*

 
dossier

Archief

'Homes & Antiques' kritiekloos

Cees Straus − 13/01/00, 00:00

Veilinghouder Jan Pieter Glerum behoort tot de zeer weinigen die erin slaagden om vanuit de kunstwereld tot bekende Nederlander uit te groeien. Glerum gebruikt daarvoor een populair televisieprogramma dat precies de doelgroep bereikt dat hem al bij voorbaat voor ogen stond. Met een gemakkelijke tong dist hij een stroom aan feitjes en anekdotes op over antiek en oude kunst, waarmee hij een publiek weet te paaien dat geen kennis maar wel veel belangstelling voor dit onderwerp heeft. Voor Glerum snijdt het mes aan twee kanten: met zijn allerbeminnelijkste gedachtenspinsels treedt hij toe tot de rij der BN'ers, waar ook zijn veilinghuis wel bij vaart.

De firma Glerum heeft bekendheid overigens wel nodig. In de strijd tussen de grote veilighuizen in ons land, de van oorsprong Britse firma's Christie's en Sotheby's (die ooit het Amsterdamse veilinghuis Mak van Waay overnam) is Glerum de derde partij die voortdurend de kans loopt over het hoofd te worden gezien. Jan Pieter Glerum moet het klappen van de zweep kennen: hij was immers tot zijn vertrek in 1989 directeur bij Sotheby's. Hij vertrok daar tien jaar geleden, officieel omdat Glerum en enkele andere van zijn collega's de zakelijke koers van de Britten niet meer zagen zitten. Maar in het jongste nummer van 'Homes & Antiques' zegt Glerum 'dat hij voor zich zelf wilde beginnen'.

Nu sluit het een het ander niet uit, maar feit is wel dat Glerum eerst in Den Haag en sinds kort in Amsterdam natuurlijk ook zakelijk moet denken om het hoofd boven water te houden. Gegeven het feit dat in 'Nederland veilingland' de stellingen zijn betrokken -naast de twee Engelsen en Glerum dienden zich in de afgelopen jaren geen echte concurrenten aan- is Glerum op een terrein actief dat zijn beste tijd heeft gehad. De buitenwacht mag dan een positief beeld hebben van de veilinghuizen door een toenemend aantal recordprijzen, vaak wordt vergeten dat die prijzen vooral in Sotheby's en Christie's moederland Engeland worden gemaakt. In Nederland is zelden sprake van topprijzen, als gevolg van het feit dat zowel Christie's als Sotheby's hier de markt afromen voor Londen.

Het past precies in Glerums 'charme-offensief' om zich ter gelegenheid van zijn tienjarige jubileum uitgebreid te laten fêteren in het antiekmagazine 'Homes & Antiques' dat sinds kort een Nederlandse editie kent. Het wordt niet met zoveel woorden gezegd dat het hier om een honderd pagina dikke advertorial gaat (een advertentie die journalistiek is opgezet en daardoor de indruk wekt op waarheid te berusten en met ojectieve en kritische maatstaven te zijn gemaakt), maar het hele blad is kritiekloos artikel na kritiekloos artikel gericht op de jarige veilinghouder. Glerum mocht zelfs zijn eigen interview schrijven, wat ontaardt in een schaamteloze zelfbewierroking, en krijgt verder pagina's lang de gelegenheid om uit te weiden over de vermeende palmares die het veilinghuis binnensleepte. ,,Enige televisiebekendheid maakt je kennelijk zo benaderbaar dat ik regelmatig op straat aangesproken word over het kunstbezit van een mij volstrekt onbekende'' begint de egotrip van de veilinghouder.

Kennelijk was de redactie van 'Homes & Antiques' zo ingepakt door het Glerumiaanse charme-offensief dat zij vergat dat het blad ook nog eens wordt gelezen door liefhebbers van woninginrichting, getuige het eerste woord in de titel. Dus werd nog fluks een lezersechtpaar van het blad (overgenomen van het Britse moederblad) in Engeland bezocht, dat afgaande op de inrichting een goede klant bij de al jarenlang belegen homedecorator Laura Ashley is.

Normaal zijn advertentiebladen gratis en voor niets verkrijgbaar, maar 'Homes & Antiques' bestaat het om voor deze bundeling van advertorials een tientje te vragen. Voor dit nummer, het tweede in successie, wordt weliswaar een speciale introductieprijs gevraagd, maar het kan niet concurreren met de designglossies die bewoners van de betere stadsbuurten om niet in hun brievenbus vinden.

mailIcon print |