*

 
dossier

Archief

In de grond getrapt door een betere gelovige

Rozemarijn Gerritse − 13/01/00, 00:00

Raar dat ik weer emotioneel word en ga trillen als ik de ergernissen lees van briefschrijvers over de Vistest van Nico ter Linden (op 3 januari in Trouw). Ik ben mijn 'godsdienst-trauma' dus nog steeds niet kwijt.

Ik begrijp al die mensen wel, die zich 'gekwetst' voelen door Ter Linden. Zo voelde ik me en voel ik me nog heel vaak: gekwetst, aangevallen. Door uitspraken van mensen die vinden dat ik niet op de juiste manier geloof.

Mijn ouders luisterden vroeger altijd naar 'Hoogtezon-dominee' Henny Visser. Ik begreep er niet zoveel van. Maar toen ik volwassen werd en ook eens naar dat programma luisterde en zinnige dingen hoorde, voelde ik me daar heel goed bij. Ik vertelde trots dat ik ook naar Henny Visser luisterde, maar mijn moeder kraakte hem ineens compleet af. Hij was veel te vrijzinnig. Had ik een keer iets waar ik in geloofde, werd dat meteen door een betere gelovige de grond in getrapt.

Het doet me ook pijn wanneer mensen mijn favoriete schrijver Maarten 't Hart afkraken. Zijn boeken hebben mij erg geholpen bij het kwijtraken van mijn angsten voor de 'hel', veroorzaakt door mijn 'christelijke opvoeding'. Mijn ouders hebben mij met de beste bedoelingen opgevoed. Ze hebben me al toen ik drie jaar was verteld over de 'hel', waar je in kwam als je niet in God en Jezus geloofde en zondigde. Het was vuur, de pijn van levend verbranden. Het zou nooit meer stoppen. Onze buren, waar ik heel veel om gaf, geloofden niet en die zouden in de hel komen. Wat heb ik daar vaak om gehuild, ik wist niet wat ik moest doen om ze te redden, want ze wilden niet gaan geloven. Ook als ik bij de openbare school al die kinderen op het schoolplein zag met de wetenschap: die worden straks voor eeuwig in het vuur gegooid, werd ik gek van angst. En alle mensen in de derde wereld zouden er buiten hun schuld in komen. Daarom waren er zendelingen, eigenlijk waren wij verantwoordelijk voor hun toekomst. Wat een grote verantwoording droegen wij, te zwaar voor mij.

Maar ook ikzelf zou in de hel komen, als ik ruzie met mijn ouders had of iets verkeerds had gedaan, en ik zou op dat moment een ongeluk krijgen en dood gaan. Ik leerde mezelf aan op elk benauwd moment 'Vergeef me Heer' te bidden, zodat het hopelijk toch goed zou komen. Maar eng bleef het wel.

Toen ging ik hopen dat God wel wat milder was dan ons werd geleerd. Maar dan werd er naar de EO gekeken en de Elisabeth-bode was er altijd. En daar waren ze heel streng. Niet naar de kerk gaan werd niet getolereerd. Dat was te makkelijk. En je mocht nooit de brede weg bewandelen maar de smalle. Altijd was Big Brother watching you. En iedereen maar denken dat Big Brother iets nieuws is. Ik ben ermee opgegroeid.

Soms kreeg ik in de stad van een evangelist een folder in handen waarin stond dat God, de God der wrake is, en dat de straf vreselijk zal zijn. En tegelijkertijd verkondigt men dat Hij zoveel liefde is. Hoe kun je dat nou rijmen? Eigenlijk heb ik daar altijd alleen mee geworsteld, want met mijn familie over het geloof praten ging niet. Iedereen wist het altijd zo goed en zeker, want twijfelen mocht niet. Ik moest naar catechesatie maar durfde niet te zeggen wat mij dwarszat. Blijkbaar vond iedereen alles heel normaal en rechtvaardig wat er in de bijbel stond. En ik vond dat er zulke gemene onrechtvaardige dingen gebeurden.

Het heeft me jaren therapie gekost om mijn helle-angsten kwijt te raken en ik denk dat ik er nooit helemaal vanaf zal komen. Telkens als ik christenen hoor praten over 'buitenkerkelijken' of 'ongelovigen' doet dat me pijn, want dan hebben ze het ook over mij. Ik ga inderdaad niet meer naar de kerk, heb me laten uitschrijven. Maar niemand weet of, en wat ik geloof of niet geloof. Waarom durf ik dat niet te vertellen? Omdat ik weet dat veel mensen geschokt zullen zijn, als ze horen dat ik niet meer bij een kerk ben. Ook als ik die mensen met een sticker met een visje op de auto zie rijden, voel ik pijn. Waarom moeten jullie je onderscheiden van mensen die volgens jullie geen christen zijn, denk ik dan. Ik moet dan mijn best doen om me niet opnieuw minder te voelen dan zij.

Dit is maar een kleine greep uit mijn leven met een heel groot trauma. Ik was zo blij met dat stukje van Nico ter Linden. Ik kan alleen maar tegen de briefschrijvers zeggen: Mensen ik begrijp het, aangevallen worden over je manier van denken doet altijd pijn, maar denk er eens een keer aan dat het andersom ook heel veel pijn kan doen.

De ichtusvis werd gebruikt in een tijd toen christenen vervolgd werden, als een geheim herkenningsteken omdat openlijk elkaar ontmoeten te gevaarlijk was. De vervolgingen zijn al lang voorbij. Zijn wij, de 'niet christenen' dan zo erg, dat een teken uit een echte gevaarlijke tijd nodig is, om je van mensen zoals ik te onderscheiden?

mailIcon print |