*

 
dossier

Archief

Aaibaarheid zorgt voor geld, niet voor kwaliteit

Hans van Heijningen − 15/01/00, 00:00

De vier traditionele medefinacieringsorganisaties Novib, Hivos, ICCO en Cordaid (voorheen Bilance) krijgen via minister Herfkens op wettelijke basis jaarlijks ongeveer 700 miljoen gulden voor hun werk in ontwikkelingslanden. Dat bedrag staat gelijk aan tien procent van het budget dat de Nederlandse regering aan ontwikkelingssamenwerking spendeert.

Foster Parents heeft recentelijk van de minister toestemming gekregen om toe te treden tot dit tot nog toe besloten genootschap van medefinancieringsorganisaties. Een logische zaak, volgens medewerkers op het ministerie. Nederland ontzuilt en mensen definiëren zichzelf niet langer primair in levensbeschouwelijke zin en zijn geen lid meer van zuil of partij. Zij identificeren zich veeleer met kwesties en goede doelen. De nieuwe subsidiewet zou deze ontwikkeling verdisconteren en minister Herfkens zou daarnaar handelen door Foster Parents Plan als medefinancieringsorganisatie te erkennen.

Maar volgens ons hoort niet de vraag welke organisatie welk ontwikkelingsbudget weg mag zetten centraal te staan, maar de discussie over de kwaliteit van de ontwikkelingsinspanningen. Goede ontwikkelingssamenwerking behoort aan twee criteria te voldoen. In de eerste plaats dienen de gelden besteed te worden aan het versterken van de weerbaarheid van 'gewone' mensen in ontwikkelingslanden. Daarbij gaat het erom locale organisaties in ontwikkelingslanden een centrale plaats te geven in de uitvoering van projecten en programma's. In dat opzicht is Foster Parents bepaald geen lichtend voorbeeld.

In de tweede plaats gaat het erom de bevolking van Nederland te informeren over de meer fundamentele oorzaken van armoede en onderdrukking, en via bewustwording te werken aan structurele veranderingen in Nederland en Europa. XminY is van mening dat de traditionele medefinancieringsorganisaties met name op het vlak van bewustwording en het werken aan structurele veranderingen in ons deel van de wereld, meer zouden kunnen en moeten doen dan nu het geval is. Dat neemt niet weg dat de betrokken organisaties als het gaat om voorlichtingswerk in het Noorden met kop en schouders uitsteken boven single issue-organisaties als Foster Parents. De vermeende maatschappelijke representativiteit van dergelijke organisaties wordt wat ons betreft wat al te simpel afgeleid uit hun succes op de zogenaamde charimarkt.

Binnen die sector, waar het leegschudden van 15 miljoen zappende portemonnees een doel op zich is, geldt helaas de wet van 'hoe platter hoe beter'. Die komt erop neer dat het kassucces groter is naarmate de aaibaarheidsfactor hoger is. In plaats van 'ingewikkelde' verhalen wordt vrijwel uitsluitend ingespeeld op menselijke emoties. 'We' geven nu eenmaal meer aan organisaties die zielige kinderen helpen dan aan organisaties proberen te voorkomen dat er meer zielige kinderen bijkomen, bijvoorbeeld door zich te verzetten tegen Nederlandse wapenleveranties aan landen als Turkije en Indonesië.

Op inhoudelijke gronden -het witte karakter van de organisatie en het succes van de simpele boodschap- valt de toetreding van Foster Parents tot het selecte gezelschap van medefinancieringsorganisaties te betreuren. Wij hopen dan ook dat er niet alleen uit meer progressieve hoek maar ook uit confessionele en sociaal-democratische kringen verzet zal komen tegen het besluit van de minister.

Het beleid van Herkens waarin toenemende marktwerking als ontzuilend en vernieuwend wordt gepresenteerd, mag wat ons betreft de paarse vuilnisbak in.

mailIcon print |