Bij sommige particuliere tuinbezitters en hoveniers slaat het last-minutegevoel toe. Liepen zij soms vanaf het voorjaar al rond met de gedachte bollen te planten en waren er zelfs na inspirerend tuinbezoek al lijstjes opgesteld, van de laatste stap - het bestellen - is nog niets gekomen. Hoewel luchtig en droog bewaarde bollen nog steeds geplant kunnen worden raakt het sortiment beperkt en de tuincentra leveren alleen kerstballen.
Dan worden er faxen verzonden met de opdracht twintig m2 tulpen, dertig m2 crocussen, vanmiddag leveren. De bollen moeten naar erkende konijnenpara-dijzen als landelijk gelegen tuinen en begraafplaatsen waar zelfs de liefdevol aangedragen bolchrysanten worden kaalgevreten. Met vereende krachten worden de wensen dan omgezet in bollen die niet op knabbeltands menu staan zoals vogelmelk, sieruien, blauwe druifjes en scilla's in diverse soorten, waarvan er sommige, zoals de bluebells, zijn omgedoopt in
Hyacinthoides. Het met veel romantiek omwaasde blauwe klokje is terug te vinden als Hyacinthoides non-scripta.
Natuurlijk komt dan ook het lijstje konijnbestendige vaste planten ter sprake. Gewoonlijk rekent men daartoe Brunnera, Bergenia, Alchemilla, Euphorbia, Helleboris, Lamium en Pulmonaria, longkruid. Ook de onmisbare, want overal gedijende Vinca staat erop, de slakkenlekkernij Hosta en een belangrijk bijgerecht op het kattenmenu: Nepeta. Onder aan de lijst staat wel vermeld dat de smaak van konijnen per plaats en per jaargetijde kan verschillen.
Een idealistische tuinbezitter die tienduizend crocussen had besteld om ze op een familiezondag 'gezellig' met z'n allen te planten, kwam bedrogen uit. De schoonzonen roken lont daar hen vorig jaar iets dergelijks was overkomen maar dan met kleine sneeuwroem, Chionodoxa sardensis. Nu de winter voor de deur staat moest een zogenaamde ondergrasplantmachine uitkomst brengen. Binnen een halfuur zaten de knolletjes erin en kon meneer in zijn eentje de fles nuttigen die door de andere heren was versmaad. Ook ik was bijna aan een hartversterking toe nadat ik had gezien hoe de familietuinman de stamrozen prepareerde op de winter. De sierlijk gekroonde steunpalen werden uit de grond getrokken en de rozen naar de grond gebogen waar ze werden bedekt door een kruiwagenlading blad dat voor wegwaaien werd behoed door sparrentakken. Ook de Agapanthussen (Kaapse lelies) die in de volle grond overwinterden werden onder een dek van vijfentwintig centimeter droog blad bedolven. Dat gebeurde overigens pas na een paar flinke nachtvorsten als het Agapan-thusblad was afgestorven en er een echte ouderwetste vorstperiode werd voorspeld.
Ik heb goede ervaringen met de
Agapanthus als kuipplant mits er om het jaar wordt verplant en fiks gemest met wormenaarde. Nu de eerste kuipplantenfans aan een gemakkelijke fauteuil toe zijn wordt geprobeerd van de potten af te komen, 's zomers is het immers water sjouwen geblazen en 's winters vragen al die potten om onderdak.
Op Agapanthuskwekerijen zoals 'De Hessenhof' in Ede beveelt men de teelt in de volle grond van harte aan. De planten groeien twee keer zo snel en bloeien drie keer zo rijk als in beknelde potten.
Nu nog een plaatsje zoeken voor Gaultheria procumbens die uit een groot geslacht van groenblijvende bloeiende heesters stamt en waarvoor ik in de winkel bezweek omdat ze 'Winterpearls' werden genoemd. Heb ik wel zure grond?
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.