*

 
dossier

Archief

Het is niet zwart, en niet wit

Maaike van Houten − 20/01/00, 00:00

Hij plaatst kanttekeningen bij het optimisme van de Amerikanen, maar hij is even bezorgd over het simplisme van Greenpeace. Laurens Jan Brinkhorst, als minister van landbouw, natuurbeheer en visserij verantwoordelijk voor de voedselveiligheid, zou graag willen dat er niet meer zwart-wit wordt gedacht over biotechnologie.

,,De burger, het individu, reageert anders op technologische ontwikkelingen als het gaat om gezondheid, dan als het gaat om voedsel. Als er morgen met behulp van biotechnologie een medicijn wordt ontwikkeld tegen borstkanker, dan denk ik dat heel weinig vrouwen dat middel afwijzen, omdat ze bezwaren hebben tegen genetische manipulatie. Bij voedsel ligt het veel kwestieuzer.''

Dat komt ook, denkt Brinkhorst, door de houding van de fabrikanten. Prachtig, als er door gentechnologische toepassingen in de landbouw minder bestrijdingsmiddelen nodig zijn. ,,Maar de vraag is: komen die voordelen ook terecht bij de consument. Of is het er alleen maar om te doen de zakken van de aandeelhouder te spekken? Er zijn planten op de markt gebracht, en er overigens ook weer afgehaald, die niet vruchtbaar zijn. Dat gaat volkomen in tegen de visie van boeren en maakt boeren verschrikkelijk afhankelijk van de producent. Bovendien: wat hebben arme boeren eraan? Zij moeten dan elk jaar nieuw zaad kopen. De voordelen kunnen vast staan, maar ik plaats toch wel graag enkele kritische kanttekeningen.''

Daarvoor benut de minister van landbouw graag de conferentie over de voor- en nadelen van biotechnologie voor mens en milieu, die vandaag en morgen wordt gehouden in Den Haag, op initiatief van de Amerikaanse ambassade. Voor zover hem bekend is, is dit de eerste transatlantische bijeenkomst waarop ministers, wetenschappers, ethici met elkaar de degens kruisen. En dat in Nederland, zegt hij glimmend.

Brinkhorst zal in zijn toespraak morgen een lans breken voor de nuance, tegen de ideologisering van het debat, een tegenwicht proberen te bieden aan het zwart-wit-denken dat volgens hem de discussie belast.

Zelf is hij beslist geen tegenstander van biotechnologie. ,,Ik wil niet anti-technologisch zijn. Dat is een anti-historische houding. De hele geschiedenis is doortrokken van technologische doorbraken. Er heeft altijd scepsis geheerst over nieuwe vindingen en ontwikkelingen. Men ging de barricades op om de trein tegen te houden. Onbekend maakt nu eenmaal onbemind.''

Dat betekent echter ook niet dat Brinkhorst als een blind paard achter de technologische ontwikkelingen aanholt. Bij de ontwikkeling van kernenergie heeft hij gezien hoe gevaarlijk zo'n on-kritische houding is. Wetenschappers en producenten gingen in hun optimisme hun gang, en pas later bleek dat er een gigantisch probleem was met het afval. Brinkhorst is ervan overtuigd dat dit had kunnen worden voorkomen als de pro's en contra's in een eerder stadium waren afgewogen. Echter, het voorbeeld van de kernenergie leert de D66ér nog iets: deze vorm van energieopwekking mag dan nu zeer omstreden zijn, nucleaire technologie heeft ook hele goede kanten; voor de bestraling van kankerpatiënten wordt ook gebruik gemaakt van deze inzichten.

Brinkhorst: ,,Je kunt niet zeggen: ga maar rustig slapen. Dat is geen bevorderlijke lijn. Maar je moet ook niet vallen voor onredelijk conservatisme. Ik heb wel begrip voor de angsten die er bestaan over nieuwe, ondoorzichtige gentechnologie. In bepaalde opzichten begrijp ik de afwijzende houding van Greenpeace wel. Je moet goed nadenken over wat je doet, daarover geen misverstand. Maar als ik de houding van Greenpeace moet karakteriseren ...''

