De afspraak dat er een goed gevuld fonds komt voor de schuldenlastverlichting van de arme landen staat op losse schroeven. Geen van de zeven grote industrielanden (G7) is bereid om eerder toegezegde bedragen in één keer op tafel te leggen. Dat betekent dat de Wereldbank meerdere keren met de pet langs vooral de G7-landen moet gaan.
De bedenkers van het fonds voor lastenverlichting, bij de Wereldbank in Washington, maken zich grote zorgen over de financiering van het plan. De Wereldbank staat voor 6,3 miljard dollar op de donorlijst. Een klein deel van dat bedrag kan uit de eigen middelen worden opgehoest, maar het grootste deel van de gelden moet van de rijke landen komen. In ieder geval is er wel voldoende geld om de drie koplopers onder de arme landen, Bolivia, Mozambique en Uganda, van hun ondraaglijke schuldenlast te bevrijden.
Vorig jaar, tijdens de top van de G7 in Keulen, spraken de rijkste landen zich uit voor een kwijtschelding van de schulden tot 90 procent. 41 armste landen zouden in aanmerking komen voor kwijtschelding van zowel de schulden aan afzonderlijke landen (bilaterale schuld) als aan instituten zoals de Wereldbank en IMF (de multilaterale schulden). Een afspraak over de verdeelsleutel is in Keulen niet gemaakt. Met als gevolg dat veel belangrijke landen, in afwachting van wat de collega's doen, de hand op de knip houden. Alleen Nederland heeft de toegezegde 70 miljoen dollar in december naar Washington overgemaakt.
In Keulen, en later nog eens tijdens de jaarvergadering van het IMF en de Wereldbank, werd afgesproken het plan te betalen met 'nieuw geld'. De gebruikelijke donaties voor ontwikkelingshulp mochten niet in gevaar komen. Bij de Wereldbank vrezen ze nu dat dit wel gebeurd.
Duitsland is een van de 'langzame' betalers voor de schuldenverlichting. De regering in Berlijn omarmde het schuldeninitiatief; in december nog zei H. Wieczorek-Zeul, de Duitse minister voor ontwikkelingssamenwerking, dat het fonds dit jaar rond zou komen.
Duitsland heeft als bijdrage aan de Wereldbank 150 miljoen mark beloofd. Dit jaar wordt slechts 50 miljoen mark overgemaakt en volgens een woordvoerster van de minister is de volgende overboeking van 100 miljoen mark naar het Wereldbankfonds pas in 2001.
Duitsland heeft in 30 arme landen 10 miljard mark aan schulden uitstaan. Negen miljard mark daarvan wordt kwijtgescholden. Vijf miljard mark betreft handelskredieten, daaronder zitten nog oude schulden die stammen uit de tijd van de DDR. Frankrijk en Japan hebben samen het grootste bedrag aan schulden uitstaan. Japan heeft vooralsnog nauwelijks iets van de bilaterale schuld omgezet in giften en heeft helemaal niets aan de Wereldbank gedoneerd.
Frankrijks bijdrage aan de Wereldbank is ook nog steeds niet bekend, laat staan overgemaakt. Er zijn door Parijs wel toezeggingen gedaan dat de bilaterale schuld wordt teruggebracht tot 55 procent. De Fransen vinden een tweede bijdrage via het multilaterale kanaal niet nodig.
Engeland heeft toegezegd alle bilaterale schulden weg te strepen en datzelfde geldt voor de Verenigde Staten. Hoeveel van die toezeggingen in daden zijn omgezet, is onduidelijk.
Nederland heeft lang geleden alle bilaterale schulden kwijtgescholden en geen nieuwe meer gemaakt. Vooral Frankrijk en Japan zijn geld blijven uitlenen, terwijl internationaal al was afgesproken dat niet meer te doen.
De genoemde bedragen zijn uitgedrukt in nominale termen. In netto contante waarde -het bedrag waarvoor de schulden in één keer afgelost kunnen worden- is voor 32 landen 28,2 miljard dollar nodig. De bilaterale schuldeisers moeten evenveel bijdragen als de multilaterale instellingen, zoals de Wereldbank en en IMF.
De lijst telde oorspronkelijk 41 landen. Met Ghana en Equatoriaal Guinee gaat het inmiddels zo goed dat zij wel tot de arme, maar niet meer tot de armste landen behoren. Verder vallen landen als Congo af omdat ze in oorlog zijn of omdat er geen duidelijk centraal gezag is, zoals in Liberia. De lijst telt nu 32 landen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.