Achter de dood van Zeljko Raznatovic, alias Arkan, oorlogsmisdadiger van beroep, schuilt een evidente paradox. Buiten Servië personificeerde de meedogenloze etnische zuiveraar het kwade zelf. Het noemen van zijn pseudoniem was al voldoende om gevoelens van diepe afkeer op te roepen.
Voor het overgrote deel van de mensheid, christelijk of niet, blijft het moeilijk te bevatten dat iemand uit haar midden in staat kan zijn zoveel leed in koelen bloede bij zijn naasten te veroorzaken: verkrachtingen, martelingen, massamoorden. Op het doden of laten doden van kinderen rust een taboe dat wanneer het doorbroken wordt ons verplicht schemergebieden te verkennen die aan krankzinnigheid grenzen. De mens Raznatovic maakte het ons weliswaar ietwat gemakkelijker door na verloop van tijd te veranderen in Arkan de Tijger. Als de dood een geschenk is, blijkt uit de reacties van velen dat dit geschenk Arkan niet was gegund. Sterven is banaal en uiteindelijk onontkoombaar. Een vluchtige afrekening in een hotel in Belgrado heeft geleid tot een te snel en onbevredigende afwikkeling van het geval Arkan. Teleurstelling alom, melden de kranten. Voor deze dader van buitengewoon formaat stond in Den Haag een zorgvuldig voorbereide aanklacht te wachten. De verplichte confrontatie van Arkan met zijn slechtheid via de rechters zou vele van zijn nog in leven zijnde slachtoffers enigszins kunnen troosten. Ik betwijfel dat. Zeljko Raznatovic was geen Augusto Pinochet of Slobodan Milosevic. Machtige heersers, aan pracht, praal en égards gewende despoten, scheppers van hun eigen mythologie, voor wie alleen het idee om als criminelen voor een gerecht te moeten verschijnen synoniem staat met verval en straf. Arkan was maar een uit de goot geslopen delinquent, toegegeven een verschrikkelijke, die gevang en gerecht van binnen uit door en door kende. In het blikveld van de internationale camera's in de rechtzaal had Arkan, verslaafd aan aandacht en media als hij was, zijn kans met beide handen gegrepen. Provocerend, arrogant, kwetsend en onuitstaanbaar zou hij geen kans onbenut hebben gelaten zijn venijn in het gezicht van zijn rechters en slachtoffers te spuwen. Dan had geen enkele celstraf als tegengif kunnen werken. Daarom begrijp ik de opluchting in Bosnië en Kroatië: met de ordinaire dood van Arkan is een hoofdstuk van een weerzinwekkend boek tenminste afgesloten.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.