Wie mag beslissen over geld en goed van de hervormde kerk? Dat is de achtergrond van een al jaren slepend conflict tussen zeer behoudende hervormde kerkvoogdijen en de synode, het landelijk bestuur. Wie verder kijkt, ziet nog iets anders: een verdeelde kerk die afstevent op een breuk.
Het conflict tussen protesterende kerkvoogden en het landelijk bestuur (synode), wordt allang niet meer in kerkenraadsvergaderingen uitgevochten. De rechter heeft zich al enige malen moeten buigen over dit geschil.
Tot 1991 was de lokale hervormde kerkvoogdij vrij in het beheren van kerkgebouwen en andere materiële zaken. Kerkvoogdij en kerkenraad waren onafhankelijk. Wijzigingen in de kerkorde verschoven toen de beslissingsbevoegdheid naar de centrale kerkenraad. Van nevenschikking is sindsdien geen sprake meer. 73 hervormde kerkvoogdijen wilden echter hun vrijheid bewaren en accepteerden hun nieuwe, ondergeschikte positie niet. Ze vochten de wijzigingen aan. In 1995 stelde de Haagse rechtbank hen in het ongelijk. Hun beroep op een uitzonderingsregel sneed geen hout; men moest zich schikken naar de nieuwe situatie. Het Gerechtshof bevestigde dit twee jaar later in hoger beroep.
Daarmee was de kous niet af: gisteren diende een geding van 44 hervormde kerkvoogdijen voor de rechtbank te Den Haag. Ditmaal betrof het een versnelde bodemprocedure, waarin niet eerdere uitspraken van de wereldlijke, maar die van de kerkelijke rechter getoetst worden op hun procedurele correctheid. Heeft de kerkelijke rechter, de Generale Commissie voor Bezwaren en Geschillen (GCBG), zijn werk goed gedaan toen hij in 1998 de nieuwe kerkorde voor bindend verklaarde? De 44 procederende gemeenten vonden dat dat indruiste tegen het burgerlijke en het kerkelijke recht. Hun advocaat mr. L. Hardenberg betoogde dat kerkvoogdijen buiten het kerkverband en de kerkorde staan. Het hoogste gezag berust niet bij de synode. Hardenberg verweet de GCBG partijdigheid.
De slepende affaire raakt sommige van de betrokken gemeenten direct: een 'onbevoegde kerkvoogdij' kan geen land verkopen of legaten ontvangen, en, wat erger is, geen predikant beroepen, ook als daar geld genoeg voor is. Hardenberg noemde deze synodale dwangmiddelen 'schandelijk misbruik van pastorale macht. Hier komt de vrijheid van godsdienst in het geding.' Een andere rechter moet zich over deze zaak nog uitspreken.
De president van de Haagse rechtbank, mr. B. Punt, wilde van beide partijen weten waar de hele kwestie nu eigenlijk over gaat. Voor een buitenstaander is het conflict niet veel meer dan binnenkerkelijke haarkloverij en gezift over regelingen en wetsteksten. Wie echter ziet in welke hoek de 44 protesterende kerkvoogdijen grosso modo te vinden zijn, begrijpt dat hier een richtingenstrijd wordt uitgevochten. De procederende kerkvoogdijen zijn van zeer orthodoxe signatuur (bijvoorbeeld Het Gekrookte Riet), gesitueerd op de uiterste rechterflank van de Hervormde Kerk. Hier heerst al jaren onvrede over de voorgenomen kerkfusie met gereformeerden en lutheraren. Dit Samen op Weg-proces maakt het eens te meer noodzakelijk om een uniforme regeling af te dwingen, en het is niet verwonderlijk dat de genoemde kerkvoogdijen in het geweer komen tegen de nieuwe regeling die 'vrij beheer' in de weg staat: het is voorsorteren op Samen-op-weg. Juist deze koers is hun een gruwel.
De gang naar de wereldlijke rechter vindt bij de wat gematigder Gereformeerde Bond, toch ook geen warme pleitbezorger van de onverbiddelijk naderende kerkfusie, geen enkele genade.
Secretaris dr. ir. J. van der Graaf distantieerde zich in 1995 van het inschakelen van de rechter met de woorden 'wij vinden het verwerpelijk. Ze plaatsen zich daarmee buiten de kerk'.
Het laatste heeft vijf jaar na dato niets aan voorspellende kracht ingeboet. Tijdens de laatste triosynode-vergadering verklaarde een vertegenwoordiger van Gekrookte Riet-huize dat een breuk tussen de uiterste rechterflank met de rest van de Hervormde Kerk onafwendbaar was. Hij noemde Doornspijk als een van de gemeenten die hun band met de Hervormde Kerk zouden kunnen gaan verbreken - dezelfde gemeente waar de initiatiefnemer van het kerkvoogdenproces deel van uitmaakt.
Rechter Punt vroeg zich gisteren af waarom de betrokken gemeenten niet uit de kerk treden als een meerderheid heeft besloten dat alle gemeenten onder een vorm van beheer moeten vallen waarbij de synode het laatste woord heeft. Hij doet op 12 april uitspraak. De inhoud daarvan doet er waarschijnlijk niet zo toe; hij kan slechts het tempo beïnvloeden waarin de dreigende breuk zich gaat voltrekken.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.