*

 
dossier

Archief

'Overheid was onrechtvaardig'

redactie politiek − 28/01/00, 00:00

De Joodse gemeenschap is na de oorlog door de Nederlandse overheid 'onverschillig, onbillijk, onrechtvaardig en onredelijk' behandeld bij het verzoek om teruggave van geroofde tegoeden.

Deze conclusies trekt de commissie 'Contactgroep Tegoeden WO ll' onder leiding van de Noord-Hollandse commissaris van de koningin Van Kemenade. De commissie, in 1997 geïnstalleerd, overhandigde gisteren haar rapport aan minister Zalm.

Minister Zalm vindt dat Nederland moet erkennen dat de Joodse gemeenschap onrecht is aangedaan na de Tweede Wereldoorlog, nu blijkt dat de claims onzorgvuldig zijn afgehandeld. De Nederlandse regering moet namens de bevolking haar excuses aan de Joodse gemeenschap aanbieden, zegt hij. Ook Van Kemenade stelt dat de Nederlandse regering nu ,,ruiterlijk moet erkennen'' dat de Joodse gemeenschap onrechtvaardig is behandeld.

De commissie vindt dat de inzet van de overheid in het algemeen 'rechtmatig en nauwgezet' is geweest bij de restitutie van Joodse tegoeden, maar daarbij zijn wel ernstige fouten gemaakt. ,,Samenleving en overheid zijn destijds onvoldoende doordrongen geweest van de verschrikkingen de joden aangedaan en van de noodzaak alleen daarom al een snel en efficiënt rechtsherstel te bewerkstelligen'', concludeert de commissie. Dit heeft geleid tot ,,onbillijke en onrechtvaardige'' consequenties voor de Joodse gemeenschap. ,,Sommige aspecten van het overheidshandelen zijn laakbaar geweest'', zegt Van Kemenade over de bejegening van Joodse Nederlanders die hun geld of bezittingen terug wilden.

De Joodse gemeenschap moet een 'tegemoetkoming' krijgen van 250 miljoen gulden, stelt de commissie voor. Dit bedrag zou in een fonds moeten worden gestopt, waarop door Joden een beroep kan worden gedaan. De voorwaarden moet het fondsbestuur zelf opstellen. Van Kemenade ontkende gisteren nadrukkelijk dat het hier om een schadevergoeding zou gaan. Volgens hem is het bedrag ,,redelijk en billijk''. Hij wilde geen onderbouwing van het bedrag geven. Zalm vindt de voorgestelde tegemoetkoming van 250 miljoen gulden eveneens niet onredelijk. Het Centraal Joods Overleg vindt het aangeboden bedrag daarentegen te laag en wil een 'significant hogere' financiële bijdrage.

Uit het onderzoek blijkt dat aan bezittingen van Joden voor circa een miljard gulden is weggeroofd door de Duitse bezettingsmacht. Ongeveer 900 miljoen is na de oorlog teruggegeven, aldus de schattingen. ,,De precieze omvang is niet meer te bepalen'', zegt Van Kemenade. Het verschil is in de staatskas of bij overheidsfondsen achtergebleven.

In het eindrapport onthult Van Kemenade dat Nederland maar de helft van de 147000 kilo goud heeft teruggekregen, dat de Duitsers uit de kluizen van de De Nederlandsche Bank hadden gestolen. Het is vrijwel uitgesloten dat Nederland daar ooit nog iets van zal terugzien, omdat daar juridisch en volkenrechtelijk geen grond meer voor bestaat. Het goud, 74 ton, is terechtgekomen in onder meer Zwitserland, Zweden, Spanje en Italië. Bilaterale stappen tegen deze landen, zijn evenmin haalbaar, voorspelt de commissie.

mailIcon print |