*

 
dossier

Archief

Studiehuis toegankelijk houden voor allochtonen

Roel van Drimmelen en Zeki Arslan − 09/02/00, 00:00

Het aandeel allochtone jongeren in de stadsbevolking stijgt in rap tempo. Jammer genoeg heeft de stuurgroep die destijds de studiehuisplannen ontwikkelde, van dit gegeven geen grondige analyse gemaakt. Ze ging ervan uit, dat scholen door middel van individuele begeleiding het onderwijs wel pasklaar zouden maken voor hun specifieke klanten. Zo werkt het dus niet.

Voor veel allochtone jongeren, die best een hogere beroepsopleiding aankunnen, wordt de drempel van het overladen havo- of vwo-programma eenvoudigweg te hoog. Alleen als het lukt om havo en vwo voor meer van die jongeren een haalbare optie te maken, zullen allochtonen in de toekomst het tekort aan kaderpersoneel helpen vullen, dat door de vergrijzing van Nederland ontstaat.

De universiteiten en hogescholen willen meer kwaliteit in havo en vwo. Begrijpelijk. Maar de voorbereiding op het hoger onderwijs hoeft inhoudelijk niet voor alle doelgroepen in Nederland hetzelfde te zijn. Als er al beter geselecteerd moet worden, dan hoeft het niet per se met véél vakken, véél werkstukken in het Nederlands en heel veel zelfwerkzaamheid. Daarmee schiet je bij te veel capabele allochtone leerlingen het doel voorbij. Leren kost ze meer tijd. Velen hebben andere plichten en zorgen aan hun hoofd dan hun Nederlandse leeftijdgenoten. Ze missen bij het leren nogal eens de ouderlijke steun die in Nederlandse burgerfamilies zo vanzelfsprekend is. Thuis horen en spreken ze weinig Nederlands. Dus moet dat op school gebeuren.

Praten over de leerstof is tijdrovend voor leraren en leerlingen. Daar moet ruimte voor worden gemaakt en de werkvormen moeten er geschikt voor zijn. Zo eenvoudig is dat. Dus moet op beleidsniveau worden bedacht hoe allochtonen betere kansen krijgen om te slagen in het studiehuis - en dat is niet hetzelfde als pleiten voor lichte vormen van havo en vwo voor allochtonen.

In allochtone gezinnen worden niet minder slimme kinderen geboren dan elders. Het is wijs beleid die slimme kinderen al op de basisschool en de basisvorming op te sporen. En om er alles aan te doen om ze 'hogerop' te brengen. Dat is ook rechtvaardiger. Het is van tweeën één. Je zorgt als overheid voor kwaliteitseisen en leercondities die het mogelijk maken het allochtone talent binnenboord te brengen en te houden, waarmee tevens de havo en vwo in de binnenstad gered worden. Of je accepteert, dat allochtone leerlingen - hoe capabel ook - massaal worden verwezen naar lagere opleidingen, en de havo's en vwo's alleen nog in de betere witte wijken staan.

Wij vrezen dat dit tweede scenario zich voor onze ogen afspeelt. Leerlingen uit sociaal zwakkere milieus worden de dupe. Met de invoering van het studiehuis worden sociale selectieprocessen versneld. De scheiding tekent zich steeds vaker langs etnische lijnen af. Niet voor niets is de Raad voor Maatschappelijk Ontwikkeling in zijn adviesrapport Integratie in perspectief somber over de scheve verdeling van opleidingsniveaus in de huidige samenleving.

Intussen hoeven scholen niet lijdzaam af te wachten. Deskundigen weten al veel over wat wel en wat niet werkt. Meer dan bij 'witte' scholen moeten leraren in overwegend allochtone klassen systematisch checken wat er bij hun leerlingen 'tussen de oren' gebeurt. Niets aan het toeval overlaten. Leraren die daarin nog niet virtuoos zijn, moeten trainingen volgen. Er moet in de binnensteden personeel bij, liefst meertalige (hulp-)leraren. De samenwerking met allochtone ouders vraagt veel zorg. Huiswerk voor bestuurders dus, die de knelpunten in havo en vwo politiek moeten aankaarten en erop toezien dat in elk geval de marges van de bestaande regels worden opgespoord en goed benut. Want in bestuurlijk en onderwijskundig opzicht staan we bepaald niet met lege handen. Het blijkt mogelijk een groot aantal suggesties en aanbevelingen voor overheden, schooldirecties, leraren en ondersteuners van scholen op een rij te krijgen. Het gaat niet om een vermindering van de kwaliteitsdoelstelling. Maar de blinde overlading van programma's biedt geen garantie voor kwaliteit. Niet het vele is goed, maar het goede is veel! Voor capabele migrantenleerlingen komt het erop aan, dat ze demonstreren dat ze kunnen leren op niveau aankunnen. Het studiehuis kan met enige aanpassing van de inrichting ook voor hen een toegankelijk huis worden.

mailIcon print |