*

 
dossier

Archief

De vermoorde onschuld in Vestdijks loopbaan

Samuel de Lange − 20/01/00, 00:00

Hij is misschien wel een van de meest geportretteerde heiligen en zijn met pijlen doorboorde lichaam was een geliefd motief. Ook Simon Vestdijk raakte onder de indruk van een portret van Sint Sebastiaan, dat hij in het Rijksmuseum zag hangen. Hij schreef een roman die de naam van de martelaar als titel had. Daarna begon Vestdijks mystieke loopbaan.

Sint Sebastiaan is een van de christelijke martelaren die onder de vervolging van keizer Diocletianus (284-305) het leven lieten. Volgens de legende - over deze voorbeeldige bloedgetuigen staat weinig met zekerheid vast - was hij een Romeinse gardeofficier die gestraft werd voor de verkondiging van het christendom in het leger. Met pijlen doorboord werd hij voor dood achtergelaten.

De christin Irene vond hem en verpleegde hem, en Sebastiaan hernam onversaagd zijn kersteningsarbeid. Deze maal pakte Diocletianus de zaak grondiger aan: Sebastiaan werd doodgeknuppeld en in het riool gegooid.

De pijlen waren natuurlijk fotogenieker, en de heilige leeft voort in de gekwelde voorstellingen van Renaissanceschilders als Mantegna (1431-1506) en Botticelli (1445-1510) die hem als doelwit van boogschutters afbeeldden.

Wie vandaag wil weten waar die plotselinge sublimering aan te danken is, zoekt tevergeefs in het Rijksmuseum naar het schilderij van Cano. Het blijkt inmiddels toegeschreven aan een andere Spanjaard, Juan Carréno de Miranda (1614-1685), en het is uit de vaste collectie verwijderd en verbannen naar de 'studieverzameling', het voorgeborchte van het museum. Ná Vestdijk hebben blijkbaar maar weinigen zich enthousiast over het schilderij uitgelaten.

Het beeld is een 'half-totaal'. De martelaar hangt gebonden tegen een stronk, het hoofd smartelijk opzij. De pose is dramatisch, maar Vestdijk heeft gelijk met zijn opmerkingen over de zwakke kin en het lage voorhoofd. Het is allemaal pure lichaamstaal: 'De naakte romp met drie pijlen en de vier of vijf bloedstraaltjes die in een langwerpig kolfje tot rust komen '. De kleur van het schilderij is vaal, en context of verhaal ontbreken. Alleen gemarteld vlees op doek.

De voorstelling kan zo in een campagne van Amnesty International. Anton Wachter wordt zich zoiets bewust: 'Tot dusver had hij weinig op menselijke ellende gelet'. Nu ontdekte hij opeens medelijden bij zichzelf, of liever, 'het omgekeerde van medelijden: hij leed niet met Sint Sebastiaan mee, maar Sint Sebastiaan met hem!' De kleine Simon/Anton genereert eigener beweging het vervolg van de legende op de martelscène: 'Op de terugweg spon hij vreemde fantasieën uit over tante Nelly (zijn chaperonne, SdL) en hem: hoe zij op een goede dag samen zouden vluchten, hoe ze 's nachts naar het Rijksmuseum zouden gaan en binnenzweven door de poort, ongehinderd door de suppoosten, en hoe ze dan Sint Sebastiaan zouden verbinden, zij als verpleegster, hij met een kaars, om bij te lichten en om toe te zien.'

Dat betekent niet dat Vestdijk de religie, in casu het christendom, een betere toekomst voorspelde of toewenste dan Freud. Tenslotte, na veel dankbetuigingen, stuurt hij de religie de laan uit, en nodigt een milde vorm van boeddhisme uit het terrein te betreden. Want behalve een onhoudbare projectie van verlangens - door Freud als 'illusie' aangemerkt - verwijt hij het christendom intolerantie.

Het ontbreken van een theologische santenkraam en van enige bekeringsijver trof Vestdijk aangenaam in het boeddhisme. In een later leven zou hij dus noch met Diocletianus, noch met Sebastiaan veel op hebben gehad. Hij was wel gefascineerd door de metafysische bouwsels die religies optrokken, maar hij vond dat mensen eigenlijk zónder moesten kunnen.

De sociale kant, de solidariteit die alle godsdienst in verschillende mate predikt, achtte Vestdijk van groter belang. Maar daar kon het socialisme ook in voorzien. Onvervangbaar was echter volgens Vestdijk de mystieke inslag die elke religie eigen was. De persoonlijke doorwerking van de wanhoop en de zin van het leven leek hem voor een beschaafd mens onontbeerlijk.

Nergens in het kameleontische oeuvre van Vestdijk tref je zulke uitgesproken ideeën over hoe een goed mens te worden. Iedereen die in de maatschappij iets wil voorstellen zou een 'kloosterschool' moeten doorlopen waar hij geoefend wordt in technieken als yoga en meditatie, niet om in hogere sferen te geraken, maar om zichzelf te leren kennen en beheersen.

In de kinderangsten van Vestdijk voor 'lachende schoorstenen', en zijn aanhankelijkheid aan de 'zusjedeken', herkent men de metafysische verbeeldingen waarmee religie vorm aan het leven geeft.

Het schilderij 'Sint Sebastiaan' was naar zijn eigen zeggen een eerste proeve van het medelijden, de sociale component van religie. Maar wat hij eigenlijk najoeg toen hij door die ontroering overvallen werd, was iets anders: roeping en 'naakten'. Een bijkomstig verwijt dat Vestdijk het christendom in 'De toekomst der religie' maakte was de anti-seksuele vooringenomenheid.

mailIcon print |