*

 
dossier

Archief

Natuur deze week

HENK VAN HALM − 15/07/00, 00:00

Het is vlindertijd. In deze warme dagen vliegen bij zonnig weer bijna alle dagvlinders, die we in ons land kennen.

Op de pleistocene zandgronden zijn de zandoogjes erg talrijk. Op de heide en in de duinen leeft de heivlinder, een meester in camouflage. Je merkt de vlinder doorgaans pas op als hij vlak voor je voeten van een zandpaadje opvliegt. In bosranden met veel struikgewas houden koevinkje, oranje zandoogje en bont zandoogje zich op. Ze zetten hun eitjes af op grassen, net als het bruin zandoogje, dat vooral in het westen overal waar distels bloeien nu uiterst algemeen is. Ook vliegen nu de citroenvlinders die net uit de pop zijn gekomen. De citroenvlinders vliegen tot in de nazomer, zoeken een plekje om te overwinteren en leggen in het volgende voorjaar eitjes op sporkehout en wegedoorn. Ze kunnen dus bijna een jaar leven!

Het kroosmotje is een wit vlindertje dat overdag laag boven het eendekroos rondvliegt. De rups leeft in het water tussen het kroos.

De sintjansvlinder is een overdag vliegende nachtvlinder, die het actiefst is in de felle zonneschijn. Het glinsterend kevergroene, karmijnrood gevlekte dier bezoekt bij voorkeur de bloemen van zandblauwtje en blauwe knoop.

Gewone padjes van amper een centimeter lang trekken uit de wateren waar ze hun laatste gedaanteverwisseling doormaakten, het land op om een paar jaar lang in weilanden en bossen tot volwassen padden op te groeien.

Snor, kleine karekiet, tjiftjaf en fitis zingen druk, nu de jongen zijn uitgevlogen. De koekoek laat zich weinig meer horen. Binnenkort vertrekken de volwassen koekoeken naar tropisch Afrika om er de winter door te brengen.

mailIcon print |