djindjic van de Democratische Partij. Nu de dagelijkse protesten van de Alliantie zijn mislukt, heeft de oppositie van de Europese Unie twee maanden de tijd gekregen een gezamenlijke koers uit te stippelen. Insiders verwachten dat Milosevic in maart of april vervroegde gemeentelijke verkiezingen toestaat.

Ondanks een voor de regering gunstige nieuwe wet op lokaal zelfbestuur zou de oppositie zulke verkiezingen kunnen winnen, maar volgens Stefanovic alleen als het anti-Milosevic kamp één kieslijst weet te presenteren. ,,Milosevic rekent erop dat de oppositie daartoe niet in staat is. In mijn ogen staan ze voor de finale test. Ze moeten nu eindelijk erkennen dat ze zonder Vuk Draskovic tot niets in staat zijn. Laat hem zo'n gezamenlijke lijst maar leiden. En Draskovic moet zich er volledig van bewust zijn dat hij het niet alleen kan. De makke is dat hij van die wazige messiaanse aspiraties heeft.''

Stefanovic is net terug uit Montenegro. Met de Montenegrijnse eresident Milo Djukanovic sprak hij over de toekomst van de Joegoslavische federatie - het tweede grote politieke thema in Servië. Hij heeft begrip voor het Montenegrijnse streven naar meer onafhankelijkheid zolang Milosevic aan het bewind is: ,,Djukanovic moet initiatieven nemen om de situatie in zijn land te verbeteren. Tot nu toe is hij voorzichtig geweest, maar mijn inschatting is dat hij in het voorjaar de knoop doorhakt. Het pas ingevoerde systeem van twee officiële munt-eenheden (de Joegoslavische dinar en de Duitse mark, red.) is geen succes. Bovendien komt Montenegro voor de vraag te staan of het moet deelnemen aan de federale Joegoslavische verkiezingen, die voor november volgend jaar op de rol staan. Ik denk dat het die verkiezingen zal boycotten. De boel kan dan snel uit de hand lopen. Vojislav Seselj, Milosevic' meest radicale bondgenoot, heeft gedreigd met de staat van beleg als Montenegro niet meestemt.''

Stefanovic was erbij toen Slobodan Milosevic eind jaren tachtig de macht greep. Hij zag hoe het nationalisme in Servië werd opgezweept door de media die Milosevic onder controle had gekregen, dezelfde media die van hem planmatig een nationale held maakten en die hem steunden in zijn campagne tegen de autonomie van de provincies Vojvodina en Kosovo. ,,Milosevic behandelde die kwestie op een totaal verkeerde manier'', zegt hij. ,,Hij had de kapperschaar moeten hanteren, maar hij hakte het hoofd er af.''

Stefanovic werkte voor Vecernji Novosti, een grote, niet-nationalistische krant met een pro-Joegoslavische oriëntatie. Toen hij in 1990 merkte dat Milosevic ook zíjn krant in handen probeerde te krijgen stapte hij over naar Vreme, dat net begon en bezig was een dreamteam van topjournalisten te formeren.

Gevraagd waarom Milosevic nog steeds aan de macht is, terwijl zijn land is geruïneerd, bijna een miljoen vluchtelingen telt en door de hele westerse wereld wordt uitgekotst als een pariastaat van bloeddorstige etnische zuiveraars, somt hij de machtsbronnen op waarover de Joegoslavische president kon beschikken, en nog steeds beschikt: de politie, het leger, de elektronische media, de zwarte economie, de verdeelde oppositie en het beleid van de internationale gemeenschap.

,,Servië heeft 160 politieke partijen, waarvan tachtig procent is opgericht in de laboratoria van Milosevic. Hij is geen strateeg, maar wel een genie in het gevecht met de oppositie om de binnenlandse macht. Hij bepaalt altijd het politieke debat. In december 1990, bij de eerste vrije verkiezingen, poseerde hij als een grote nationalist. Toen wilden zijn concurrenten laten zien dat ze nóg grotere nationalisten waren. Even later wierp hij zich op als de beschermheer van de Serviërs in Kroatië en Bosnië. Prompt liet Djindjic zich fotograferen met Karadzic in Pale. Het is net een film van Buster Keaton. Je ziet Buster Keaton rennen en rennen, op de hielen gezeten door een grote menigte. Plotseling duikt Buster een zijstraat in, maar de massa blijft rechtdoor hollen. Milosevic is nog steeds in staat de politieke agenda te bepalen. Zijn twee sterkste troeven zijn hem door de Navo in handen gegeven: de reconstructie van het land na de bombardementen en de hachelijke situatie van de Serviërs in Kosovo.''

De internationale gemeenschap, zegt Stefanovic, heeft Milosevic op verscheidene kritieke momenten geholpen. In 1992 werd Milosevic in de presidentsverkiezingen uitgedaagd door de Amerikaans-Joegoslavische zakenman Milan Panic, die gedeeltelijke opheffing van de economische sancties wilde, maar zijn wens niet gehonoreerd zag. In 1995 had de Amerikaanse president Clinton aan de vooravond van zijn herverkiezing een groot internationaal succes nodig: het Dayton-akkoord, dat zonder de welwillende medewerking van Milosevic niet mogelijk was geweest. In de winter van '96/'97 kregen de massale protesten tegen zijn bewind geen noemenswaardige steun uit het buitenland. In 1997 wilde een groot deel van de oppositie de verkiezingen boycotten, maar de Amerikaanse bemiddelaar Richard Holbrooke kwam naar Servië en verklaarde dat iedereen moest stemmen. Milosevic bleef - weer - in het zadel.

