Op een goede dag in het voorjaar leest ds B. Seelemeijer, predikant van de hervormde gemeente Steenderen en Bronkhorst, een brief voor aan zijn kerkenraad. Onderwerp: de verzoening. Afzenders: zes verontruste predikanten uit Apeldoorn.
De dominees voelen zich 'gekwetst', schrijven ze, omdat de gereformeerde synode in dr Cees den Heyers boekje Verzoening geen aanleiding ziet diens hoogleraarschap in Kampen aan te vechten. Seelemeijers kerkenraad -en die zal de enige niet zijn geweest- snapt niet zo veel van al die controversen over de verzoening.
Voor de vuist weg antwoordt de dominee dat Den Heyer de verzoening niet zozeer ontkent, maar in zijn boekje een andere insteek hanteert dan de gebruikelijke. In het decembernummer van Interpretatie, tijdschrift voor bijbelse theologie, legt hij dat uit.
De christelijke kerk, schrijft hij, heeft bij het formuleren van haar geloofsuitspraken altijd het spoor gevolgd van de rabbijnse exegese door middel van midrasjiem. Een midrasj is een in de Bijbel onderzochte uitleg van het geloof. Seelemeijer: ,,Een bepaalde geloofsopvatting onderzoek je in de Bijbel en die boekstaaf je met bijbelteksten. Als die bijbelteksten niet voor handen zijn, dan mag je betwijfelen of de uitleg wel koosjer is.'' Geen dogma, geen pauselijke encycliek, of er wordt uitgebreid verwezen naar bijbelteksten. En de Reformatie deed en doet al niet anders - óók met het klassieke belijden van de verzoening, dat is terug te vinden in een aantal vragen en antwoorden van de Heidelbergse catechismus.
Ter verduidelijking citeert Seelemeijer Zondag 1, de eerste vraag van de catechismus: 'Welke is uw enige troost, beide in leven en sterven?' Antwoord: 'Dat ik met lichaam en ziel, beide in leven en sterven, niet van mijn eigen ben, maar van mijn getrouwe Zaligmaker Jezus Christus, die met zijn dierbaar bloed voor al mijn zonden volkomenlijk betaald heeft, en mij uit alle geweld van de duivel verlost heeft'. Het antwoord is, zo laat de predikant zien, moeiteloos uit te schrijven als een christelijke midrasj. Elk deelantwoord kan namelijk met verwijzingen naar bijbelse teksten -niet uit de evangeliën overigens, maar alle uit de Nieuwtestamentische briefliteratuur- schriftuurlijk worden beproefd. Bij de tekst 'die met zijn dierbaar bloed voor al mijn zonden volkomenlijk betaald heeft' kan bijvoorbeeld verwezen worden naar 1 Petrus 1 vers 18,19: 'Wetende dat gij niet met vergankelijke dingen, zilver of goud zijt vrijgekocht van uw ijdele wandel, die u van de vaderen overgeleverd is, maar met het kostbare bloed van Christus als van een onberispelijk en vlekkeloos lam'.
Het is dus inderdaad mogelijk, geschraagd met bijbelteksten, het klassiek gereformeerde belijden van het verzoenend lijden en sterven van Jezus als midrasj te formuleren. Maar wat doet Den Heyer dan in zijn boekje over de verzoening? Seelemeijer: ,,Den Heyer vecht de legitimiteit van deze uitlegmethode niet aan, maar laat hem gewoon even los. Hij neemt afstand van de 'preek van de verzoening', de christelijke uitleg, waarbij bijbelteksten geciteerd kunnen om aan de geloofsovertuiging kracht bij te zetten. Den Heyer loopt niet alle schrijvers af en sprokkelt, hoe legitiem ook, een geloofsopvatting bij elkaar. Hij stapt op de man af, zeg, Mattheus, en hij vraagt bijvoorbeeld: 'Is Jezus' lijden en sterven voor God een verzoening door voldoening?' En Mattheus zal zeggen: 'Tja, dat weet ik niet zo. In mijn boekje zul je het zo niet tegenkomen in ieder geval'.''
Samengevat stelt Seelemeijer dat de geloofsleer over de verzoening 'uitleg' is, midrasj met nieuwtestamentische bijbelteksten. Niets meer en niets minder. Voor de briefschrijvers uit Apeldoorn zal enkel 'uitleg' niet voldoende gewicht hebben. Zij kennen de geloofsleer meer de status toe van heilige schrift. Volgens de oude rabbijnen is dat echter te veel eer. Volmaakt geloof verdienen volgens hen alleen de Bijbel en de Talmoed. Het genre van de midrasj, zo stelt Nachmanides (1194-1270) in 1263 in zijn beroemde godsdienstige dispuut, ,,is dat van de sermoenen. Dat is hetzelfde wanneer de prelaat een predikatie houdt. Wat de inhoud van deze geschriften aangaat, wil men erin geloven, is het best. Maar wie er niet in gelooft, doet niets verkeerds.''
Misschien, besluit Seelemeijer, moeten we onze houding ten opzichte van onze Heidelbergse midrasj ook maar zo bepalen. We doen er niets verkeerds aan het te geloven. We doen er ook niets verkeerds aan het alleen als een seinpaal op de weg te zien, die een denkrichting aangeeft maar niet het einde van een denkproces vastlegt.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.