*

 
dossier

Archief

Arm volk van Insulinde

Koen Koch − 22/01/00, 00:00

Zonder schroom geef ik toe dat ik blij verrast was met het verzoek van minister Van Aartsen aan HSA, producent van militaire elektronica, om nog even te wachten met de leverantie van belangrijke strategische apparatuur aan Indonesiƫ. In de gespannen verhoudingen daar was dit een belangrijk politiek signaal. Van Aartsens oproep was een duidelijke waarschuwing aan het leger om zijn subversieve acties tegen president Wahid te staken en daarom was het een welkome demonstratie van steun aan diens beleid voor democratisering en herstel van de mensenrechten. Voor een minister die in het verleden nogal eens het economische belang van een vette order boven het belang van mensenrechten en democratie stelde, was dit een bewonderenswaardig kordate actie.

Zodra Van Aartsen echter in Indonesiƫ was gearriveerd, leken de normale verhoudingen echter weer hersteld. Wat zo'n lange reis al niet vermag.

Leverantie van de HSA-apparatuur was nu plotseling hoognodig, zo beluisterde ik, omdat precies daardoor het democratiseringsproces van het Indonesische leger bevorderd zou worden.

Het aanvaarden van deze argumentatie stelt te hoge eisen aan mijn verbeeldingskracht en mijn intellectuele lenigheid, ik geef het eerlijk toe. Natuurlijk omdat een paar dagen eerder de minister mij nog op een omgekeerde redenering had getrakteerd, maar toch vooral omdat ik niet geloof dat generaals zich zouden gaan houden aan democratische normen, die ze tot nu toe met voeten traden, uit dankbaarheid over het feit dat vier van hun patrouilleboten met geavanceerde radarapparatuur zullen worden uitgerust.

Het omgekeerde zal eerder het geval zijn.

Het Indonesische leger heeft zich in de afgelopen jaren ontpopt als een bedreiging voor het proces van democratisering en tracht door het uitlokken van religieus en etnisch geweld de politieke stabiliteit te ondermijnen. Wanneer dit leger kan blijven rekenen op buitenlandse steun voor het instandhouden van zijn geweldsapparaat, zal het zich juist door die leveranties gesterkt voelen op de ingeslagen weg van terreur en subversie door te gaan. De Indonesische generaals trekken met andere woorden achter de rug van Van Aartsen een lange neus naar president Wahid, wiens positie ook daardoor steeds benarder wordt.

In Nederland wordt schouderophalend gereageerd op bewindslieden die per dag van beleid veranderen. Zie de capriolen van mevrouw Adelmund en het studiehuis, eerst verlichting, dan weer niet of toch een klein beetje, of zoek het zelf ook eigenlijk maar uit.

In een land waar alles kan, moet ook dit kunnen. Zo ongelooflijk rijk zijn we dat we ons kennelijk de luxe van inconsistentie en opportunisme kunnen veroorloven, zelfs op zo'n essentieel terrein als het onderwijs aan onze kinderen.

Maar hoe serieus kan de Indonesische regering, die een strijd op leven en dood levert om democratische verhoudingen te consolideren, nog een minister van buitenlandse zaken nemen die de ene dag een wapenembargo bepleit ter bevordering van de democratie en de mensenrechten en de volgende dag opheffing van datzelfde wapenembargo bepleit ter bevordering van diezelfde democratie en diezelfde mensenrechten?

Op zich verwachtte ik van de opschorting van de HSA-leverantie geen wonderen, het was een welkom gebaar, niet meer en niet minder. Waar strijders voor democratie en mensenrechten in Indonesiƫ echter in de eerste plaats recht op hebben, is consistentie van beleid. Dat wekt in ieder geval de schijn dat hun strijd serieus wordt genomen.

mailIcon print |