*

 
dossier

Archief

Op zoek naar lokale Wiegels

Hans Marijnissen − 18/11/00, 00:00

Hij had zo zijn eigen lokale politieke partij kunnen oprichten. Professor A.F.A. Korsten, hoogleraar bestuurskunde en inwoner van Nuth, ergerde zich zo aan de plannen van de gemeente om de afvalcontainers te verruilen voor kleinere bakken, dat hij de ABC-actiegroep in het leven riep. ABC staat voor Actiegroep Behoud Containers.

,,Van de bestuurders en raadsleden had ik te horen gekregen dat er niets meer aan het voorstel was te doen'', vertelt Korsten met een glimlach op het gezicht. Alle partijen hadden daar al uitspraken over gedaan, en die waren niet meer terug te draaien. ,,Mijn vrouw en ik hebben toen gezegd: Als het bestuur zo is losgezongen van de bevolking, moeten we het bestuur daar maar eens op wijzen. Dan maken wij toch even een actiegroepje. Dan kunnen ze het voor de kiezen krijgen. Wij trekken gewoon een blik tegenstanders open.'' En via via mobiliseerde Korsten vijfhonderd gezinnen en zocht aansluiting bij bestaande lokale organisaties. Waarop het raadsvoorstel werd ingetrokken.

In de discussie over de afvalbak zijn burgemeester en wethouders, en de raad zo met elkaar in de weer geweest, dat de burger is vergeten, zegt Korsten. ,,Het onderwerp was vertechniseerd, men had het over geschiedenis, prijzen, maar men sprak niet met hen die het afval kwijt moeten. Ik ben in dat gat gesprongen, en ik weet zeker dat de afvalverwerking een issue wordt in de volgende gemeenteraadsverkiezingen. En ls ik zou meedoen, zou ik door voorkeursstemmen nog gekozen worden ook.'' Niet dat de hoogleraar die ambitie heeft, maar dit voorbeeld toont wel aan hoe lokale partijen kunnen ontstaan en gedijen van actiegroep tot brede volkspartij.

Korstens is als adviseur verbonden aan de werkgroep Lokale Partijen van de bestuurdersvereniging van de VVD die in februari antwoord moet geven op de vraag wat lokale lijsten voor de VVD betekenen, en wat voor een opstelling de partij ten opzichte van de lokalen moet opnemen. In ieder geval is duidelijk, zegt Korsten, dat er geen enkele reden is met enige minachting over lokale partijen te spreken. ,,Voor alle partijen die zich inzetten voor de democatie én in Nederland zijn toegestaan, moet je waardering hebben omdat zij zich eenvoudigweg mengen in de electorale arena. Iedere partij die wil meedoen, is een welkome gast. Het is goed dat er concurrentie is.'' De lokalen vergelijken met de Boerenpartij en hen beschuldigen van populisme, is volgens Korsten te eenvoudig. ,,De Boerenpartij was een one-issue-partij, en dat leidde toen zij landelijk doorbrak tot curieuze beschouwingen over het verband tussen het opstellen van kernraketten en de prijzen van de melk. Maar dat verwijt kun je Leefbaar Utrecht niet maken. In die partij wordt beter nagedacht over een veel breder scala van onderwerpen. De lokale partijen zijn ook niet over een kam te scheren. Als je kennis hebt over Portugal, wil dat nog niet zeggen dat je uitspraken kunt doen over westerse democratiën in zijn algemeenheid.''

Wie wil leren van de opkomst van Leefbaar Utrecht, zal eerst een analyse moeten maken van het succes van deze partij. Korsten: ,,In Utrecht is een aantal zaken samengegaan. Met de leefbaarheid van de stad had de partij een goed, breed en voor burgers herkenbaar thema, waarmee de bestaande onvrede over de reconstructie van het Utrechtse centrum kon worden gekanaliseerd. Verder heeft de partij met Henk Westbroek een bekende, populaire stemmentrekker, die geen onzin uitkraamt. Hij brengt leven in de brouwerij, is politiek tegendraads. Ook heeft de partij aansluiting gevonden bij een politieke niche: 'doen wat kiezers willen' en pleit ze voor referenda. Dit gegeven, in combinatie met de uitsluiting van Leefbaar Utrecht door de overige politieke partijen, heeft zich vertaald in een enorme winst. Want de partij heeft zo kunnen groeien door het wij-tegen-zij-klimaat in Utrecht. Zet zo'n partij vooral in de hoek, zeg dat ze niet mag meedoen! Dan ontstaan juist de kansen.''

