Tot in de jaren zestig huldigde het departement van buitenlandse zaken nog het principe: geen kraaien op de rand van de schatkist. Met die slogan dacht het ministerie kerkelijke instellingen die om subsidie vroegen voor de armoedebestrijding in de derde wereld, buiten de deur te kunnen houden. Aanvankelijk ook met warme steun van de katholieke minister Luns, die van 'die blotevoetenpaters' niets moest hebben.
Inmiddels zijn de kraaien van toen geaccepteerd als gewaardeerde medefincieringsorganisaties Icco en Cordaid, aangevuld met de niet-christelijke kraaien Novib en Hivos. Het probleem is nu dat minister Herfkens deze 'club van vier' wil uitbreiden met nog een kraai: de Nederlandse tak van Foster Parents Plan (FFP) en nu blijkt er ineens onmin onder de kraaien zélf te zijn uitgebroken. Niet alleen dreigt hun spoeling dunner te worden, ook het ontwikkelingsbeleid zou met de uitbreiding niet gediend zijn.
We hebben hier te maken met een type conflict waarin het niet meevalt positie te kiezen. Moeten we de minister bijvallen, die stelt dat zij op grond van de onlangs aangenomen subididiewet een organisatie als FFP onmogelijk kan buitensluiten? Of hebben de organisaties gelijk, die constateren dat de minister de criteria ten gunste van FFP wel erg soepel gehanteerd heeft, zodat straks jan en alleman voor subsidie in aanmerking komt?
Het enige wat met zekerheid valt te zeggen, is dat de vier een belangrijke rol spelen in het ontwikkelingswerk. Als particuliere organisaties kunnen zij flexibel opereren, vaak ook in landen en gebieden waar anderszins geen ontwikkelingswerk van de grond te tillen valt. Een versnippering van hun inkomstenbron kan de continuïteit van hun werk ernstig aantasten.
Maar zeker is ook dat de ontwikkelingshulp als geheel het moet hebben van een zeker draagvlak in de samenleving. De vier dragen daaraan bij en FFP zou daarop met haar 350000 donateurs een welkome aanvulling kunnen zijn. Daarvoor is een visie nodig op de rol en de betekenis van het middenveld in de ontwikkelingssamenwerking. Wat zorgen baart, is dat de minister van zo'n visie geen blijk geeft en de Kamer niet geïnteresseerd lijkt. Zo zou het broze draagvlak onder ontwikkelingssamenwerking in de nieuwe eeuw wel eens verder kunnen afbrokkelen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.