Hans van Mierlo was deze week even terug in Den Haag en verkondigde als een van de zegeningen van Paars dat de illusie van een beter alternatief ontbreekt. Als vroeger het CDA met rechts regeerde, verkondigde de PvdA dat het over links beter kon, regeerde het CDA met links, dan riep de VVD dat de kiezer met rechts beter af was. Sinds het aantreden van de brede paarse coalitie hoeven we ons met zulk politiek illusionisme niet meer bezig te houden. Gelukkig maar, maakte Van Mierlo duidelijk.
Voor iemand die zo met het lot van de democratie begaan was dat hij in 1966 als democraat en niks anders het politieke toneel bestormde, is dat een opmerkelijke visie. Een democratie gedijt toch juist bij debat, botsing van de meningen, tegenspraak van de macht, een sterke oppositie? Ontbreekt het daaraan, dan is het de dood in de pot. Van Mierlo gaf jaren geleden al eens aan dat hij daar anders tegenaan kijkt. In zo'n welvarend land als het onze, zei hij destijds, komt het bij regeren voor negentig procent op goed beheer aan. Echte ideologische tegenstellingen bestaan niet meer, het zijn slechts spasmen uit voorbije tijden, dus laten we ons van de schijn van tegenstellingen ontdoen en daarmee van de machtspositie van het CDA, dat bij de gratie van die schijn eeuwig kan blijven regeren.
Het lijkt erop dat de afgelopen jaren hem gelijk gaven. Voor de oppositie viel weinig eer te behalen. Deels lag dat zeker aan de politieke samenstelling van Paars, deels ook aan de economische voorspoed, die de kabinetten-Kok steeds in staat stelden ieder zijn deel te geven. Kijk naar de recente paarse geldsmijterij bij de herziening van het belastingstelsel. Voor de oppositie valt onder die omstandigheden niet veel te verdienen. Een ramp voor het land, een feest voor de oppositie, zeggen de Britten. Maar het omgekeerde is ook waar. Toch tovert ook Van Mierlo de kiezers een illusie voor. Dat de tegenstelling tussen kapitaal en arbeid praktisch is verdwenen en daarmee het antagonisme tussen VVD en PvdA, betekent nog niet het einde van de politiek en het begin van een louter technocratisch beheer. Dat het onder Paars juist wel die kant op is gegaan, is veel meer een gevolg van de neiging van de leidende politici tot depolitiseren en het verdoezelen van tegenstellingen. Dat mag gunstige effecten hebben gehad in tijden van grote tegenstellingen, maar het werkt nu averechts. De Nederlandse politiek kan enige polarisatie wel gebruiken. Er zijn breuklijnen genoeg, waarop die polarisatie gestalte kan krijgen, zoals de verarming van publieke instituten, temidden van groeiende particuliere welvaart, en het oprukken van de markt in sectoren waar andere dan economische waarden voorop horen te staan zoals onderwijs, gezondheidszorg en de rechterlijke macht.
In dat licht mag iets worden verwacht van het CDA, dat inhoudelijk een steeds duidelijker profiel laat zien en geleidelijk zijn zelfvertrouwen lijkt te hervinden. Datzelfde geldt voor de politieke fusie tussen GPV en RPF. In de afgelopen eeuw is het protestantse erf vrijwel doorlopend het toneel geweest van verbrokkeling en afsplitsingen, nu gebeurt het tegenovergestelde en dat is heel wat. Van deze samenwerking kunnen impulsen uitgaan die tot gevolg hebben dat deze politieke stroming eerder serieus dan met een zekere meewarigheid wordt bekeken. Juist in het christelijke gedachte- en cultuurgoed is munitie genoeg te vinden tegen de platte vrijheid-blijheid-cultuur, waarvan vooral de VVD de politieke uitdrukking is.
Als dat de oppositie tegen paars scherper kan maken, is dat meer dan mooi meegenomen. Het is gevaarlijk de illusie te koesteren dat we het in een democratie zonder oppositie af kunnen. Het koesteren en in stelling brengen van de tegenmacht is noodzakelijk om te voorkomen dat kiezers op een goeie dag achter een dubieuze rattenvanger aanlopen, omdat het er toch niets toe doet wie aan de macht is. Het mag voor de gevestigde partijen een waarschuwing zijn dat zij op lokaal niveau, waar de politiek al vaak het karakter heeft van een grijze bal gehakt, steeds meer terrein verliezen aan nieuwe groeperingen à la Leefbaar Hilversum en Leefbaar Utrecht. Die tendens kan zich ook landelijk voordoen als de politiek de kleur grijs aanneemt.
De regerende partijen verrichten daarom een democratische daad van betekenis als zij bij gebrek aan krachtige oppositie, zelf tegenspraak uitlokken. Onder Paars gebeurt precies het tegenovergestelde. In de VVD is sinds de Nacht van Wiegel de rust van het kerkhof tot het hoogste doel verheven, de PvdA richt zich volledig op de macht en daarbij op Wim Kok, de man die als enige in staat wordt geacht die macht vast te houden. Het kan niet anders dan dat partijen hierdoor op den duur verkrampen en juist de macht zullen verliezen. Daarentegen geven ze zichzelf en de oppositie meer reliëf als ze de confrontatie zoeken. De essentie daarvan is dat de kiezers serieus worden genomen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.