*

 
dossier

Archief

Oecumenische doorbraken in stroeve tijden

redactie religie & filosofie − 17/01/00, 00:00

Is er voor een professor in de oecumene in deze stroeve tijden nog eer te behalen of is hij maar een kerkelijke botanicus die heel goed alle soorten christenen kan onderscheiden aan de hand van slechts door geknoei en gesjoemel op te heffen verschillen? Prof. Martien Brinkman zet alles in op het eerste.

Brinkman aanvaardde vorige week aan de Vrije Universiteit zijn bijzondere leerstoel in de oecumenische theologie, ingesteld door de Berkelbach van der Sprenkel-fundatie. Het was de vooravond van de internationale 'bidweek voor de eenheid' en tevens van de sterfdag van de man naar wie de leerstoel is vernoemd.

De hervormde predikant en latere kerkelijk hoogleraar in Utrecht S. F. H.J. Berkelbach van der Sprenkel (1882-1967) pionierde al in de jaren dertig in de oecumene in Nederland en daarbuiten; na de oorlog was hij onder meer voorzitter van de heropgerichte Oecumenische raad van kerken, voorloper van de Raad van kerken in Nederland. Het naar hem vernoemde fonds heeft hijzelf uit zijn nalatenschap opgericht, maar de leerstoel is nieuw.

Dr. Martien Brinkman, 49 jaar, verbonden aan het Interuniversitair instituut voor missiologie en oecumenica (Iimo) in Utrecht, is tegen de trend om de grote kerkelijke tradities als 'onherleidbaar' tot elkaar te beschouwen. Die trend blijkt uit de slepende malaise, tussen Rome en Constantinopel, tussen Rome en de Wereldraad in Genève, maar ook bij Samen-op-Weg, in het verkeer tussen evangelicale en oecumenische protestanten, jazelfs bij de VU en Kampen, kun je zeggen. Onherleidbare verschillen, onoverbrugbare culture kloven. Maar, aldus Brinkman, ,,hoe somber je ook over de oecumene denkt er hebben zich opvallende verschuivingen voorgedaan, opmerkelijke veranderingen van inzicht, niet alleen in bijzaken.'' Brinkman signaleert zelfs oecumenische 'doorbraken'.

In zijn rede gaf de nieuwe hoogleraar enkele voorbeelden, waaronder de recente toenadering tussen het Vaticaan en de lutheranen op het punt van de rechtvaardiging. Dit oude dispuut over hoe een mens in de hemel komt dreef 500 jaar geleden Luther en Rome uiteen. Denken we daar nu luchtiger over? Nee, betoogt Brinkman. Nieuwe inzichten en studies van beide kanten hebben geholpen oude controverses te overwinnen.

Andere kwestie: sinds de vijfde eeuw hebben oost en west onoverbrugbare tegenstellingen gekoesterd in de kijk op de goddelijke en menselijke natuur van Jezus Christus. Vooral door oude bronnenstudie van kerkvaders als Cyrillus is ontdekt dat de gemeenschappelijke basis veel groter is dan gedacht en dat de wederzijdse veroordelingen van weleer niet meer effectief zijn.

Interessante ontwikkelingen zijn verder te zien in Afrika en Azië. De Europese zendelingen brachten de ene ware God naar Afrika, heet het. Was God daar tevoren dan niet?, vraagt Brinkman zich af. Aan de hand van de Afrikaanse theoloog Kwame Bediako stelt hij dat Christus in Afrika niet is gebracht of overgeplant, maar thuisgekomen. De doorbraak van dat inzicht leidt tot nog een conclusie: de dekolonisatie van Afrika heeft de kerstening - anders dan menigeen voorspelde - juist versneld. Los van de blanke banden ontdekten Afrikaanse christenen dat hun geloof heel goed bij hun oorspronkelijke Afrikaanse religieuze traditie past.

Anders, maar even veelzeggend is de situatie in Azië, waar christenen vrijwel altijd leven binnen in overgrote niet-christelijke omgeving.

De Taiwanese theoloog prof. Choan-Seng Song, voorzitter van de Wereldbond van hervormde/ gereformeerde kerken (Warc), verwijt de kerken van zijn traditie dat zij hun befaamde leus semper reformanda ( = moet telkens weer her-vormd worden ) in Azië zo zijn vergeten, ,,een ernstige theologische blunder''. Het heilswerk van God-in-Christus is met te enge Europese blik gezien en overgebracht. Song ziet - en Brinkman gaat ver met hem mee - Azië zelf als de plaats waar de eigen 'uittocht' uit slavendom en 'doortocht' door woestijn worden ervaren en de eigen - veel oudere spirituele schatten - worden verbonden met de Bijbel.

Van Afrika en Azië kan de oecumene in de oude christelijke wereld veel leren, verwacht Brinkman. In die zin hoopt hij ook het vak 'oecumenica' te doceren, al weet hij dat het woord doorgaans geen euforie wekt onder het jonge theologenvolkje.

De Berkelbach van der Sprenkel-leerstoel aan de VU is ingesteld toen iedereen er nog vanuit ging dat Kampen en de VU zouden fuseren, in Amsterdam. Zoals bekend is dat anders afgelopen. De VU is straks geen erkende domineesschool meer. Maar, waarschuwde Brinkman, toespitsend waar het hem om begonnen is, ,,zonder een gevoelige antenne voor wat er tussen christenen wereldwijd in wisselwerking met hun cultuur gaande is lijkt geen verantwoorde predikantenopleiding mogelijk.''

mailIcon print |