Brinkhorst is een paar minuten stil, hij proeft enkele formuleringen. Dan: ,,Ik vind toch dat de opstelling van Greenpeace voor een deel iets heeft van een heksenjacht. Het is begrijpelijk en zelfs de taak van Greenpeace om te wijzen op potentiële gevaren. Het is ook terecht dat deze organisatie emoties hanteert en daarop inspeelt. Maar het moet niet zo zijn dat er gebruik gemaakt wordt van valse emoties. Die staan het maken van keuzes in de weg. Wij moeten op een evenwichtige manier met dit vraagstuk omgaan. Ik verwijt Greenpeace die eenzijdigheid niet, zo moet u dit niet begrijpen. Ik ben zelf lid van Greenpeace, al jarenlang. Maar ik ben er wel van overtuigd dat we dit vraagstuk vanuit een bredere optiek moeten benaderen. Je moet niet alleen inspelen op angsten, je moet als algemeen bestuurder ook je verantwoordelijkheid nemen.''

Bij zijn aantreden ruim een half jaar geleden als minister van landbouw trof Brinkhorst over genetische modificatie in de voedselbranche een standpunt aan dat hem zeer bevalt. Enerzijds wil de Nederlandse regering de biotechnologie stimuleren. In de nota Kracht en kwaliteit van vorig voorjaar repte staatssecretaris Faber van een achterstand op vooral Amerika en Canada, die beslist niet groter worden mag. Anderzijds heeft het kabinet zich ook voorgenomen ervoor zorg te dragen dat er voedselketens blijven bestaan die vrij zijn van genetische aanpassingen.

Maar kan de overheid dat garanderen? Dat zal nooit helemaal lukken, zegt Brinkhorst. ,,Wij hebben technologische kennis, en het gaat erom een aanvaardbare risicodrempel te bepalen voor de mate van vervuiling die we toestaan. Daarover kan een discussie ontstaan.'' Brinkhorst verwijst ook in dit verband graag naar kernenergie. In zijn tijd als direceur-generaal milieuzaken in Brussel -net na Tsjernobil- moest er een verordening komen voor de mate waarin besmetting van voedsel met radio-actief afval was toegestaan.

Brinkhorst: ,,De Duitsers zetten in op nul procent. Daar heb ik me zeer tegen verzet. Want als dat door was gegaan, waren er nu duizenden mensen omgekomen van de honger, want besmetting helemaal uitsluiten was niet haalbaar. Je moet er dus mee leren leven dat je zo zorgvuldig mogelijk opereert, ook bij het bepalen van de drempelwaarde voor de voedselketen die vrij is van genetische aanpassingen. Die moet beleidsmatig worden vastgelegd.''

Het Nederlandse beleid om te waken voor de voedselketens die vrij zijn van genetische veranderingen, en tegelijkertijd de biotechnologie te stimuleren, zou Brinkhorst niet als makkelijk willen kenschetsen. De overheid kiest noch voor het een, noch voor het ander -en dat is ook precies de houding die de overheid past, aldus de minister: ,,Ik zeg niet: de overheid moet een keuze maken voor of tegen. Ik zeg: de burger dient een keuzevrijheid te hebben. De wetgeving moet transparant zijn, de wetenschappelijke inzichten moeten vergroot worden, we moeten de verantwoordelijkheid leggen bij het bedrijfsleven, dat we op een zo verantwoord mogelijke manier kansen dienen te bieden. Dat is iets anders dan als een blind paard achter dat bedrijfsleven aanhollen.''

