Bijen behoren niet tot de insecten die zich in een algemene belangstelling mogen verheugen. De meeste soorten zijn bruin en onderscheiden zich voor de oppervlakkige toeschouwer nauwelijks van een gewone honingbij. En sommige soorten lijken meer op wespen dan op bijen en zijn daarom ook al niet erg populair.
Het zal de lezer verbazen te horen dat uit ons land 338 wilde bijensoorten bekend zijn. Een groot aantal is heel gewoon in allerlei landschappen, tot in stadstuinen en -parken. Veel andere stellen bijzondere eisen aan hun omgeving of zijn gebonden aan een enkele plantensoort. Hun voorkomen is een graadmeter voor de kwaliteit van het milieu.
Wat dat betreft mogen wij ons best ongerust maken. Van die 338 bijensoorten zijn er nu 194 in hun voortbestaan in Nederland bedreigd. Van deze 194 bedreigde soorten zijn er sinds 1980 49 niet meer in ons land aangetroffen.
In de terreinen van Natuurmonumenten is de aanwezigheid vastgesteld van ruim 160 bedreigde Nederlandse bijensoorten. Na 1980 is daarvan bijna de helft niet meer gevonden.
Alarmerend rapport
Dat staat in het rapport Wilde bijen in terreinen van Natuurmonumenten van een onderzoek, dat in 1999 door de Stichting European Invertebrate Survey Nederland werd uitgevoerd in opdracht van de Vereniging Natuurmonumenten. Harde gegevens die duidelijk maken dat het milieu in Nederland alarmerend verarmt.
De achteruitgang van een soort kan directe gevolgen hebben voor een andere soort. Onder de bedreigde wilde bijen zijn 51 koekoeksbijen. Dat zijn bijen die zelf geen nest maken, maar steels in het nest van andere bijen binnendringen en een ei leggen op het door de rechtmatige eigenares verzamelde mengsel van stuifmeel en honing. Koekoeksbijen zijn afhankelijk van het voorkomen van hun waardsoort. Als die zeldzaam wordt, treft de op die waardsoort gespecialiseerde koekoeksbij hetzelfde lot.
Limburg en de duinen
Van heel Nederland is de provincie Limburg van huis uit het rijkst aan wilde bijensoorten. Goed onderzocht is de Sint Pietersberg, met 230 van de 338 Nederlandse soorten wilde bijen het rijkste gebied van Natuurmonumenten. Ook daar is de achteruitgang gelijk aan de rest van Nederland: van de 105 bedreigde soorten die bekend waren van de Sint Pietersberg, zijn maar 57 sinds 1980 waargenomen.
Wat de rijkdom aan wilde bijensoorten betreft volgen op enige afstand van de Sint Pietersberg het Geuldal, de Grensmaas, de Brunsummerheide en de Sint Jansberg bij Mook. Buiten Limburg zijn de duinen soortenrijk, met name het Zwanenwater en Schiermonnikoog. Ook daar is het aantal bedreigde soorten met meer dan de helft afgenomen.
Oorzaak
De belangrijkste oorzaak van deze spectaculaire afname lijkt het verdwijnen van bijzondere terreintypen. Een sterke achteruitgang is niet alleen voor wilde bijen vastgesteld, maar voor alle insectengroepen, ja voor alle kieskeurige soorten planten en dieren in ons land. Vroeger was ons land een lappendeken van bijzondere plekjes. Sinds de grootschaligheid heeft toegeslagen bij de inrichting van ons land, laten allerlei planten en dieren het afweten. Kritische soorten verdwijnen als sneeuw voor de zon.
Door sommige entomologen wordt concurrentie door de honingbij als mogelijke oorzaak van de achteruitgang van wilde bijen genoemd. De onderzoekers van EIS-Nederland hebben ook daar onderzoek naar gedaan, maar moesten tot de conclusie komen dat er zoveel complicerende factoren zijn dat er nog geen eenduidige uitspraak gedaan kon worden. Ze geven toe dat moeilijk kan worden aangegeven welke wilde bijensoorten door het inzamelgedrag van honingbijen beïnvloed worden. Bijna alle wilde bijensoorten zouden nadeel kunnen ondervinden bij een grote overvloed aan honingbijen en nauwelijks last hebben bij een lage dichtheid aan honingbijen.
Zelf heb ik wel gezien dat honingbijen de kleinere graafbijen verjoegen van de bloemen waar zij op waren neergestreken. Honingbijen hebben ook een veel driftiger, je zou haast zeggen gedrevener inzamelgedrag dan graafbijen. Grotere wilde bijen laten zich niet snel wegjagen. Hommels bijvoorbeeld storen zich weinig aan honingbijen. En wolbijen treden nogal eens agressief op tegen te opdringerige honingbijen.
Nesthulp
Sommige wilde bijensoorten nestelen graag in houtblokken, waarin diepe en ondiepe gaten zijn geboord van verschillende doorsnee (3 tot 10 millimeter). Boor die gaten zowel in de zijkanten als in de boven- en onderkant van de houtblokken. Die blokken moeten dan worden opgehangen tegen een buitenmuur op het zuiden. Hoe zonniger hoe beter.
Denk erom: laat geen rafels aan de boorgaten en carbolineer of verf het hout niet. Conserveringsmiddelen weren insecten af en hoe meer het hout verweert, hoe aantrekkelijker de bijtjes het vinden. In de verschillende seizoenen komen er verschillende soorten in nestelen, in het voorjaar rode metselbijen, in de zomer in de grootste gaten soms behangers- en wolbijen.
Graafbijen maken zelf een nestje in de grond. Vos- en zijdebijtje zoeken open plekjes droge grond op tussen planten op zonnige plekken. Vosbijtjes nestelen in onze tuin gewoon tussen de tegels op het zonneterras.
Sommige planten lokken veel wilde bijtjes aan: in het voorjaar handjeshelmbloem, paarse dovenetel en hondsdraf, in de zomer wollige andoorn (wolbijen), allerlei andere lipbloemigen en ook composieten zoals heelblaadjes, Achillea en distels. In het algemeen geldt: hoe meer variatie aan bloeiende planten, hoe beter het voor wilde bijen is.
Wilde bijen blijken heel interessant, als je ze een tijdje observeert. En waar kan dat beter dan in je eigen woonomgeving? Met nestblokken en bijenplanten help je die insecten ook nog een handje, al zal het zelden gebeuren dat daar in hun voortbestaan bedreigde soorten bij zijn.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.