Zo vanzelfsprekend als in Frankrijk eten en wijn samengaan, is professioneel wielrennen verbonden met doping. Begin 1998 kon die conclusie slechts als vermoeden worden uitgesproken. Nu is het, op een enkele naïeveling of hypocriet na, voor iedereen een zekerheid.
Niet dat het vorige week afgesloten Festina-proces (in december is de uitspraak) tot nieuwe inzichten leidde. Bevestigd werd slechts wat sinds de aanhouding van de dope smokkelende Festina-verzorger Willy Voet naar buiten was gekomen: doping is in het peloton zo ingevoerd dat het niet eens als concurrentievervalsing wordt beschouwd.
Doping is niet zozeer een middel om te winnen, maar veeleer om de genadeloze strijd om de broodwinning niet te verliezen. 'Overleven' is een term die daarvoor wel wordt gebruikt. Gezien de levensgevaarlijke cocktails waarmee renners experimenteren, een erg cynische betiteling.
Waar de wielrennerij zich wat doping betreft altijd heeft gekenmerkt door solidaire geslotenheid, is nu geen sprake van saamhorige openheid. Het betrapte Festina moet als voorbeeld boeten (net als straks het Nederlandse TVM), de anderen keken zwijgend toe. De meest schaamteloze was Richard Virenque. De kopman van Festina bleef tot vorige week volhouden buiten de georganiseerde dopedistributie te staan die zijn ploeggenoten al lang hadden toegegeven.
Datgene waarop werd gehoopt, is niet gebeurd: de Franse justitie heeft niet kunnen ontrafelen hoe dopingnetwerken in elkaar steken en worden gefinancierd. En in hoeverre beleidsbepalers en organisatoren op de hoogte zijn. Voor velen is het onbegrijpelijk dat UCI-voorzitter Verbruggen met zijn decennia lange ervaring van niets heeft geweten.
Via Festina zijn wel lijnen blootgelegd. Meest opvallende getuigenis kwam van de knecht Davy, die verklaarde dat de dopingpraktijken bij Festina dezelfde waren als bij zijn oude ploeg Banesto. Waar indertijd als kopman vijfvoudig Tourwinnaar Indurain reed...
Twee boekjes lezen lijkt voldoende om te weten wat de dossiers bevatten die in Lille hoog waren opgetast voor rechter Delegove. In 'Prikken en slikken' onthult kroongetuige Voet de vaak onthutsende praktijken in het peloton. En geeft hij zichzelf bloot. Voet was bij Festina verzorger onder dokter Eric Rijckaert, die in 'De zaak Festina' pleit voor meer begrip voor doping. Rijckaert is ongeneeslijk ziek en stond daarom niet terecht.
Kardinale vraag is wat de sport en de overheden moeten met de bevestiging dat doping tot de bedrijfscultuur van het wielrennen behoort. Wat helpt straffen, als onthouding voor de wielrenner het einde van zijn beroep betekent? Op een positieve dopinguitslag volgt ontslag, op het uitblijven van resultaten ook.
Leg de verslagen uit de dezelfde keuken van Voet en Rijckaert naast elkaar, en de knoop lijkt onontwarbaar. In de wielrennerij wemelt het van verzorgers als Voet, die niet schroomde zichzelf in te spuiten met een cocktail waarvan hij de inhoud niet kende. En die renners toediende waarom zij vroegen, omdat ze het anders bij een ander haalden.
Rijckaert presenteert zich als man van de nuance, die slechts heeft meegedaan om de zaken in de hand te houden. En die met argumenten pleit voor medicatie met zo nodig Epo, dat onschadelijk is mits met mate toegediend.
,,Wetenschappers met goede bedoelingen hebben zich tijdens de prehistorie van de dopingbestrijding vragen gesteld over de gezondheid van de sporter en namen een eenzijdige en extreme houding aan'', schrijft Rijkaert. ,,Ze hebben zich te weinig vragen gesteld over de gevaren van de sport zelf. Dankzij hun dogma 'sport is gezond en geneesmiddelen moeten worden geweerd' werd maar een kant belicht.''
Volgens Rijckaert is de topsport razendsnel geevalueerd terwijl het denkvermogen van de verantwoordelijken stil is blijven staan. Men stelt ethiek boven gezondheid, waarbij Rijckaert verwijst naar de discussie over euthanasie. Hij trekt de vergelijking met de negentiende eeuw, toen werkgevers voor het eerst werden gewezen op hun verantwoordelijkheid voor de gezondheid op het werk. ,,Bijna twee eeuwen later slaagt men er echter nog niet in te aanvaarden dat professionele sport ernstige risico's kan inhouden. Topsport pleegt roofbouw op de gezondheid.''
,,Ik ben tegen doping en voor goede controles, maar ik stel me vragen. Waar is het geld om uitgebreide studies te financieren naar bedreigende gevaren van extreme inspanningen? Wat met de medische begeleiding? Welke houding moet men aannemen tegenover de specifieke sportpathologie en is dat geen arbeidsziekte? Moet de sporter daar niet tegen worden beschermd? Hoe kunnen we de topsporter behoeden voor de excessen die hem opgelegd worden door sportbonden en organisatoren?''
Voor het IOC zijn die vragen nooit van belang geweest. Doping, zo dicteert zij, is het gebruik van middelen en stoffen die op de verboden lijst staan. Punt. Daarmee is de huidige heksenjacht gelegitimeerd en zijn pleidooien voor nuance in de kiem gesmoord.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.