Minister Peper van binnenlandse zaken tekent formeel beroep aan tegen het besluit van de Rotterdamse raadscommissie om hem in het onderzoek naar zijn declaraties voorinzage te weigeren in de stukken.
In het uiterste geval spant de minister een kort geding aan tegen de commissie om zo langs juridische weg alsnog de door hem verlangde inzage te verkrijgen. Daartoe maakt Peper gebruik van de diensten van advocaat mr. J. Mentink, die in de periode van 1974-1982 wethouder ruimtelijke ordening en verkeer in Rotterdam was en Peper drie maanden meemaakte als burgemeester.
Peper stuurde de commissie vrijdag een brief, waarin hij het belang erkende om een dag later in aanwezigheid van twee accountants van elk der partijen rond de tafel te zitten. De minister voegde hieraan toe dat hij voor de beantwoording van complexe vragen enige voorbereiding wenste. 's Avonds liet de commissie weten hem die niet te gunnen. Daarop haakte Peper af.
De commissie is niet onder de indruk van de nieuwe poging van Peper om 'de spelregels te dicteren'. ,,We zitten op de goede lijn en laten ons daar niet van afbrengen'', zegt voorzitter Mea van Ravesteyn. Ze wil niet vooruitlopen op de situatie die ontstaat als Peper met steun van de rechter het dossier mag inkijken. Volgens ingewijden valt niet uit te sluiten dat de commissie in dat geval het hele onderzoek in handen van de officier van justitie geeft.
,,Uiteraard denken we na over strategieën'', aldus Van Ravesteyn. ,,Ons uitgangspunt is en blijft dat we alle 23 voormalige collegeleden die betrokken zijn bij dit onderzoek, op dezelfde manier willen behandelen. Ze weten waar het over gaat: de doelmatigheid, rechtmatigheid en functionaliteit van reizen die zijn gemaakt op kosten van de gemeente, uitgaven die zijn gedaan en gemeentelijke faciliteiten waarvan gebruik is gemaakt. Daar kunnen ze zich op voorbereiden. En als iemand een vraag niet meteen kan beantwoorden, krijgt hij een kopietje mee om thuis in alle rust alsnog een antwoord te formuleren.'' Het onderzoek richt zich op de periode 1986-1999.
Ingewijden prijzen de onverstoorbare vasthoudendheid van voorzitter Van Ravesteyn, die zich niet laat verleiden tot een discussie over procedures maar zich blijft richten op de inhoud van het onderzoek. Maar zaterdag viel ze wel even uit haar rol toen Peper verstek liet gaan bij het geplande gesprek met de onderzoekers. De minister verscheen niet op het afgesproken tijdstip van half tien. Van Ravesteyn: ,,Om vijf over half tien liet hij via een medewerker van het accountantsbureau PriceWaterhouseCoopers weten niet te zullen verschijnen. Dat had natuurlijk eerder gekund'', aldus de voorzitter. ,,Maar we gaan door en ons streven is nog steeds om het rapport eind januari af te ronden.'' Als Peper bij zijn standpunt blijft, zal het rapport zonder diens wederhoor aan alle betrokkenen worden toegezonden voor een laatste commentaar.
MEER EN VERVOLG OP PAGINA 4
'De accountants zijn niet zo maar boekhouders'
VERVOLG VAN PAGINA 1
Blijft Peper halstarrig, dan moet het eindrapport maar met een hiaat verschijnen, vindt de commissie.
Voorzitter Mea van Ravesteyn: ,,Wij hebben er dan in ieder geval alles aan gedaan om zorgvuldig hoor en wederhoor toe te passen.''
De Commissie Onderzoek van de Rekening (de officiële naam voor de uit vijf gemeenteraadsleden samengestelde commissie) is ook gebelgd over de wijze waarop Peper zou proberen de onderzoekers in diskrediet te brengen. De commissie wijst erop dat de accountants van KPMG die ondersteuning verlenen, niet zomaar 'boekhouders' zijn. Voor het onderzoek zijn 'topmensen' van de forensische afdeling van KPMG ingeschakeld. Een ingewijde omschrijft hen als 'doorgewinterde types die gespecialiseerd zijn in fraude-onderzoek'. Fraude is weliswaar niet aan de orde bij het onderzoek naar het declaratiegedrag van Peper, maar er is toch gekozen voor deze specialisten om de zaak tot op de bodem uit te zoeken.
In hun werkwijze past ook dat degenen die worden verhoord, niet vooraf inzage krijgen in de stukken of vragen. Volgens deze ingewijde speelt in het geval van Peper ook mee dat de onderzoekers er rekening mee houden dat hij achteraf bewijzen gaat construeren of dingen laat uitlekken met een bepaalde bedoeling. Van Ravesteyn wil hierover niets kwijt.
Volgens Pepers raadsman mr. Mentink heeft de commissie puur juridisch gezien geen reden om inzage te weigeren aan Peper. ,,Het argument van de commissie is dat ze geen rechtsongelijkheid wil creëren, omdat de wethouders ook vooraf de stukken niet hebben gezien. Maar die hebben er ook niet om gevraagd. Peper doet dat wel, mijns inziens volkomen terecht.''
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.