*

 
dossier

Archief

Fusieschool voor de buurt

Edwin Kreulen − 20/01/00, 00:00

De Onderwijsraad wil de samenwerkingschool verankeren in de grondwet, maar een fusie van openbaar en bijzonder onderwijs moet een uitzondering blijven. Op de 'enige echte' samenwerkingsschool van Nederland denken ze daar anders over. ,,Het is goed voor de kinderen, en ook voor ons dorp.''

De openbare Master Frankeskoalle in het Friese Eernewoude telde halverwege de jaren tachtig ongeveer twintig kinderen. Ouders die hun kind naar de bijzondere school wilde, reden naar dorpen in de buurt. Het leek onontkoombaar: de openbare school moest dicht, alle ouders zouden minstens vijf kilometer moeten rijden.

De ouders vonden dat jammer, ook vanwege de bijzondere betekenis van de school in het dorp. De gemeente Tytjerksteradiel, waartoe Eernewoude behoort, was grondwettelijk verplicht om openbaar onderwijs te garanderen, of anders leerlingvervoer te betalen. Waarom niet alle kinderen naar de dorpsschool, mét ook christelijk onderwijs? De 'samenwerkingsschool' was geboren.

Er was één probleem: het mocht niet van de wet. Die kent alleen openbaar of bijzonder onderwijs. Gemeentes zijn verplicht om openbaar onderwijs te organiseren en dat mag niet in de vorm van een samenwerkingsschool, meenden veel juristen. Toch mocht Eernewoude doorgaan van het ministerie van onderwijs, want dat werkte aan een regeling voor de samenwerkingsschool. Meer dorpen worstelden met dit probleem, dat was versterkt door het ministerie zelf, in de lust tot schaalvergroting.

Maar de Tweede Kamer was verdeeld en na vier jaar was er nog steeds geen regeling. Daarom kreeg Eernewoude als uitzondering het wettelijke predikaat 'samenwerkingsschool'. Veel juristen vonden dat belachelijk, want grondwettelijk mag het niet. Daarom adviseerde de Onderwijsraad deze week om de samenwerkingsschool in die grondwet te verankeren.

Na een korte aarzeling behoren nu alle dorpskinderen van Eernewoude tot de school. De school heeft 51 leerlingen, waarvan twee derde godsdienstonderwijs volgt en de rest humanistisch onderwijs. Het is een samenwerking tussen openbaar en protestants-christelijk onderwijs, maar ook katholieke ouders deden hun kind op school. De school heeft vier leerkrachten, verdeeld over beide richtingen. Ook de tweekoppige directie is 'pluriform' samengesteld, net als bestuur en medezeggenschap.

,,Het heeft een goed effect gehad, niet alleen voor de kinderen maar ook voor de samenhang in het dorp'', zegt Harmen de Vlas, leraar en directeur. ,,We proberen leerlingen in contact te laten komen met verschillende denkwijzen. Kinderen die net van godsdienstonderwijs komen bespreken dat met de anderen, dat zijn leuke discussies. Je moet elkaar niet verketteren.''

De Vlas kan zich niet vinden in het standpunt van de Onderwijsraad, die vindt dat de samenwerkingsschool een uitzondering moet blijven -alleen in noodgevallen, als scholen dreigen te verdwijnen. ,,Ik denk dat in dorpen, maar misschien ook in wijken van grote gemeentes, iets meer samenhang goed is. De samenwerkingsschool helpt daarbij.''

mailIcon print |