Het patroon is sindsdien hetzelfde gebleven, zegt Stefanovic. ,,De Navo bombardeerde ons om het multi-etnische Kosovo te beschermen. Een half jaar later is Kosovo niet multi-etnisch meer. Een enorme bron van macht voor dit regime.'' Twee maanden geleden werd de Servische oppositie in Luxemburg geconfronteerd met een document van de EU, waarin stond dat een nieuwe Servische regering Milosevic aan het Haagse Joegoslavië-Tribunaal zou moeten uitleveren. ,,Zoiets vragen alleen mensen die niks van dit land begrijpen'', zegt hij. ,,Stel je voor: in Bosnië zitten al vijf jaar 35 000 buitenlandse soldaten en Karadzic is nog steeds niet gearresteerd. En dan moet een oppositie die nog niet eens regeert op voorhand beloven Milosevic over te dragen? Met opzet of niet, het Westen helpt het regime iedere keer weer.''

De Servische onafhankelijke media hebben uit het buitenland harde verwijten gekregen vanwege hun beslissing om tijdens de oorlog in Kosovo te blijven publiceren, ondanks de censuur die Milosevic had ingevoerd. De weekbladen Vreme en Nin en kranten als Blic, Danas en Glas Javnosti zouden de Servische oorlogsmisdaden in Kosovo hebben doodgezwegen. De Servische pers, zo beweren sommigen, moet hoognodig worden 'gedenazificeerd'.

Stefanovic voelt het als een persoonlijke aanval. Toen de Serviërs, opgejut door Milosevic' media-knechten, in 1991 bloemen gooiden op de tanks die naar Vukovar reden, liep hij voorop in de anti-oorlogscampagne van Vreme. Nu zouden hij, zijn blad, zijn collega's moeten worden 'gedenazificeerd'? ,,In Servië is geen sprake van fascisme'', zegt hij. ,,Het enige wat Milosevic en Hitler gemeen hebben is dat Hitler na twaalf jaar aan zijn einde kwam en dat Milosevic hopelijk ook na twaalf jaar verdwijnt.''

Hij weet dat in Kosovo vreselijke misdaden zijn gepleegd en stelt dat Vreme niet gefaald heeft in het schrijven erover. Vanwege de censuur en omdat Kosovo niet vrij toegankelijk was, kon tijdens de oorlog niet veel worden gedaan. Maar daarna is iemand als de Servische mensenrechtenactiviste Natasa Kandic uitgebreid in Vreme aan het woord geweest, aldus Stefanovic.

,,Men moet ook onder ogen zien dat dit land 77 dagen is gebombardeerd. Had men soms verwacht dat we de bommen zouden verwelkomen? Het was alsof mijn moeder werd aangevallen. Toch hebben we elke gelegenheid gebruikt om de Servische politiek te bekritiseren. Toen het ministerie van justitie werd gebombardeerd, schreven wij dat we dat gebouw ook ooit hebben bekogeld, met eieren. Het is een manier om toch te zeggen wat je wilt. Toen mevrouw Milosevic zei dat de Navo-bombardementen het einde van de Amerikaanse New World Order zouden inluiden, hebben we dat flauwekul genoemd en gevraagd wat nu eigenlijk het Servische oorlogsdoel in Kosovo was. We hebben geen vals patriottisme verspreid. Maar ja, we vonden het inderdaad verstandiger niet te stoppen met publiceren. Dat heeft ons blad gered.''

Stefanovic, kalm en bedachtzaam, heeft zich juist verbaasd over het gedrag van sommige van zijn collega-journalisten uit West-Europa en Amerika. Te veel oorlogsverslaggevers wisten volgens hem nauwelijks iets van de wortels van het conflict in Kosovo en hanteerden louter het simple patroon van good guys en bad guys.

,,Allemaal waren ze op zoek naar het origineelste verhaal van de dag. Ik weet dat Albanese vrouwen geld hebben gekregen om een uniform aan te trekken en in het bos met een geweer te poseren als UCK-strijdsters. Veel journalisten zijn naar Kosovo gegaan om in die rivier van bloed hun gouden vis te vangen.'' (In Zuid-Slavische legendes gaan alle wensen in vervulling van degene die een gouden vis vangt.)

Onderzoeksjournalistiek is in Servië onder de huidige regering onmogelijk. Kranten kunnen zelfs boetes krijgen voor het als citaat weergeven van uitspraken die het regime onwelgevallig zijn. Serieuze journalistiek bedrijven in een land waar gezinnen gemiddeld 4,4 mark per maand uitgeven aan kranten is sowieso een tragische onderneming. Dat, gevoegd bij de fysieke risico's die onafhankelijke journalisten in Servië lopen, zou een reden kunnen zijn voor iets meer respect, vindt Stefanovic. ,,Ik geloof niet in journalistiek met een missie. Maar ik denk wel dat we een groot aantal mensen in dit land hebben geholpen geestelijk te overleven.''

mailIcon print |