Korsten gaat vervolgens terug naar zijn voorbeeld van de afvalbakkencampagne. ,,Net zoals in Nuth, zien we in geheel Nederland de politieke interesse groeien, maar een andere dan we gewend waren: een politiek van zaken, van onderwerpen. De gevestigde politieke partijen zitten niet langer in de harten van de burgers, zij zeggen hun lidmaatschap op, en wensen pragmatisme in plaats van ideologie. Wat moet je daar op lokaal niveau ook mee? Hoe kun je nu liberaal of christen-democratisch een centrum renoveren? Ook zijn de kiezers over het algemeen hoger opgeleid, en hebben zij de vaardigheden zich in te zetten voor het publieke domein. Kijk eens hoe in de Vinex-wijken de bewonersraden van de grond komen. In sommige buurten zit een brok expertise van hier tot gunter. En met die kennis en ervaring is het voor sommigen blijkbaar nog maar een kleine stap naar de oprichting van een lokale partij.''

De houding van de politiek in Nuth is ook in andere gemeenten waarneembaar, maar ook bij de provincies. Korsten: ,,De politiek dreigt het raadhuis ingezogen te worden. Alle partijen doen vlijtig mee aan het proces binnen de muren van het gemeentehuis, stellen vragen, plegen interpellaties, eisen nota's, krijgen die nota's, gaan ze natuurlijk ook allemaal lezen, worden weer plenair in de fractie besproken terwijl deze vroeger door wat specialisten werden afgehandeld. En hijgerig belandt men dan weer in raadscomissie x. Maar de mening van de burger vragen: dat is een lastige zaak. Voorzitter J. van den Berg van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft eens gezegd: 'In stadhuizen zijn geen stemmen te halen'. En zo is het. Laten politici niet denken dat de leuke verhalen die ze daar houden, kiezers opleveren. Ze moeten toch echt naar buiten.''

Naar aanleiding van de Limburgse statenverkiezingen heeft Korsten een lijst aangelegd van competenties waaraan statenleden zouden moeten voldoen. Niet dat alle leden alle kenmerken zouden moeten hebben, maar het zou mooi zijn wanneer een fractie een team zou zijn waarin alle stijlen voorkomen. Korsten spreekt van het type vragensteller, type ombudsman, en type Bolkestein, dat onderwerpen aanzwengelt. Op provinciaal niveau zijn er volgens Korsten te weinig types die stukken in de krant schrijven en thematiek agenderen. Er is te weinig verbeelding over de toekomst op specifieke thema's. ,,Er is een oververtegenwoordiging van volk dat in de bankjes gaat zitten. En afwacht. Ik heb eens een statenlid meegemaakt dat zei het niet druk te hebben omdat G.S. niet productief was... Men is te volgend, leest slechts de stukken die worden aangeboden, en dat betekent de dood in de pot. Dat is ook op lokaal niveau waarneembaar.''

Zou Ajax kunnen leren van hoe Fey enoord speelt, vraagt Korsten zich wel eens af. Hij denkt van wel, als tenminste rekening wordt gehouden met de eigen identiteit en historie. Een politicus die na een vergadering van uren en de bespreking van dikke rapporten, en public een zaak in eenvoudige woorden tot de kern kan terugbrengen, is volgens Korsten goud waard. Zeker als die politicus grote bekendheid geniet. Als een partij zo'n type heeft, beschikt deze over grote kwaliteit, al spreken sommigen dan ten onrechte van populisme. Henk Westbroek heeft die kwaliteit, Wiegel trouwens ook, al is dat volgens Korsten misschien een wat grote sprong.

