*

 
dossier

Archief

De mens, engel noch beest

Yoram Stein − 03/01/00, 00:00

Ze zijn er weer, de goede voornemens. Een 'nulmeting' is er niet, dus of het er vanwege het speciale jaartal meer zijn dan normaal, weten we niet. Wel is zeker dat er slechts weinige van zullen worden nageleefd. Niet aan beginnen dus?

Een nieuw jaar vraagt om goede voornemens, een nieuw millennium om nog eens duizend keer zoveel. Te vrezen is echter dat deze goede voornemens het ook in de 21e eeuw nooit verder dan voornemens zullen schoppen. Goede voornemens hebben een slechte reputatie; de geest is gewillig, het vlees blijft zwak. En waarmee was de weg naar de hel ook alweer geplaveid?

Talrijke Nederlanders zullen sinds de nacht van vrijdag op zaterdag hun leven gebeterd hebben. Ze zijn gestopt met roken, gaan voortaan elke dag sporten of besteden meer tijd aan vrienden en gezin. Een vers millennium biedt zelfs de grootste zondaar nieuwe kansen. Het bezoedelde verleden hebben wij 31 december, klokslag twaalf uur, achter ons gelaten. Een ongerepte duizendjarige periode dient zich aan. Daarin zal het toch allemaal wel beter gaan?

Er zijn redenen om het enthousiasme een beetje te temperen. Met de beste bedoelingen zijn immers de grootste misdaden begaan. Miljoenen slachtoffers heeft het streven om de wereld te verbeteren opgeleverd. Of de strijd nu tegen ketters, communisten, kapitalisten of schenders van mensenrechten werd gevoerd, maakte in wezen niet uit. Bij al deze rechtvaardige oorlogen heiligde het doel (het goede voornemen) de middelen.

Afgelopen jaar werd Joegoslavië nog gebombardeerd door mensen die almaar betoogden wat voor goede bedoelingen ze daarmee hadden. Reden voor filosoof Hans Achterhuis de oorlog te veroordelen. Zijn voornaamste kritiek op de humanitaire interventie in Kosovo was dat ,,publieke uitbarstingen van medelijden en goede bedoelingen aan de politiek maatstaven opleggen waaraan ze nooit zal kunnen beantwoorden.''

Hoewel het in het geval van Kosovo om een politieke actie gaat en niet om individuele goede voornemens, blijft het probleem hetzelfde. Goede voornemens zorgen voor hoge maatstaven, waaraan wij (vaak) niet kunnen voldoen. Het is een bekend ethisch dilemma. We streven de voorbeelden van heiligen na, terwijl we zelf verre van heilig zijn. Zijn die goede voornemens dan niet buitengewoon schijnheilig?

Wat het antwoord op deze vraag ook mag wezen, feit blijft dat rond de jaarwisseling de goede voornemens niet van de lucht zijn. Kennelijk is zo'n moment een perfecte aangelegenheid om als voornemen ter wereld te komen. Dan vieren we namelijk de dood van het verleden en de geboorte van de toekomst. Waar het verleden ons wijst op al die pijnlijke blunders die we gemaakt hebben, is in de toekomst nog alles mogelijk. Zo wachten wij - afhankelijk van onze overtuiging - op de terugkeer of de komst van de messias, de socialistische heilstaat of het duizendjarige rijk.

Tot nog toe bleek deze toekomst helaas niet veel anders te brengen dan het verleden reeds had gebracht: ontgoocheling en desillusie. ,,Niets verandert met nieuwjaarsdag'', zong de Ierse popgroep U2. De tekst is zo treurig, omdat hij ontnuchtert. Tot ons groot verdriet blijkt telkenmale al op 1 januari dat het nieuwe niet wezenlijk verschilt van het oude. Die verwachting wordt alleen gewekt doordat er zoveel belang wordt gehecht aan een vrij willekeurig gekozen datum.

