Ze wisten veel van ons, zo namen we altijd aan, maar zouden de Russen ook hebben geweten met hoeveel overgave wij hun volkslied zongen?
Elke vrijdagmiddag stond een groepje Nederlandse dienstplichtigen die een spoedcursus Russisch kregen rond een piano in het schooltje van de militaire inlichtingendienst in Harderwijk, later Ede, te brullen dat ,,de partij van Lenin, de kracht van het volk, ons naar de triomf van het communisme leidt''.
Het zingen van Russische strijdliederen bleek een perfecte manier om de stress van zes naamvallen, onnavolgbare klemtonen en de voortdurende dreiging tot soldaat-schrijver te worden gedegradeerd kwijt te raken bij de afsluiting van de week.
,,De bloedige strijd met de vijanden zijn wij aangegaan, voor een betere wereld en de heilige vrijheid. Ten strijde, de bloedige, heilige en rechtvaardige strijd, mars, mars, voorwaarts, arbeidersvolk'' zongen wij het liefst, waar de lichting vóór ons de voorkeur gaf aan een liedje over Russische meisjes die smachtten naar aan verre einders marcherende infanteristen.
Maar het mooist was toch altijd ons slotlied, de Sovjet-hymne, dat lied dat zo meeslepend was dat je bijna die tientallen miljoenen slachtoffers van Stalin vergat.
En zo hebben in de loop der jaren enkele honderden tot vertaler, tolk of krijgsgevangenondervrager klaargestoomde militairen de week afgesloten door te zingen: ,,Het grote Rusland heeft voor altijd een onverbrekelijke unie van vrije republieken aaneengesmeed.'' Dat lied, dat was hun gevaarlijkste wapen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.