Persoonlijkheden worden in de politiek belangrijker, heeft de hoogleraar van de lokale partijen geleerd. ,,De lokale lijsten zijn heterogeen, maar drijven op de bekendheid van hun leden. Deze worden zelfs op hun bekendheid geselecteerd. De voorzitter van de winkeliersvereniging wordt gevraagd toe te treden tot de lokale partij omdat deze zoveel stemmen met zich meebrengt. En hij straalt zoveel vertrouwen uit in de civil society. De lokalen voeren campagne met personen, de kranten staan hier vol met foto's, terwijl items onderbelicht worden. Het persoonlijk element blijft zeer belangrijk in een politiek systeem waarin ideologie maar beperkt relevant is. Nu heeft de VVD in Limburg niets aan bezoekjes van landelijke coryfeeën. Ze zit te springen om bekende gezichten uit de lokale samenleving. En dan komen we op de Westbroeken en Jan Nagels.''

,,Het gaat niet meer over het partijprogramma, het gaat over personen die vertrouwen moeten uitstralen. Je hebt het dan over het imago van een partij, en het opbouwen van een imago door de juiste mensen aan je te binden. De kwaliteit van campagnes kan een stuk verbeteren in een meer personalistisch politiek klimaat, waarbij de partij kan drijven op politici die bekend zijn zonder dat deze bekendheid politieke kenmerken heeft. Neem de zanger, de carnavalsprins, de man van de voetbalclub. In Nuth is Ada Kok lid van de VVD. Daar kunnen we natuurlijk wat mee doen. Je kunt stemmen met haar trekken. Naar gelang het in haar zit natuurlijk. Van mij bijvoorbeeld kun je nooit een snelle zwemmer maken. Daarnaast moeten de lokale VVD-fracties op zoek naar mensen met naam die politieke items hebben, ... la Bolkestein. Vervolgens moeten de lokaal bekende personen echt 'gebracht' worden. Gore moet je brengen, Bush moet je brengen, waarom dan de lijstrekker van de VVD in Sittard niet?''

Dit gezegd hebbende, beseft Korsten ook dat de partijen in diverse provincies niet klaar zijn om zulke persoonlijke campagnes te voeren en daarbij nieuwe media in te zetten. ,,De campagnes in Nederland gaan nog via de postduif. Ronduit knudde. De partijen zijn vrijwilligersorganisaties die nodig moeten professionaliseren. Er moet geïnvesteerd worden. Dat geldt voor het CDA, de PvdA en voor de VVD, zowel landelijk, provinciaal als lokaal.''

Korsten en zijn werkgroep hebben nadrukkelijk niet de opdracht uitspraken te doen over het effect van een eventueel Leefbaar Nederland op de landelijke politiek. Maar hij heeft er wel gedachten over: de partij gaat volgens hem drie tot twaalf zetels halen, afhankelijk van wat de traditionele partijen de komende twee jaar zullen ondernemen. ,,Laat Glastra van Loon Westbroek vooral vergelijken met krachten uit de jaren dertig en veertig, en De Hoop Scheffer zich in debatten boosmaken. Want hoe meer boosheid, hoe meer zetels voor Leefbaar Nederland. Ze zullen zich bewust gaan toeleggen op het contact tussen politiek en burger, en oppakken wat D66 in het verleden heeft moeten laten liggen. Leefbaar Nederland duikt straks in een gat dat de andere partijen niet kunnen afdekken: het referendum en de vernieuwing. Voor de gevestigde partijen geldt dat een bindend referendum niet in het poldermodel past, men beschouwt dit als een zwaktebod. Maar als men er niets constructiefs mee doet, biedt dit grote kansen voor Leefbaar Nederland. Met die leefbaarheid hebben ze natuurlijk ook een goed thema en ze hebben het gemakkelijk als nieuwkomer: de partij heeft niets te maken met ingezet beleid en vroegere beloften.''

Slechts één hobbel ligt nog op de weg naar Den Haag: het vinden van goede stemmentrekkers. ,,Jan Nagel is te verbeten, Willem van Kooten komt slechts af en toe uit Portugal overgevlogen, en Henk Westbroek doet landelijk niet mee.'' Wat Leefbaar Nederland weer tussen de andere partijen zet: allemaal zijn ze bijna hopeloos op zoek naar degene die het kiezersvolk aanspreekt.

De VVD trekt lessen uit de opkomst van partijen als Leefbaar Utrecht. Een werkgroep buigt zich over de afnemende waarde van het partijprogramma, en de introductie van de personalistische politiek. De VVD moet op zoek naar nieuwe Wiegels, en als ze kunnen zingen is dat mooi meegenomen.

mailIcon print |