Zonder de Amerikaanse regering precies het verwijt van de oogkleppen te maken, constateert hij bij de Amerikanen wel een iets te optimistische houding. ,,Het is eigenlijk heel merkwaardig dat de Amerikaanse invalshoek op een aantal punten anders is dan de Europese. De Amerikaanse ambassadeur, mevrouw Schneider, schrijft in NRC Handelsblad: er is niets nieuws onder de zon, door kruisen en veredelen zijn er altijd nieuwe rassen ontstaan. Dat is op zichzelf juist en een reden om niet te spastisch tegenover het vraagstuk van de genetische modificatie te staan. Maar er is wel dit verschil, dat genetische aanpassingen bewust gepland zijn. Bovendien weten we niet precies wat de effecten zijn. Er is nog iets wat me opviel. De ambassadeur is er trots op dat de Amerikanen de biotechnologie uit de politieke sfeer hebben gehaald, door het voedselbureau, de FDA, een objectieve toets te laten uitvoeren. Dat vind ik een zeer merkwaardige positionering. Uit mijn tijd in Brussel weet ik dat als er één organisatie is die niet alleen opereert op basis van wetenschappelijke inzichten, het dat bureau is. Ik trek daar de conclusie uit dat wetgeving de democratie toebehoort, want die is niet waardenvrij, daaraan liggen toch beleidsmatige oordelen ten grondslag.'' Dat wil overigens niet zeggen dat hij tegen een Europees voedselbureau is -integendeel. Maar de eindverantwoordelijkheid moet niet bij dat bureau liggen, maar bij de nationale regeringen.

Brinkhorst is het wel met de Amerikaanse eens dat het voorzorgbeginsel -bij twijfel niet doen- bij de biotechnologie een minder geschikt uitgangspunt is. ,,Het staat vast dat het voorzorgbeginsel vaak van groot belang is. Maar het moet ook geen dogma zijn. Zo'n beginsel zou bij biotechnologie leiden tot stilstand in de ontwikkeling. Je mag het voorzorgbeginsel nooit gebruiken als excuus om risicoloos te leven. Leven zonder risico's bestaat niet, het leven bestaat uit het maken van afwegingen en het minimaliseren van gevaren. Geen enkel technologisch proces is honderd procent risicoloos, dat is voor biotechnologie niet anders dan voor andere technologische ontwikkelingen. Als je alle risico's wilt uitbannen, kun je geen enkele technologie meer toepassen.''

,,Ja, het is juist dat ook bij de discussie over de Waddenzee het voorzorgbeginsel is gehanteerd. Bij mij heeft echter bij die kwestie vooral de vraag gespeeld of het gas nu nodig is. Dit voorbeeld toont al aan dat het heel belangrijk is niet alles op één hoop te gooien. Dat is te simplistisch. Een heksenjacht, zoals ik zoëven zei over Greenpeace, is misschien een te groot woord. Simplisme, het aanboren van oppervlakkige sentimenten, dat is een betere term. We kunnen zon belangrijke, baanbrekende technologie, die op alle mogelijke manieren kan worden toegepast, ook niet versimpelen tot, zoals ik in die kringen wel hoor, de stelling dat klonen niet ethisch is. Ja, van klonen van mensen ben ik ook tegenstander. Maar als het zo wordt gebruikt, dan wordt een angstsyndroom geschetst. Dat is niet goed.''

In een interview met Trouw zei het Kamerlid Stellingwerf (RPF), een verklaard kriticus van gentechnologie, vorig jaar dat zijn standpunt niet is ingegeven door angst, maar slechts een kwestie is van logica. Hij wees op DDT en CFKs, aanvankelijk met enthousiasme onthaald, maar later verboden, omdat ze gevaarlijk waren voor mens en milieu.

Brinkhorst is het met deze wijze van redeneren zeer oneens: ,,Kijk, voor Stellingwerf is gentechnologie ingrijpen in het land Gods, zoals hij dat ook vindt van abortus. Zijn visie is gebaseerd op de gedachte dat er een exclusieve ethiek is, die rechtstreeks voortkomt uit zijn geloof. Dat respecteer ik, maar zijn ethiek is niet beter dan de mijne. Datzelfde geldt voor GroenLinks, ideologie is geen exclusief voorrecht van het christendom. Dogmatici vind je helaas zowel ter linker als ter rechter zijde.''

mailIcon print |