Nu iedereen spreekt van een 'nieuw millennium' en mensen elkaar zelfs 'een gelukkig millennium' toewensen, verschijnt er een enorme, onbekende wereld voor ons geestesoog. Een wereld, waarin een ieder met een schone lei mag beginnen. De menselijke geest, in staat tot het bedenken van de mooiste utopieën, blijft echter veroordeeld tot het zwakke vlees. ,,De mens loopt met zijn hoofd in de hemel, maar staat met zijn voeten in de modder'', schreef de filosoof Bataille. Het hoofd - verkerend in hogere sferen - bedenkt de goede voornemens, die het lichaam vervolgens negeert.

In de geschiedenis van de westerse metafysica heeft deze scheiding tussen lichaam en geest vaak tot een veroordeling van het lichaam gezorgd. In navolging van de filosofie van Pythagoras en Plato werd het lichaam beschouwd als 'de kerker van de ziel'. Modernere denkers zagen het lichaam ook niet al te positief als machine en braken zich het hoofd over de vraag hoe de geest 'dat ding' precies bestuurde.

Onze 'zuivere ziel', gevangen in het lichaam, wordt in het christelijke gedachtengoed pas bevrijd met de intrede van de dood. De beloning voor het lijden in dit leven vindt in een toekomstig hiernamaals plaats. Het voornemen - de belofte van het goede - kan alleen pure werkelijkheid worden in een lichaamsloze wereld. Alleen in de immer ongewisse toekomst zwaait de geest de scepter, in het heden maakt het hunkerende lichaam deze verheven plannen steeds onmogelijk.

Latere filosofen verzetten zich tegen de traditionele scheiding tussen lichaam en geest. Nietzsche stelde: ,,Lichaam ben ik helemaal, en niets meer; en de ziel is enkel een gedeelte in het lichaam.'' De Duitse filosoof Feuerbach wist het nog bondiger te formuleren: ,,Een mens is wat hij eet''.

Ondanks deze protestgeluiden bleef de innerlijke gespletenheid van de mens - in zijn gedachten een God, in zijn doen en laten eerder een dier - de gemoederen van menig denker bezighouden. In het werk van Karl Marx bijvoorbeeld is het opheffen van het verschil tussen lichaam en geest, daad en theorie een van de drijvende gedachten. Marx was op zoek naar een manier van denkend handelen of handelend denken, dat de mens tot een autonoom wezen kon maken, vrij om zijn eigen toekomst te bepalen.

De geschiedenis van de afgelopen eeuw heeft de gevaarlijke kanten aan dit denken gedemonstreerd. Wie het paradijs op aarde wil stichten, of tracht om utopie en activisme met elkaar te vermengen, loopt grote kans bij dictatuur uit te komen.

Filosofen in de twintigste eeuw hebben herhaaldelijk gewaarschuwd voor de gedachte dat de mens de wereld naar zijn hand kan zetten. Als mensen leven we in het spanningsveld tussen dier en God, maar wij zijn engel noch beest. In het diepst van onze gedachten mogen wij een god lijken, maar de ervaring leert ons anders. In het streven onszelf en de wereld te verbeteren botsen wij steeds weer op de weerbarstige werkelijkheid.

Laat niemand zich door deze reflecties ontmoedigd voelen in zijn of haar goede voornemens. Wie zichzelf wil veranderen heeft alleen naast volharding en doorzettingsvermogen, ook een bepaalde dosis realiteitsbesef nodig. Een gesneuveld huwelijk is misschien een te hoge prijs voor het stoppen met roken.

Wie al te goede voornemens voor het aankomende nieuwe jaar koestert, doet er wijs aan deze regels van Elsschot te lezen. Weliswaar heeft de hoofdpersoon in zijn gedicht 'het huwelijk' niet zulke goede bedoelingen, maar de tekst geeft wel de worsteling weer van ieder die droomt van een beter leven:

,,Want tussen droom en daad staan wetten in de weg en praktische bezwaren, en ook weemoedigheid, die niemand kan verklaren, en die des avonds komt, wanneer men slapen gaat.''

mailIcon print |