*

 
dossier

Archief

Netelenbos kan Spoorwegen makkelijk in gebreke stellen

Rob van Gijzel − 02/09/00, 00:00

De politicoloog Paul Lieben stelt dat de Tweede Kamer het spoor bijster is over het verkeersbeleid (Podium, 30 augustus). Zijn betoog is grotendeels gebaseerd op onjuiste veronderstellingen. Vooropgesteld dient te worden dat de Nederlandse Spoorwegen niet geprivatiseerd zijn, maar verzelfstandigd.

De verzelfstandiging kreeg juridisch de vorm van een contract tussen de overheid en de NS. Hierin zijn afspraken opgenomen over tariefontwikkeling, onrendabele lijnen, vertragingen en garanties voor (zit-)plaatsen. De praktijk leert dat de NS niet altijd in staat zijn aan het contract te voldoen. Dat geldt voor vertragingen, maar ook voor het gebrek aan zitplaatsen.

Voor het contract heeft de overheid in 1995 aan de NS 180 miljoen gulden betaald. In ruil hiervoor -plus nog de inkomsten van de NS uit de kaartverkoop, grond en stations- moeten de NS wel bepaalde prestaties leveren. De reactie van de minister, dat een tekort aan zitplaatsen een zaak is van de NS, is dan ook ongepast. De minister moet nauwlettend toezien op de uitvoering van de in het contract overeengekomen prestaties.

Van de spoorwegen krijgt de politiek het verwijt dat door haar dralen de huidige problemen zijn ontstaan. Als dit werkelijk het geval zou zijn, dan hadden de NS vorig jaar niet moeten instemmen met het ongewijzigd verlengen van het contract, met daarin onder meer de garantie van 85 procent kans op een zitplaats in de spits.

Het argument dat de NS overvallen zouden zijn door een onvoorziene groei, snijdt geen hout. Allereerst is het beleid gericht op de toename van het aantal treinreizigers. Daarvoor heeft de overheid vanaf 1992 al zo'n 15 miljard geïnvesteerd in de infrastructuur en volgt de komende jaren nog zo'n bedrag. Ten tweede werd twee jaar geleden een tariefstijging verantwoord met het argument dat de komende jaren de groei groot zou zijn. Al met al dus niet echt een verrassing.

De suggestie van de PvdA voor een prijsreductie voor staanplaatsen of een algemene korting is een second best optie. De beste optie is de normale naleving van het contract, maar dit vergt tijd en inspanning van de NS.

Daarom wil de PvdA, tot de tijd dat de NS het contract wel na kunnen komen en voldoende materieel hebben om de reizigers te vervoeren, een reductie op het treinkaartje. Indien ze niet tot een dergelijke compensatie bereid zijn, zou de minister de NS voor de rechter in gebreke moeten stellen.

De bewering van Lieben (en de NS) dat kortingen niet controleerbaar zijn, behoeft relativering. Allereerst kunnen de NS simpelweg kaartjes verkopen met 40 procent korting voor staanplaatsen. Ten tweede is het moeilijk controleren van de reductiekaartjes in de overvolle treinen een probleem van het bedrijf en niet van de klant.

De bewering van Paul Lieben dat de Kamer het spoor bijster is, lijkt mij niet te verdedigen. De Tweede Kamer zit als een bok op de haverkist en spoort de minister aan om te doen wat ze uit zichzelf had moeten doen: de NS houden aan haar afspraken in het belang van de reiziger.

mailIcon print |